Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Het zere beenverhaaltje
(3 oktober 2006)

Ik zat vanavond eens in m'n computer rond te kijken, er staan dingen in van jaren terug! Bestanden van 1995 kwam ik tegen, onvoorstelbaar dat ik die heb bewaard...
Eén van de dingen die ik ineens zag staan is een verhaaltje uit 1998 dat ik eens voor m'n dochter geschreven had. In dat jaar was ik een net gescheiden vader met een dochtertje van nog geen zes jaar oud. Het enige dat ik destijds met m'n dochter kon doen door acuut geldgebrek was naar de speeltuin gaan omdat ik daar niet hoefde te betalen doordat ik lid was (en nog ben) van die speeltuin. Papa één bakkie koffie, dochter een ijsje, en dat was het dan. Maar we vonden het toch leuk om er heen te gaan, je doet iets samen en dat vindt een kind al goed. Mijn dochter in ieder geval toentertijd wél.
Op een dag gleed ze van die hoge glijbaan, en een woest jongetje gleed er direct achteraan. Uiteraard gaan woeste jongetjes véél harder dan ietwat voorzichtige kleine meisjes, dus het jongetje haalde dochtertje Langbroek gezwind in. Boem uiteraard! Door de achteropbotsing bleef een beentje van dochter raar aan de zijkant hangen, en dat deed hevig zeer. Huilen natuurlijk, zo gaat dat met kindertjes. Ze heeft van dat beentje wekenlang last gehad, en ik vond dat als vader van zo'n klein blond meisje zó zielig dat ik dus het onderstaande verhaaltje voor haar schreef.
Dat ik dat net terug las vond ik het hartstikke leuk om het weer gevonden te hebben! Het is weer eens iets anders dan schrijven over stokebrandende sociaal-democraten, WMO's, boze moslims en wethouders...  Wél ongelooflijk dat ik zoiets geschreven heb, dat gaat nu de laatste tijd wel anders zeg! Ietwat brombeerderiger kan ik wel zeggen...

Het verhaaltje van het blonde meisje met het zere been.


Er was eens een klein blond meisje
Dat had een beetje een zeer been
Gelukkig werd dat vanzelf weer beter
En liep het blonde meisje overal weer heen

Het deed wel een tijdje zeer
En dat was gerust niet zo plezierig
Maar toen het beentje beter werd
Was het blonde meisje ineens weer heel erg zwierig

Ze kon weer rennen en weer fietsen
Weer hinkelen en weer springen
En alle mensen in de buurt
Hoorden het blonde meisje plots weer zingen

Ze klonk als een kanariepietje
Met soms een heel stout woord
Maar omdat ze dat heel zachtjes zei
Had niemand dat gehoord


Ze hinkelde naar de speeltuin
En schommelde daar op en neer
Plotseling zag ze daar
Een vreemd uitziende heer

Ze zei: “Dag meneer, wie bent u wel?”
Ik heb u hier nog nooit gezien!”
Bent u hier gewoon heen gewandeld?”
Of pas soms komen wonen dan misschien?”

Nou nee,” zei de vreemd uitziende heer: “Hierheen gewandeld ben ik niet”
En ik ben hier ook niet komen wonen”
Ik ben een oude speeltuinengel uit de hemel”
Maar heb voor een tijdje werk op aarde genomen”

Ik kwam een stukje naar benee”
Zocht een huisje in de wolken”
Zette daar een kopje thee”
En heb stiekem wat verse melk uit een koetje in de wei gemolken”

Maar meneertje toch,” zei het kleine blonde meisje
Dat mag toch zomaar niet?”
Och m’n kind”, zei het vreemde oude heertje: “Ik had een beetje dorst”
En er is niemand die het ziet”

Ik zal er deze keer niets van zeggen”, zei het kleine blonde meisje
Maar volgende keer moet u betalen”
De melk is van de boer”
Dat mag u niet zomaar halen!”

Het vreemde heertje keek wat sip
Dit had hij niet geweten
Maar de woorden van het meisje
Zou hij niet vergeten

Zeg, kleine dondersteen”
zei de oude engel
Ik moest op aarde komen letten”
Op een lieve blonde bengel”

Ze heeft haar beentje bezeerd”
Op een lange glijbaan”
Ze kon toen even niet lopen”
En vond daar helemaal niets aan”

Die bengel dat ben ik”
zei het kleine blonde meidje
En m’n lieve moeder zegt”
Dat voel ik nog wel een tijdje”

Och m’n arme kleine kind”
Zei de vriendelijke oude heer
Voortaan zal ik onzichtbaar op je letten”
En dan gebeurt je dat niet meer”

Heel misschien een ongelukje”
Dat gebeurt iedereen”
Maar voortaan zal ik extra letten”
Op dat ene zere been”

Nou, dank u oude engel”
Dat maakt me heel erg blij”
Maar toch zal ik voorzichtig wezen”
Als ik weer van de glijbaan glij”

Okee m’n lieve kind”
Speel dan nu maar verder”
En wees maar niet ongerust”
Bij je is voortaan een onzichtbare oude herder”

Dag lieve speeltuinengel”
Dag lief blond meisje”