Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Raadsnotulen WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning)
(13 oktober 2006)

Omdat de WMO per 1 januari 2007 ingevoerd moet worden heeft de raad op 26 september j.l. een discussie gevoerd en de beleidsnota WMO en de verordening WMO vastgesteld. Het was een vrij chaotische vergadering, zowel veroorzaakt door de wijze waarop de raad ermee omging alswel door de wijze van beantwoording/niet-beantwoording door de wethouder.
Omdat in mijn, en anderen hun, ogen de WMO een zeer belangrijk item wordt voor de gemeentes zet ik de gevoerde discussie maar op de site. Op deze wijze kan ik in ieder geval laten zien hoe de verschillende partijen hiermee zijn omgegaan:

8. Beleidsnota WMO.

(Voorstel nummer 086, 2006.)


De voorzitter attendeert op het rondgedeelde stuk van de wmo Adviesraad Enkhuizen dat pas heden om 17.00 uur is binnengekomen. Het college heeft zich derhalve nog geen mening over het advies kunnen vormen.

Hierna schorst hij op verzoek van mevrouw Kuijsten de vergadering voor een korte leespauze.


(Schorsing.)


De voorzitter heropent de vergadering en wijst erop dat drie amendementen zijn ingediend, te weten twee van de NE-fractie en één van de SP-fractie.


Mevrouw Quasten (SP) vermeldt dat het sp-amendement – nummer 1, zie bijlagen – als strekking heeft op korte termijn een dusdanige koppeling van bestanden te maken dat aanvragen voor bijzondere bijstand eenvoudig kunnen worden beoordeeld en niet oningevuld blijven liggen. Dat is niet alleen klantvriendelijk, maar scheelt ook ambtelijke capaciteit.

Met betrekking tot de wmo Adviesraad Enkhuizen zal de fractie graag zien dat de officiële status van de adviesraad spoedig wordt bekrachtigd.


De heer Langbroek (NE) verzucht dat de WMO1 en alles wat hiermee annex is een gigantisch pak papier hebben opgeleverd! Velen hebben niet geheel onterecht het gevoel dat de wmo een bezuinigings­maatregel van het rijk is die op het bordje van de gemeenten wordt gelegd.

Een voordeel van de nieuwe wet kàn zijn dat men­sen die zorg nodig hebben voor een PgB2 kunnen kiezen. Het probleem is echter dat iemand met een toegekend PgB daarmee niet exact dezelfde zorg kan inhuren die de betrokkene in natura kan krijgen; zie vraag 48 en het antwoord daarop. Vanwaar dit verschil?

Ook de meting van de kwaliteit is een moeilijk punt, omdat vooraf niet bekend is wat de verschillende partijen (kunnen) leveren. Weliswaar zwaaien veel zorginstellingen met een ISO-certificering3, maar die zegt niets over het kwaliteitsniveau. Hoe beoordeelt het college de in te kopen kwaliteit?

Bij het toekennen van zorg moet naar de noodzaak daarvan worden gekeken en niet naar de daarmee gepaard gaande financiën. In dit verband moet worden gezegd dat de geadviseerde maximale eigen bijdrage een financiële drempel voor cliënten kunnen vormen. Vandaar dat de fractie van Nieuw Enk­hui­zen voor optie 3 kiest, te weten een eigen bijdrage vragen vanaf 120 % van het sociaal minimum. Op deze manier worden de minima en mensen met een laag inkomen, zij hebben aantoonbaar de meeste zorg nodig, ontzien.


De heer Fijma (PvdA): Is dat een amendement?


De heer Langbroek (NE): De keuze van de NE-fractie voor optie 3 mag als een mondeling amendement worden opgevat.

Overigens is een bijdrage voor een scootmobiel volstrekt onnodig. De stelling dat een dergelijk voertuig als een fiets kan worden aangemerkt, slaat nergens op. Mensen met een loopbeperking kunnen immers niet fietsen.


De voorzitter: Jammer dat ook ten aanzien van dit onderdeel geen schriftelijk amendement is ingeleverd; dat zou voor iedereen duidelijker zijn geweest.

De heer Langbroek (NE): Goed, voortaan zal dat gebeuren.

Sommige mensen hebben geen uitkering en leven van eigen vermogen. Lang niet altijd levert een eigen vermogen een riant inkomen op. Soms ligt het inkomen uit eigen vermogen op of rond het sociaal minimum, maar toch hebben de betrokkenen geen recht op bijzondere bijstand. Men zou over rijke armen of arme rijken kunnen spreken! Met het oog op de ongelijke positie van deze groep is een amen­dement – nummer 2, zie bijlagen – ingediend.

Ook de mantelzorgers vormen een categorie die alle aandacht verdient. De huidige trend houdt in dat mensen langer, flexibeler en tot op hogere leeftijd moeten werken, met als gevolg dat steeds minder mantelzorgers – familieleden en vrijwillig(st)ers – beschikbaar komen. De consequentie hiervan is dat meer duurdere professionele zorg moet worden ingehuurd. Ook dit gegeven is voor de fractie van Nieuw Enkhuizen reden geweest een amendement – nummer 3, zie bijlagen – in te dienen. Daarin wordt bepleit dat de gemeente meer mensen met een bijstandsuitkering als zorgondersteuners inschakelt. Dat behoeft niet per se op vrijwillige basis te gebeuren, omdat solidariteit in de samenleving tweerichtingsverkeer behoort te zijn.


De heer Van der Veen (PvdA): Bedoelt de heer Langbroek een min of meer gedwòngen solidariteit?


De heer Langbroek (NE): Soms zal een duwtje in de rug ertoe leiden dat mensen zich bewust worden van de noodzaak zich solidair op te stellen. Overigens staat de strekking van amendement 3 ook in het verkiezingsprogramma van PvdA.


Mevrouw Quasten (SP): Solidariteit afdwingen zal niet eenvoudig zijn, integendeel. Bovendien moet bij het inzetten van WWB-mensen4 worden bedacht dat het om zorgvragers gaat en niet om willekeurige producten. Het gaat niet uitsluitend om ramen lappen en/of stofzuigen, maar ook om de interactie tussen de zorgverlener en de zorgvrager. Vandaar dat de zorgverlener aan bepaalde criteria dient te voldoen. Als dat niet het geval is, kan een wwb’er beter worden ingezet voor het vervullen van taken die geen interactie vragen, zoals het schoonhouden van de stad.


De heer Langbroek (NE): Helemaal mee eens en daarom wordt in de toelichting op amendement nummer 3 een aantal voorbeeldcriteria genoemd.


De heer Van der Pluym (GL): Het uitgangspunt moet zijn dat de te leveren zorg een bepaald kwaliteits­niveau heeft. Daarvoor is het nodig zorgverleners op te leiden en te begeleiden. Dat is niet of nau­we­lijks mogelijk op grond van de regeling die de NE-fractie voor ogen staat.


De heer Langbroek (NE): Juist wel, mits goede criteria worden geformuleerd.


Mevrouw Compaan-Wisselink (CU): Wij sluiten ons aan bij de zienswijze van de fracties van de sp en gl. Een zorgvrager mag niet afhankelijk worden van iemand die ‘verplicht solidair staat te zijn’. Zorg en hulp dienen dan ook op vrijwillige basis plaats te vinden.


De heer Langbroek (NE): Aan de andere kant mag ook worden gezegd dat hooguit 10 % van de mantelzorgers echt is opgeleid voor het werk dat zij doen. Waarom zou een wwb’er niet kunnen wat 90 % van de niet-opgeleide mantelzorgers doet? Hoogstens zal sprake zijn van minder motivatie.


De heer Boland (VVD/D66) is tevreden over het tot nu toe door alle betrokkenen geleverde werk, zeker omdat de nieuwe wet voor iedereen een sprong in het diepe is. In dit verband is het fijn dat de verantwoordelijke wethouder heeft toegezegd in de loop van volgend jaar eerst te zullen bezien op grond waarvan een evaluatie zal plaatsvinden, pas daarna zal daadwerkelijk worden geëvalueerd. Dan zal moeten blijken of alle goede intenties realiteit zijn geworden.

Uit het vandaag binnengekomen stuk van de wmo Adviesraad Enkhuizen blijkt dat die positief en constructief heeft meegedacht. Wel geeft het advies aanleiding de volgende vragen te stellen.

  1. De adviesraad verwijst naar de ruimhartige manier waarop Alkmaar het PgB introduceert. Wat is het verschil tussen de manieren van Enkhuizen en Alkmaar?

  2. Tussen de regels kan een minder positief oordeel worden gelezen over de wijze waarop in de afgelopen tijd met de adviesraad is omgegaan en diens status. Wat valt hierover te zeggen?

  3. Ten slotte wordt in het stuk gesteld dat goede afspraken over de verschillende adviestrajecten en de daarbij noodzakelijke kosten moeten worden gemaakt. Op welke kosten wordt gedoeld?

Amendement 1 (SP-fractie). Het koppelen van bestanden lijkt ook de fractie van de VVD/D66 zinnig.

Amendement 2 (NE-fractie). Met dit amendement heeft de VVD/D66-fractie veel moeite. Afgesproken is de bestaande eigenbijdrageregelingen – AWBZ5, wvg – één op één naar de wmo over te hevelen. Boven­dien is ook voor bijzondere bijstand beleid vastgesteld. Het ne-amendement doorkruist dat alles en daaraan heeft de fractie geen behoefte. Overigens is toegezegd dat volgend jaar nog eens goed zal worden gekeken naar de groep die tussen bijstand en twee maal modaal valt. Op dat moment kan alsnog een aanpassing plaatsvinden.

Amendement 3 (NE-fractie). De VVD/D66-fractie voelt veel voor het indienen van een subamendement, waarvan het dictum luidt:

De gemeente zet voor respijtzorg en hulp bij het huishouden daarvoor geselecteerde uitkerings­gerechtigden in; daartoe worden regels en criteria ontworpen.’

Uitkeringsgerechtigden worden dus niet op basis van vrijwilligheid en/of geschiktheid ingezet, maar op grond van te formuleren regels en criteria. In het kader van de wwb bestaat op dit gebied al beleid, waar­in heel veel van de door de heer Langbroek genoemde aspecten vastliggen. Er ontstaat een chao­tische situatie als het wwb-beleid via de wmo wordt aangescherpt of ondermijnd. Kortom: laat het college de bedoelde regels en criteria opstellen en vervolgens aan de raad voorleggen.

Tot slot. De fractie van de VVD/D66 kiest voor de ‘kabinetsoptie’, omdat die goed is gemotiveerd en, zeker voor het eerste jaar, helderheid over de financiële gevolgen voor de gemeente verschaft.


De heer Fijma (PvdA) bestempelt de wmo als één van de wetten die taken en verantwoordelijkheden naar de gemeenten overhevelt zonder dat duidelijk is of tevens voldoende budget wordt meegeleverd. Verder zijn de gemeenten ook met een bijzonder korte voorbereidingstermijn geconfronteerd. Men kan dan ook de vraag stellen of het huidige kabinet de gemeenten wel serieus neemt. Toch zal het gemeen­te­bestuur in deze context de nieuwe, belangrijke wet moeten uitvoeren. Hoe dan ook, in Enkhuizen is binnen zeer korte tijd goed werk geleverd, waarvan de beleidsnota, waarin de kwaliteit vooropstaat, en de verordening het resultaat zijn. Er is zoveel mogelijk getracht de huidige voorzieningen te con­tinueren en de wmo zo praktisch mogelijk in te voeren; prima.

In de beleidsnota wordt van één wmo-loket uitgegaan, en wel bij het medisch centrum in de binnenstad; een logische keuze. Voor de (wat verdere) toekomst denkt de PvdA-fractie ook aan een wmo-loket of -steunpunt in een nieuwbouwwijk, bijvoorbeeld bij het Koperwiekplein.

Ten aanzien van de bijzondere bijstand wordt in de nota gesteld dat bureaucratie tot het minimum beperkt moet blijven en de regelingen zo eenvoudig mogelijk dienen te zijn. De fractie zal graag zien dat, indien iemand met recht op bijzondere bijstand een wmo-aanvraag doet, alle noodzakelijke handelingen in één keer kunnen worden afgedaan. De nota is hierover echter wat vaag en daarom wordt het op prijs gesteld dat het college ten aanzien van dit punt een helder standpunt verwoord.

De uitvoering van de wmo baart zorgen. Het rijk stelt een budget beschikbaar, waarvan na aftrek van bepaalde bedragen één extra medewerk(st)ers kan worden bekostigd, die op jaarbasis circa 700 aanvragen heel zorgvuldig moet behandelen. Als dat lukt, is hij/zij ambtenaar van het jaar! Kortom: gevreesd mag worden dat de gemeente meer geld zal moeten inzetten dan van het rijk wordt verkregen, zeker als de gemeente potentiële zorgvragers opzoekt. Juist degenen die aan de nieuwe wet behoefte hebben, moeten actief worden benaderd om te bereiken dat zij een aanvraag indienen. In de uitvoering dient hieraan veel aandacht te worden gegeven.

Aansluitend op het voorgaande is het verstandig aan het vormen van een reserve te denken. In de nota wordt gesproken over het ombouwen van de reserve wvg naar een wmo-reserve; een mogelijkheid die de fractie van de PvdA aanspreekt. Tijdens de begrotingsbehandeling zal hierop worden teruggekomen en worden bekeken of één en ander kan worden geconcretiseerd.

Amendement 3 (NE-fractie). De fractie kan zich in algemene zin aansluiten bij de woorden van de heer Boland; dit geldt ook voor het tweede amendement van de NE-fractie. Voor de inzet van uitkeringsgerechtigden bestaat al een vastgesteld beleid. Verder wordt in het amendement een tegenstrijdigheid ge­signaleerd die er niet is. Mensen worden niet tegen hun zin ingezet bij de uitvoering van taken in het kader van de wmo. Dat is logisch, want de kwaliteit van de zorg behoort het uitgangspunt te zijn. Iemand die geen zin heeft in het verrichten van bepaalde taken mag niet naar een hulpbehoevende wor­den gestuurd. In zo’n geval is het vanzelfsprekend veel beter de uitkeringsgerechtigde een ander traject aan te bieden.

Amendement 2 (NE-fractie). Ook voor bijzondere bijstand bestaat reeds een vergoedingsregeling en het is zeker niet verstandig die in het kader van de wmo overhoop te halen. Alvorens over dit amende­ment een definitief oordeel uit te spreken, hoort de fractie van de PvdA echter graag een reactie van het college van B&W6.

Amendement 1 (SP-fractie). Zo-even is al gezegd dat de gewenste koppeling van bestanden aansluit bij datgene wat de PvdA-fractie voor ogen staat, te weten dat mensen die recht hebben op bepaalde voor­zieningen die in één keer moeten kunnen aanvragen.

Mondelinge amendement (NE-fractie). In de ideale wereld behoeft niemand voor wat dan ook een eigen bijdrage te betalen, maar helaas bestaat die situatie niet! Geen eigen bijdragen vragen, betekent dat de gemeenschap voor de totale kosten moet opdraaien. In de nota wordt uitvoerig uiteengezet waarom een eigen bijdrage nodig is. Overigens gaat het om bijdragen die aansluiten bij de huidige prak­tijk en recht doen aan het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Als de NE-fractie tòch van eigen bijdragen wil afzien, zal zij moeten aangeven hoe de niet gedekte kos­ten kunnen worden gefinancierd.


De heer Langbroek (NE): Uw fractievoorzitter heeft in de vorige raadsperiode twee keer gezegd dat de PvdA-fractie bereid is extra geld uit te trekken om de minima te kunnen ontzien op het moment dat de wmo wordt ingevoerd.


De heer Fijma (PvdA): Inderdaad. De PvdA-fractie wil voorkomen dat de kwaliteit van de zorg wordt aan­getast en heeft mede met het oog hierop een wmo-reserve bepleit. Het mondelinge amendement be­oogt echter wezenlijk iets anders.


De heer Langbroek (NE): Uit het amendement vloeit voort dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en dat is precies wat ook de PvdA-fractie wenst.


De heer Fijma (PvdA): Jawel, maar, zoals gezegd, er is nog steeds geen sprake van een ideale wereld, integendeel. Als een politieke partij zich genereus opstelt, moet die tevens duidelijk maken hoe de daar­aan verbonden kos­ten kunnen worden gefinancierd, want anders wordt slechts een loos gebaar gemaakt.


Mevrouw Compaan-Wisselink (CU) meent uit de beleidsnota en de lange lijst van vragen en antwoor­den te mogen opmaken dat in het komende jaar weinig voor de burgers zal veranderen. Dat verheugt de fractie van de ChristenUnie.

Beleidskaders 9 en 11, respectievelijk ondersteuning van mantelzorgers/vrijwillig(st)ers en inzet uitkeringsgerechtigden. De fractie geeft in overweging goed na te denken over de nodige begeleiding van die groepen, en wel mede naar aanleiding van een in het Nederlands Dagblad verschenen artikeltje over vrijwilligers in Culemborg.

Honderdduizenden vrijwilligers in de zorg verrichten dagelijks nuttig en noodzakelijk werk.

Het is merkwaardig dat er geen enkele centrale afspraak is voor zaken als onkostenvergoeding, Arboregels en begeleiding.’

In Enkhuizen is de situatie zeer waarschijnlijk niet anders, zodat dit punt zeker aandacht behoeft.

Subamendement (VVD/D66-fractie). De criteria en regels voor de inzet van uitkeringsgerechtigden moeten nog worden geformuleerd en daarom kunnen op dìt moment termen als ‘op basis van vrijwilligheid en/of geschikt­heid’ vervallen, zoals de heer Boland voorstelt. De discussie hierover zal later opnieuw worden gevoerd.

Beleidskader 13, eigen bijdrage. Aan het wmo-loket zal op een heel goede manier vorm moeten worden gegeven. De betrokken ambtenaren zullen niet alleen de wmo moeten uitvoeren, maar ook de bijzondere bijstand ‘actief aan de man dienen te brengen’. Kan het college bevestigen dat tegen deze ach­ter­grond de koppeling van bestanden een goede optie is?

De PvdA-fractie bepleit burgers die mogelijk recht hebben op bijzondere bijstand actief op te zoeken. De fractie van de ChristenUnie steunt dit pleidooi.

Amendement 2 (NE-fractie). Hoe wil de NE-fractie fractie toetsen of iemand uit een vermogen een inko­men ter grootte van 120 % van het minimuminkomen of lager verkrijgt? Los hiervan is de CU-fractie van mening dat wie van een eigen vermogen leeft dat op grond van een eigen keuze doet.

Hergebruik van voorzieningen. Veel velen ergeren zich eraan dat rollators, rolstoelen, scootmobielen en dergelijke die op een gegeven moment niet meer worden gebruikt, bijvoorbeeld als gevolg van overlijden, niet aan anderen ter beschikking worden gesteld, maar bij wijze van spreken ‘bij het grof vuil worden gezet’. Aan dit probleem zal de nodige aandacht moeten worden besteed, waarna hopelijk een betere regeling tot stand zal komen.

wmo Adviesraad Enkhuizen. Ook de fractie van de ChristenUnie zal graag zien dat de adviesraad een officiële status krijgt.

Beleidsnota. Het stemt tot tevredenheid dat de nota op elk willekeurig moment kan worden aangepast. Op dit moment behoeft de gemeenteraad dus niet al te gespannen met de nota om te gaan.


De heer Kok (CDA) brengt naar voren dat in de commissie en op andere plaatsen al heel veel woorden aan de wmo zijn besteed, mede omdat een groot aantal burgers met de uitvoering van deze nieuwe wet te maken zal krijgen.

De voorliggende beleidsnota geeft de kaders aan waarbinnen de wmo in Enkhuizen gestalte zal krijgen. De fractie van het CDA heeft er vertrouwen in dat die kaders, eventueel geamendeerd, zullen voldoen. Via de evaluatie en het vierjarenbeleidsplan, dat volgend jaar moet worden geconcretiseerd, zul­len definitieve regelingen worden getroffen.

De fractie is ingenomen met het ‘op één minuut voor 20.00 uur’ binnengekomen stuk van de wmo Advies­raad Enkhuizen. Jammer dat het advies niet tijdens de commissievergadering beschikbaar was en toen dus niet kon worden besproken.

Amendement 3 (NE-fractie). De CDA-fractie ziet geen brood in het voorstel uitkeringsgerechtigden gedwongen huishoudelijke werkzaamheden bij zorgvragers te laten uitvoeren, maar kan zich wel vinden in het subamendement van de VVD/D66-fractie.

Amendement 2 (NE-fractie). Dit NE-amendement, betrekking hebbende op beleidskader 13, heeft wèl de steun van de CDA-fractie.

Amendement 1 (SP-fractie). Ook met de door de SP-fractie voorgestelde koppeling van bestanden kan akkoord worden gaan.


De heer Van der Pluym (GL) memoreert dat college, ambtenaren, commissie- en raadsleden met de beste intenties aan de invoering van de wmo hebben gewerkt. Dat is vanwege de late besluitvorming op rijksniveau onder grote tijdsdruk gebeurd.

Volgens de fractie van GroenLinks stoelt de nieuwe wet op een aantal verkeerde uitgangspunten en dat is in de gemeentelijke beleidsnota en de verordening te merken. Zo is de opgelegde financiële beperking – feitelijk is sprake van een bezuiniging – niet acceptabel en hierover zal tijdens de begrotingsbehandeling moeten worden gesproken.

Solidariteit is wel een goed uitgangspunt, maar de positie van de mantelzorgers/vrijwillig(st)ers en, even­tueel uitkeringsgerechtigden, moet later nog maar eens worden bediscussieerd. De GL-fractie is niet principieel tegen de inzet van uitkeringsgerechtigden, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, zoals opleiding en begeleiding. Dat zal trouwens geld kosten, terwijl voor de bemensing van het wmo-loket al nauwelijks voldoende financiën beschikbaar zijn.

Wezenlijk is dat de gemeente in een relatief zeer korte periode op het gebied van de zorg taken moet uitvoeren en regels dient op te stellen waarmee zij niet of nauwelijks ervaring heeft; denk aan participatie, vrijwilligersbeleid enzovoort. Ook de wmo Adviesraad Enkhuizen worstelt met de tijdsdruk. Gesteld mag worden dat wat de rijksoverheid de gemeenten heeft opgelegd, een farce is en ‘Den Haag’ verdient hiervoor een dikke onvoldoende.

Tot slot. Alvorens op de amendementen in te gaan, wil de fractie van GroenLinks graag horen hoe burgemeester en wethouders daarover denken.


Wethouder Van Pijkeren (CU) bedankt allereerst de fracties die waardering hebben uitgesproken voor het feit dat dit omvangrijke werk ondanks de grote tijdsdruk tijdig is geklaard.

wmo Adviesraad Enkhuizen. Het advies is op het allerlaatste moment ontvangen, zodat het college nu nog geen inhoudelijke reactie kan geven. De vragen van de VVD/D66-fractie zullen dan ook later schrif­telijk worden beantwoord.

Amendement 1 (SP-fractie). Het college zal primair aan de wmo gestalte geven. Gaande het traject zal het mogelijk zijn bestanden te koppelen, maar niet op korte termijn. In de visie van B&W is het sp-amen­dement overbodig, want aan de koppeling van bestanden wordt al gedacht.


De heer Boland (VVD/D66): Uit het antwoord kan worden opgemaakt dat het college primair de wmo vormgeeft en secundair naar facilitaire mogelijkheden, zoals bestandskoppelingen, kijkt. Het sp-amen­de­ment stelt echter dat de koppeling van bestanden op kòrte termijn tot stand moet worden gebracht.


Wethouder Van Pijkeren (CU): In de beleidsnota staat dat in de gemeentelijke programmabegroting 2007 de doelstelling opgenomen ervoor te zorgen dat een zo groot mogelijke groep huishoudens met een inkomen op of rond het sociaal minimum optimaal van het gemeentelijke minimabeleid profiteert. Het gebruik van deze regeling wordt gestimuleerd en zo gemakkelijk mogelijk gemaakt. Niet alleen kun­nen de formulieren worden vereenvoudigd of samengevoegd, maar ook bestandkoppeling is nu al mo­gelijk; zie pagina 54 van de beleidsnota. Het amendement voegt dus niets toe.


De voorzitter: Bovendien is het niet logisch en zelfs bezwaarlijk een uitvoeringsrichtlijn in een beleids­stuk op te nemen.


Mevrouw Quasten (SP): Kennelijk is bestandskoppeling nu al mogelijk, maar zo-even heeft de wethouder gezegd dat die niet op korte termijn zal plaatsvinden. De fractie van de Socialistische Partij wil weten op wèlk moment bestanden zullen worden gekoppeld. Als dat pas in de loop van 2007 of 2008 zal plaatsvinden, ontstaat een hiaat; dan kan geen optimaal gebruik van de bijzondere bijstand worden gemaakt.


Wethouder Van Pijkeren (CU): Zodra de vraag zich aandient, zal zeker een koppeling van bestanden plaatsvinden.

Amendement 3 (NE-fractie). De heer Boland stelt voor in beleidskader 11 de woorden ‘op vrijwillige basis’ te schrappen. Er is het college heel veel aan gelegen te bewerkstelligen dat degenen die hulp aan zorgbehoevenden verlenen daarmee affiniteit hebben en daarvoor ook geschikt zijn. De NE-fractie wil uitkeringsgerechtigden op basis van beschikbaarheid inzetten en dit kan tot gevolg hebben dat mensen aan het werk worden gezet die weliswaar beschikbaar maar niet geschikt zijn. Het college wil het amendement overnemen als ‘op vrijwillige basis’ wordt geschrapt. Overigens heeft dit facet ook te maken met een discussie die vanuit de sociale dienst is aangezwengeld en onder verantwoordelijkheid van collega Bode valt.

Amendement 2 (NE-fractie). Datgene wat het amendement beoogt, maakt geen deel uit van de wmo-discussie, maar valt onder verantwoordelijkheid van wethouder Bode. Het college ontraadt de in het amendement voorgestelde toevoeging, want die is in strijd met de wetgeving. Bijzondere bijstand leent zich niet voor verruiming. Toepassing van de vermogenstoets in het kader van bijzondere bijstand is strikt omschreven. Heeft een vrager/aanvraagster vermogen en geen inkomen, dan is de regel: geen bijstand. In bijzondere gevallen is dan wel leenbijstand mogelijk. In de loop van het vierde kwartaal 2007 zal de notitie ‘Minimabeleid’ worden uitgebracht en daarin zullen de mogelijkheden helder worden beschreven.

Verder zijn van verschillende kanten opmerkingen gemaakt over bijzondere bijstand, minimabeleid, wvg en eigen bijdragen. De wmo kent tot 120 % van het sociaal minimum vrijstelling van een eigen bij­drage. Wie vrijstelling wenst van de verplichting een eigen bijdrage te betalen, moet een aanvraag voor bijzondere bijstand indienen. Een berekening leert dat de post voor ‘bijzondere bijstand minimabeleid’ met € 65.000,-- zal moeten worden verhoogd. Door rekening te houden met de grens van 120 % van het sociaal minimum wordt inmiddels verdergegaan dan de huidige inkomensgrens van 115 % voor bijzondere bijstand. Bij de toetsing van aanvragen voor bijzondere bijstand geldt ook de ver­mogenstoets. Over de eigenbijdrageregeling kan nog worden gezegd dat die op dit moment nog niet voor de wvg-voorzieningen gelden. Het verstrekken van rolstoelen zal straks een uitzondering op de algemene regel zijn. Daarnaast geldt dat, indien voor die voorzieningen geen eigen bijdrage wordt ge­vraagd, deze bij meervoudige zorg naar de awbz vloeit. Ter compensatie van minima is ook in dit geval bijzondere bijstand mogelijk.

De heer Langbroek sprak over een scootmobiel. In tegenstelling tot het gebruik van een rolstoel in en om huis is een scootmobiel niet uitgesloten van een eigen bijdrage. Zo’n voertuig wordt gezien als ver­vanging van een fiets.

De CU-fractie stelt terecht dat in het komende jaar weinig zal veranderen; alleen nieuwe aanvragen zullen een andere route volgen. Gaandeweg het traject zullen de ont­wikkelingen scherp in het oog moeten worden gehouden om zo nodig tot (financiële) bijsturingen te kunnen komen.

De door zorgverzekeraars of thuiszorgorganisaties verstrekte voorzieningen zoals rollators, scootmobie­len en zogenaamde ‘stap-op-stoelen’ worden op een bepaald moment niet meer gebruikt, bijvoorbeeld omdat de gebruik(st)er is overleden of in een verpleeghuis is opgenomen. Deze meestal dure voor­zieningen worden dan niet opgehaald, maar blijven ergens ongebruikt staan. Met het oog op kosten­besparingen moet dit probleem eens bij de kop worden gepakt.

Het vrijwilligerskorps moet als het cement van de samenleving worden beschouwd. De gemeente moet dan ook waar mogelijk vrijwilligers en mantelzorgers steunen en beschermen.

Ook in de commissie heeft de PvdA-fractie over een tweede loket gesproken. Namens B&W is toen gezegd dat, indien evaluatie de noodzaak van een tweede loket buiten de binnenstad aantoont, bijvoorbeeld in of bij het te realiseren Wozoco7 een dergelijk loket zal worden geopend.

Terecht is veel aandacht gevraagd voor communicatie, voorlichting en evaluatie. Toekomstige gebruikers moeten immers weten hoe zij voor de voorzieningen in aanmerking kunnen komen.

Met betrekking tot de mogelijke vorming van een wmo-reserve moet worden gezegd dat de gemeenteraad daarover beslist; de begrotingsbehandeling is daarvoor een goede gelegenheid.

Het persoonsgebonden budget gaf eveneens aanleiding tot een opmerking. In de nota wordt een onderscheid tussen twee vormen van PgB’s gemaakt, namelijk ten behoeve van hulp in het huishouden en wvg-voorzieningen. De awbz kent een PgB voor huishoudelijke verzorging en dat bedraagt 60 % van de prijs in natura.


De heer Langbroek (NE): Daarstraks doelde ik op een andere tekst in de nota. Tussen een PgB en zorg in natura bestaat een verschil; een voorbeeld. Iemand die over een indicatie voor tien uur huishoudelijke hulp beschikt, krijgt gedurende dat aantal uren ook daadwerkelijk iemand over de vloer, indien voor zorg in natura wordt gekozen. Kiest de betrokkene echter voor een PgB dan kan met dat budget géén tien uur huishoudelijke hulp worden ingekocht. Waarom kan dat niet?

Wethouder Van Pijkeren (CU): Als een aanvrager bij dezelfde zorgaanbieder als de gemeente huishoudelijke hulp inkoopt, is zorg in natura inderdaad voordeliger.


De heer Langbroek (NE): Juist en dat klopt niet.


Mevrouw Quasten (SP): De wmo geeft de zorgvrager de keus tussen natura en PgB. De raad zou de vergoeding voor hulp in natura en een PgB gelijk moeten stellen, dus beide 100 %, en geen eigen bijdrage moeten vragen.


Wethouder Van Pijkeren (CU): Wie voor een PgB kiest, moet zelf een contract met een hulpverlener of zorgaanbieder sluiten.


De heer Langbroek (NE): Later zullen wij hierop terugkomen.


Mevrouw Compaan-Wisselink (CU): Op bladzijde 65 wordt een praktisch probleem geschetst. Een rolstoel heeft een technische levensduur van vijf jaar. In het geval van zorg in natura kan de rolstoel, bijvoorbeeld vanwege een aanpassing, na twee jaar worden omgeruild. Wanneer sprake is van een PgB kan dat niet, want direct na de aanschaf van een rolstoel is het budget op, dus omruilen is dan niet mogelijk. Er is dus wel degelijk verschil tussen een PgB en zorg in natura.


Wethouder Van Pijkeren (CU): Dat is de consequentie van de gemaakte keuze.


Mevrouw Compaan-Wisselink (CU): Maar volgens de tekst op bladzijde 65 blijft de gemeente compensatieplichtig.


Wethouder Van Pijkeren (CU): In beginsel is dat zo.


De voorzitter schorst hierna de beraadslagingen voor tien minuten.


(Schorsing.)


De voorzitter heropent de beraadslagingen.


De heer Langbroek (NE) trekt beide schriftelijk ingediende ne-amendementen in en steunt vervolgens het (sub)amendement van de heer Boland.

Het mondeling ingediende ne-amendement, te weten te kiezen voor optie 3, en het voorstel geen eigen bijdrage voor een scootmobiel te vragen, worden gehandhaafd.


Mevrouw Quasten (SP) wijzigt het sp-amendement als volgt. De woorden ‘op korte termijn’ worden vervangen door: per 1 januari 2007.


De heer Van der Pluym (GL) maakt de volgende opmerkingen.

(Sub)amendement (VVD/D66-fractie). Met de toelichting die de heer Boland in de eerste termijn heeft ver­woord, kan de fractie van GroenLinks leven.


De voorzitter: Waarbij wel duidelijk moet zijn dat de op te stellen regels en criteria in het kader van de wwb zullen worden besproken.


De heer Van der Pluym (GL): Oké.

Gewijzigd amendement 1 (SP-fractie). Waarschijnlijk heeft de SP-fractie haar amendement aangescherpt, omdat de beantwoording ondanks meerdere pogingen niet volslagen helder is. Hoe dan ook, de GL-fractie zal het aangepaste amendement ondersteunen.

Schrappen eigen bijdrage scootmobiel. Met dit NE-voorstel kan de GL-fractie zich niet verenigen, omdat een eigen bijdrage niet verkeerd is.

Mondelinge amendement (NE-fractie). De fractie van GroenLinks kiest voor optie 1.


De heer Kok (CDA) behoeft slechts op de overgebleven amendementen en voorstellen te reageren.

(Sub)amendement (VVD/D66-fractie). Aangezien het betreffende ne-amendement is ingetrokken, moet nu eigenlijk over een amendement van de VVD/D66-fractie worden gesproken. De fractie van het CDA zal dat steunen.

Schrappen eigen bijdrage scootmobiel. Dit ne-voorstel heeft niet in de instemming van de fractie.

Gewijzigde amendement 1 (SP-fractie). Ook dit amendement heeft de steun van de CDA-fractie.

Mondelinge amendement (NE-fractie). Sprekers fractie kiest voor de optie die in de voorliggende beleids­nota wordt geadviseerd.


De heer Fijma (PvdA) toont zich verheugd over het feit dat kennelijk ook binnen het college wordt nagedacht over het op een wat langere termijn creëren van een wmo-steunpunt.

Uiteraard mag het dagelijks bestuur de bal bij de gemeenteraad leggen, maar het kan vanzelfsprekend geen kwaad dat ook burgemeester en wethouders over de financiële risico’s van de wmo nadenken. De fractie van de PvdA zal proberen ruimte voor een wmo-reserve te vinden en tijdens de begrotings­behan­deling ter zake een voorstel doen.

Uit de beantwoording heeft hij opgemaakt dat het in 2007 mogelijk zal zijn om bij het wmo-loket één gecombineerde aanvraag in te dienen voor zowel wmo-voorzieningen als bijzondere bijstand. Als dat wordt toegezegd, is de PvdA-fractie tevreden.

Amendement 2 (NE-fractie). De ‘renteniersminima’ behoeven niet meer te worden besproken, want het desbetreffende amendement is inmiddels ingetrokken.

Mondelinge amendement (NE-fractie). De fractie zal geen steun aan dit amendement geven. Er is geen enkel argument aangedragen op grond waarvan voor een andere optie moet worden gekozen.

Gewijzigde amendement 1 (SP-fractie). Dit aangescherpte amendement gaat de fractie net iets tè ver.

(Sub)amendement (VVD/D66-fractie). Met dit amendement kan de PvdA-fractie meegaan.


Mevrouw Compaan-Wisselink (CU) belicht de volgende punten.

Gewijzigde amendement 1 (SP-fractie). In de ogen van de CU-fractie is de aanscherping onnodig. Het gaat er slechts om dat de aanvragen om bijzondere bijstand op een eenvoudige en efficiënte manier kunnen worden ingediend, hetzij via een formulier hetzij via een koppeling van bestanden. Degenen die recht hebben op bijzondere bijstand, moeten die ook krijgen.

In deze discussie is gewezen op het feit dat tussen hulp in natura en een PgB verschil bestaat. De ambtenaar achter het wmo-loket zal hierop nadrukkelijk moeten attenderen.

Op de vraag van de ne-fractie hoe de kwaliteit van de zorg wordt gecontroleerd, is nog niet geantwoord. Hieraan koppelt de fractie van de ChristenUnie de vraag hoe in het geval van een PgB op de zorgkwaliteit wordt toegezien.

De evaluatie van de wmo-praktijk zal eind 2007 plaatsvinden. Is het niet verstandig éérder te evalueren, en wel zodanig dat gewenste en/of noodzakelijke financiële wijzigingen in de begroting voor 2007 kunnen worden mee­ge­nomen? Zodoende zouden ook andere zaken die scheef (dreigen te) lopen eerder kunnen worden aangepakt.

Mondelinge amendement (NE-fractie). Met dit amendement kan de fractie van de ChristenUnie niet akkoord gaan.

Schrappen eigen bijdrage scootmobiel. ‘Een eigen bijdrage is niet verkeerd,’ zei de heer Van der Pluym en de CU-fractie deelt deze mening. Ten aanzien van dit punt moet één lijn worden getrokken.

(Sub)amendement (VVD/D66-fractie). Aan dit amendement wordt steun gegeven, omdat hierin de criteria ‘vrijwillig’ en ‘beschikbaarheid’ worden geschrapt.


De heer Boland (VVD/D66) wil één onderdeel van de gedachtewisselingen aanscherpen, namelijk het tweede loket. De wethouder stelt dat een tweede loket zal worden geopend, indien dat nodig is. In de commissie is een andere benadering afgesproken, te weten dat een tweede loket zal worden gerealiseerd, tenzij blijkt dat de noodzaak daartoe ontbreekt. De in de commissie gemaakte afspraak geeft de intentie van de gemeenteraad veel beter weer.

In deze discussie is meermaals gezegd dat veel goed werk is verzet, maar vervolgens is gebleken dat met betrekking tot de volgende stappen nogal wat argwaan bestaat. De raad moet zich niet bemoeien met zaken zoals het tijdstip waarop een koppeling van bestanden dient plaats te vinden – SP-fractie – en een vereenvoudiging van formulieren – PvdA-fractie –, want dat zijn stappen die in de volgende fase aan de orde zullen komen.


Mevrouw Quasten (SP) doet de volgende uitspraken.

Mondelinge amendement (NE-fractie). Ook de fractie van de Socialistische Partij kiest voor optie 3. De doelstelling van de wmo is: meedoen en participatie. Welnu, de gemeente zal één en ander dan ook moeten faciliteren.


De heer Boland (VVD/D66): De NE-fractie geeft daarvoor echter geen financiering aan. Geldt dat ook voor de SP-fractie?


Mevrouw Quasten (SP): Ja! In de stukken is de financiering nogal vaag weergegeven en er is dus nog alle ruimte om een geschikt potje te vinden. Bovendien zal hierover tijdens de begrotingsbehandeling kunnen worden gesproken.

Schrappen eigen bijdrage scootmobiel. Op grond van de zojuist genoemde reden wordt dit ne-voorstel gesteund.

Gewijzigde amendement 1 (SP-fractie). Vreemd dat sommige fracties zich niet in het aangescherpte amendement kunnen vinden. De wethouder heeft laten weten dat bestandskoppelingen nu al mogelijk zijn. Een goede reden om daaraan bij de invoering direct gestalte te geven; dat schept voor iedereen de gewenste helderheid.

(Sub)amendement (VVD/D66-fractie). Ook dit amendement heeft de steun van de SP-fractie, want het geeft de gemeenteraadsfracties de mogelijkheid vanuit de wwb nog eens hun gedachten over één en ander te laten gaan.

Tot slot. Het moet spreekster van het hart dat de beantwoording als ‘zwak’ kan worden gekenschetst. Weliswaar wordt op de vragen en opmerkingen uiteindelijk wel gereageerd, maar dat gebeurt bijzonder moeizaam.


Mevrouw Kuijsten-Bouma (CU): Daar staat tegenover dat de raad zich vanavond niet bijster gedisciplineerd gedraagt, zoals de heer Boland terecht constateert. Waarschijnlijk is dat een gevolg van de vrees dat straks allerlei zaken zullen misgaan. De raad behoort zowel het college als het ambtelijk apparaat het vertrouwen te geven dat alles in goede banen zal worden geleid. Verder is het onvermijdelijk dat soms algemene antwoorden worden gegeven op vragen en opmerkingen over zaken die zich nog in een zekere ontwikkelingsfase bevinden.


Mevrouw Quasten (SP): Er zijn concrete vragen gesteld waarop een portefeuillehouder die zich in de materie heeft ingewerkt concrete antwoorden moet kunnen geven.


De heer Langbroek (NE) heeft gedurende de discussie de koppen geteld en is tot de conclusie gekomen dat het geen zin heeft het overgebleven mondelinge ne-amendement en het voorstel geen eigen bijdrage voor een scootmobiel te vragen te handhaven.

Gewijzigde amendement 1 (SP-fractie). De fractie van Nieuw Enkhuizen schaart zich achter dit aangescherpte amendement.

De wethouder heeft tot nu toe niet gereageerd op de al in eerste termijn gestelde vraag over de controle van de kwaliteit.


Wethouder Van Pijkeren (CU) reageert als volgt.

Gewijzigde amendement 1 (SP-fractie). Het college zegt toe dat zo spoedig als tèchnisch mogelijk is de gewenste bestandskoppelingen tot stand zullen worden gebracht. Dit aangaande zal een bedrijfsplan met een duidelijke beschrijving worden gemaakt.

Ingetrokken amendement 3 (NE-fractie) en (sub)amendement (VVD/D66-fractie). Het uitgangspunt is de kwaliteit van de zorg. De wijziging van het criterium wordt gezien als de basis van vrijwilligheid. Er zullen dan ook nog regels en criteria moeten worden opgesteld om de inzet te vergroten. De inzet van uitkeringsgerechtigden voor het verrichten van respijtzorg zal zoveel mogelijk worden gestimuleerd door gerichte opleidingen aan te bieden; in het kader van herintegratie is dat mogelijk. Als desondanks de uitkeringsgerechtigde niet wil, zal de betrokken persoon op de consequenties moeten worden gewezen. Op een ander moment zal deze discussie worden voortgezet aan de hand van een notitie over de inzet van bijstandgerechtigden. B&W nemen het (sub)amendement dus over.

De heer Boland heeft terecht herinnerd aan de uitspraak die in de commissie over het tweede loket is gedaan. Het uitgangspunt is dat een tweede loket zal worden geopend, tenzij blijkt dat het niet nodig is. De opmerking van de heer Boland wordt dan ook door het college onderschreven.

De aangekondigde evaluatie zal in een bedrijfsplan ‘Loket’ worden opgenomen. Dat zal na een halfjaar plaatsvinden, zodat bijtijds kan worden bijgestuurd. Overigens zal het mogelijk zijn bij het loket diverse aanvragen (tegelijk) in te dienen – centralisatie – en dat zal eveneens in het genoemde bedrijfsplan worden opgenomen.

Over de PgB’s kan nog worden opgemerkt dat, wanneer blijkt dat vanwege progressie de noodzaak van een tweede PgB ontstaat, daartoe een aanvraag kan worden ingediend. In dat geval zal een herindicatie plaatsvinden. In dit verband is het misschien goed erop te wijzen dat de gemeente verplicht is een cliënten­tevredenheidsonderzoek uit te voeren. Daarin zal de uitvoering van dit nogal gecompliceerde traject aan de orde komen en worden beoordeeld, waarna bijsturingen mogelijk zijn.


De voorzitter voegt aan de beantwoording het volgende toe.

In de richting van de heer Langbroek moet worden gezegd dat in het bestek en de aanbestedingsprocedure het nodige over de kwaliteit is opgenomen. In regionaal verband zal door in te huren experts worden gecontroleerd of datgene wordt gedaan wat is beloofd. Dat is trouwens één van de criteria op basis waarvan eventueel vervolgcontracten worden gesloten.

Niet alleen deze raad is bezorgd over de uitvoering van de wmo, integendeel. Alle Nederlandse gemeenteraden zijn met deze materie bezig. Dit college heeft ervoor gekozen om samen met andere gemeenten de invoering zo beleidsarm mogelijk te doen plaatsvinden, opdat de huidige cliënten niet of nauwelijks met veranderingen te maken zullen krijgen. In het komende jaar zullen alle in Nederland en met name in de regio opgedane ervaringen worden gebruikt als referentiekader voor het aanbrengen van bijstellingen. De commissie zal regelmatig op de hoogte worden gehouden en verder zullen de voorgestelde evaluatiemomenten in acht worden genomen.

Gewijzigde amendement 1 (SP-fractie). Zoals gezegd, het college ontraadt dit amendement, omdat het op de uitvoering is gericht. Het college zegt toe dat dusdanig slim zal worden gewerkt dat de cliënten die meerdere aanvragen indienen met zo min mogelijk rompslomp worden geconfronteerd. Als daarvoor bestandskoppelingen nodig zijn, zullen die technisch en administratief zo snel mogelijk worden ge­concretiseerd, want het ambtelijk apparaat zit echt niet op extra werk te wachten.

Vervolgens schorst hij op verzoek van de heer Van der Veen de beraadslagingen voor vijf minuten.


(Schorsing.)


De voorzitter heropent de beraadslagingen.


Wethouder Van Pijkeren (CU) geeft namens het college in overweging het gewijzigde amendement 1 (SP-fractie) om te zetten in een motie, waarvan het dictum luidt:


Er wordt zo spoedig mogelijk een koppeling van bestanden tot stand gebracht om zo de aanvraag van de kosten die vergoed dienen te worden door middel van de bijzondere bijstand te vereenvoudigen.’

De heer Van der Pluym (GL) herinnert eraan dat al twee à die jaar geleden is uitgesproken dat de gemeente mensen die voor bijzondere bijstand in aanmerking komen actief zal opzoeken en helpen. Dat is oud beleid waaraan onvoldoende gestalte is gegeven. Het sp-amendement probeert die omissie via een inhaalslag – bestandkoppelingen op uiterlijk 1 januari 2007 – ongedaan te maken.


De voorzitter wijst er nogmaals op dat vermelding van die datum in de beleidsnota onlogisch is. Als de raad besluit de zojuist voorgelezen motie te aanvaarden, zullen zo spoedig mogelijk verbindingen worden gemaakt tussen alle daarvoor in aanmerking komende bestan­den. Sommige bestanden lenen zich nú reeds daarvoor, maar voor andere geldt dat eerst technische voorzieningen moeten worden getroffen. Met andere woorden: niet àlle bestanden kunnen op 1 januari aanstaande zijn gekoppeld. Vandaar dat het verstandig is burgemeester en wethouders op te dragen zo spoedig mogelijk zoveel mogelijk bestanden te koppelen.


De heer Langbroek (NE) beschouwt het collegevoorstel als ‘een goede optie’. Zijn fractie zal wel graag regelmatig in de commissie vernemen hoever het ambtelijk apparaat is gevorderd.


Mevrouw Quasten (SP) kan de gedachtegang van het college volgen, maar meent toch dat ‘zo spoedig mogelijk’ een nogal ruim begrip is.


De voorzitter: U moet ‘zo spoedig mogelijk’ opvatten als ‘indien het kan op 1 januari 2007’.


Mevrouw Kuijsten-Bouma (CU): Nu wordt aan de motie een wezenlijk andere lading gegeven.


De voorzitter: Ik tracht slechts behulpzaam te zijn.


Mevrouw Quasten (SP): Jawel, maar er heerst toch enige huiver. Aan de goede wil van het ambtelijk apparaat wordt echter niet getwijfeld. Op 2 januari verneemt de fractie graag de stand van zaken.


Mevrouw Kuijsten-Bouma (CU): Verbindt de SP-fractie consequenties aan de mogelijkheid dat op 1 januari 2007 niet de situatie zal zijn bereikt die nu wordt gewenst?


Mevrouw Quasten (SP): Wij zullen dan zeer teleurgesteld zijn!


De heer Boland (VVD/D66) verbaast zich hogelijk over de vraag van mevrouw Kuijsten. Als de raad de motie aanvaardt, dienen daaraan consequenties te worden verbonden. Mochten bepaalde fracties dat níét willen, dan moeten die tegen de motie stemmen.


Mevrouw Kuijsten-Bouma (CU): Het college van B&W heeft helder uitgelegd dat, ondanks alle inspanningen, niet kan worden toegezegd dat op 1 januari 2007 de situatie zal zijn bereikt die iedereen graag wil. Vandaar dat de fractie van de ChristenUnie die datum niet wil vastleggen. De fractie vertrouwt erop dat één en ander echt zo spoedig mogelijk zal gebeuren en dat de vorderingen op dit gebied regelmatig zullen worden gerapporteerd.


De heer Van der Veen (PvdA) weet zo langzamerhand niet meer waarover nog wordt gepraat! Hij had verwacht dat na de schorsing tot stemming zou worden overgegaan. Het collegevoorstel was een verrassing, want niets in de beantwoording wees in die richting. Wat wordt in stemming gebracht?


De voorzitter: Wat aanvankelijk het gewijzigde amendement 1 (SP-fractie) was en nu een motie is geworden. Thans gaat het alleen nog om de vraag of in de motie de datum 1 januari 2007 moet worden genoemd of met de omschrijving ‘zo spoedig mogelijk’ kan worden volstaan.


Mevrouw Quasten (SP): 1 januari 2007.

De voorzitter: Goed, dan luidt de motie nu:

Er wordt op 1 januari een koppeling van bestanden tot stand gebracht om zo de aanvraag van de kosten die vergoed dienen te worden door middel van de bijzondere bijstand te vereenvoudigen.’


Vervolgens wordt de motie bij handopsteken in stemming gebracht en met 12 tegen 5 stemmen verworpen.


Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezeggingen, vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


9. Verordening WMO.

(Voorstel nummer 073, 2006.)


De voorzitter vestigt de aandacht op het feit dat twee amendementen zijn ingediend, één van de SP-fractie en één van de PvdA-fractie.


De heer Fijma (PvdA) licht het PvdA-amendement toe. Tijdens de discussie over de beleidsnota is aan­gegeven dat voor de fractie van de PvdA de kwaliteit van de zorg centaal staat en het amendement is hiervan een uitvloeisel.

In de verordening wordt de WVG-term8 ‘de goedkoopste, adequate voorziening’ gehanteerd. Aan de hand daarvan wordt beoordeeld welke hulp of voorziening wordt aangeboden. In de praktijk kan dat tot problemen leiden. Iemand die, bijvoorbeeld, een traplift nodig heeft, krijgt die niet, maar moet naar een andere woning verhuizen, omdat die oplossing de goedkoopste, adequate voorziening is. Juridisch-technisch is dat volkomen correct, maar vanuit sociaal oogpunt acht de PvdA-fractie dat onwenselijk. Vandaar dat wordt bepleit bij het toekennen van een voorziening ook te kijken naar de mogelijkheden van maatschappelijke participatie voor de betrokkene. Weliswaar kan het college van B&W op grond van de hardheids­clausule uitzonderingen maken, maar dat brengt de betrokkenen, die meestal in een kwetsbare po­sitie verkeren, in een nogal rechteloze positie.


Mevrouw Quasten (SP) roert het compensatiebeginsel aan. De fractie van de Socialistische Partij heeft zich in de commissie op het standpunt gesteld dat het compensatiebeginsel moet worden vervangen door een compensatieplìcht. Uit de antwoorden van het ambtelijk apparaat blijkt immers dat jurisprudentie duidelijk zal moeten maken hoe gemeenten in de praktijk met het compensatiebegìnsel dienen om te gaan. Dat schept vooralsnog onduidelijkheid en daarom wil de SP-fractie de term ‘compensatieplìcht’ in de verordening opnemen.


De heer Boland (VVD/D66) zal het op prijs stellen als eerst het college op de amendementen reageert en daarna de andere fracties aan het woord komen.


De voorzitter: Oké.


Wethouder Van Pijkeren (CU) antwoordt als volgt.

PvdA-amendement. De regeling ‘de goedkoopste, adequate voorziening’ in de nieuwe Verordening voor­zieningen maatschappelijke ondersteuning is één op één overgenomen uit de huidige wvg-ver­or­de­ning. Het opnemen van de maatstaf ‘maatschappelijke participatie’ in de begripsomschrijving houdt een uitbreiding van zorg in, waarvan de financiële gevolgen op dit moment niet kunnen worden overzien. Reeds eerder is gezegd dat de praktijk duidelijk zal maken moeten hoe de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning wordt uitgelegd en toegepast. Ter zake zal zeker jurisprudentie ontstaan.

In de geest van het amendement wordt de bestaande wvg-verordening al uitgevoerd. In die gevallen waarin verhuizing zal leiden tot een onbillijke of onredelijke situatie vindt op grond van de hardheidsclau­sule een toewijzing van de gevraagde voorziening plaats. Door opnemen van de bepaling in de Ver­ordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning wordt tevens afgeweken van de verordenin­gen in de regio en dit acht het college niet wenselijk. Vandaar dat burgemeester en wethouders het PvdA-amendement ontraden.

SP-amendement. Het uitgangspunt is dat bij elke wmo-aanvraag de zorgplicht vaststaat. Bij het beoordelen van de aanvraag vindt altijd een individuele belangenafweging plaats. Het is altijd mogelijk dat van de algemene verplichtingen wordt afgeweken. De hardheidsclausule kan de escape zijn om in een bijzonder geval of situatie compensatie te zoeken voor de oplossing van de hulpvraag. Het compensatiebeginsel staat nu in de verordening.

In 2007 zal ongetwijfeld jurisprudentie ontstaan over de toepassing van de verordening en hoe met de zorgvraag moet worden omgegaan. Tijdens de evaluatie in 2007 zal aan de hand van de ontwikkelingen worden bekeken of aanpassing noodzakelijk is. Nu, op voorhand, het beginsel te vervangen door compensatieplicht acht het college van B&W overbodig.


De heer Boland (VVD/D66) beperkt zich tot de ingediende amendementen.

PvdA-amendement. Het antwoord van de wethouder komt overeen met de lijn die de VVD/D66-fractie kiest. Afgesproken is de verordening één op één in te voeren en niet te proberen ‘wvg-reparatie­wet­ge­ving’ door te voeren.

Over de wmo doen allerlei negatieve geluiden de ronde, maar daarbij wordt vergeten dat de wet ook wel degelijk positieve kanten heeft. Het feit dat een landelijke regeling naar gemeentelijk niveau is gebracht, schept de mogelijkheid meer maatwerk te leveren. Het schrijnende voorbeeld dat de PvdA-frac­tie heeft geschetst, is in de nieuwe situatie wellicht veel gemakkelijker tot tevredenheid op te lossen dan voorheen. Hiermee moet eerst maar eens ervaring worden opgedaan.

SP-amendement. Juridisch zijn beginselen helder. Als een beginsel tot een plicht wordt gemaakt, bestaat niet langer de mogelijkheid een afweging met andere beginselen te maken. Met het oog hierop heeft de Tweede kamer bewust de term ‘compensatiebegìnsel’ in de wet opgenomen. Ten opzichte van B&W getuigt het van veel wantrouwen als dit beginsel door compensatieplìcht wordt vervangen.

Conclusie: de fractie van de VVD/D66 steunt de amendementen niet.


De heer Langbroek (NE) volstaat met de mededeling dat de fractie van Nieuw Enkhuizen geen van beide amendementen steunt.


De heer Van der Pluym (GL) hoorde de wethouder twee maal zeggen dat met gebruikmaking van de hardheidsclausule reparaties zouden kunnen worden aangebracht. Voor de raad is het echter van belang te trachten de algemene wetgeving in de verordening te regelen.

PvdA-amendement. In de toelichting wordt een helder voorbeeld genoemd. De fractie van GroenLinks on­der­steunt het amendement dan ook.

SP-amendement. De gemeente heeft een zorgplicht. Ook als compensatieplicht wordt opgenomen, blijft de zorgplicht vooropstaan. In dezen sluit de GL-fractie fractie zich aan bij de opmerking van de heer Boland dat het compensatiebeginsel duidelijk is. Het amendement wordt daarom niet gesteund.


Mevrouw Quasten (SP) voelt al uit welke hoek de wind waait! De fractie van de Socialistische Partij trekt haar amendement in.


Mevrouw Compaan-Wisselink (CU) constateert dat in de verordening veel wvg-regelingen zijn overgenomen. Misschien moeten die regelingen geheel of gedeeltelijk worden herzien, omdat niet is uitgesloten dat is nagelaten die teksten tijdig te updaten. Zo wordt in artikel 25 gesteld dat iemand met 1,5 maal het minimuminkomen geacht wordt een auto te kunnen aanschaffen. Gezien het gestegen prijspeil en het feit dat de vergoedingen minder sterk omhoog zijn gegaan, is het de vraag of deze onderstelling nog wel juist is. Wordt aan dit soort zaken in het beleidsplan wmo aandacht geschonken?

PvdA-amendement. De VVD/D66-fractie lijkt het waarschijnlijk dat in de nieuwe situatie veel meer maat­werk kan worden geleverd; daarmee zou eerst eens ervaring moeten worden opgedaan. Wordt hiermee in voldoende mate aan het PvdA-amendement tegemoet gekomen? Evenals de VVD/D66-fractie wil de fractie van de ChristenUnie eerst ervaring met de nieuwe verordening opdoen. Als het echt mis­gaat, kan altijd nog worden ingegrepen.


De heer Fijma (PvdA) rest, gehoord de gevoerde discussie, niets anders dan het PvdAamendement in te trekken.


Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.


10. Sluiting.


De voorzitter sluit de vergadering (22.44 uur).




Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad

van de gemeente Enkhuizen op 31 oktober 2006



De raadsgriffier, De voorzitter,






(F.W. Baan) (J.G.A. Baas)














Bijlagen.




Voorafgaand aan de behandeling van agendapunt 8, Beleidsnota WMO, voorstel nummer 086, 2006, is onderstaand, niet-voorgelezen amendement ingediend.



Amendement 1 / fractie van de Socialistische Partij.



De raad van de gemeente Enkhuizen,

in vergadering bijeen op dinsdag 26 september 2006,


besluit:

toe te voegen aan Beleidskader 13:

Daarbij wordt op korte termijn een koppeling van bestanden tot stand gebracht om zo de aanvraag van de kosten die vergoed dienen te worden door middel van de bijzondere bijstand te vereenvoudigen.’


en gaat over tot de orde van de dag.’



Toelichting.

Deze toevoeging heeft een aantal voordelen.

  1. Kosten en uren voor beoordeling aanvragen worden tot een minimum teruggebracht.

  2. Het is klantvriendelijk, men hoeft er niet naar om te kijken.

  3. Hiermee wordt beoogd dat mensen die recht zouden hebben op vergoeding door middel van bijzondere bijstand deze ook daadwerkelijk ontvangen.




Voorafgaand aan de behandeling van agendapunt 8, Beleidsnota WMO, voorstel nummer 086, 2006, is onderstaand, niet-voorgelezen amendement ingediend.



Amendement 2 / fractie van Nieuw Enkhuizen.



De raad van de gemeente Enkhuizen,

in vergadering bijeen op dinsdag 26 september 2006,


gelezen Beleidskader 13, luidende:

Bij de voorziening hulp bij het huishouden wordt een inkomensafhankelijke eigen bijdrageregeling opgenomen die gelijk is aan de huidige AWBZ eigen bijdrage.’


besluit toe te voegen:

Bij steunaanvraag via de bijzondere bijstand voor kostenvergoeding bij hulp bij het huishouden zal bij vermogenstoetsing ook gekeken worden of de aanvrager het eigen inkomen geheel uit vermogen haalt. Indien dit inkomen geheel uit eigen vermogen komt en lager is dan 120 % van het minimuminkomen zal de aanvraag gehonoreerd worden naar inkomen.’


en gaat over tot de orde van de dag.’



Toelichting.

Cliënten welke hulp bij het huishouden vragen, en daar door middel van indicatie recht op hebben, verkrijgen in gevallen hun inkomen uit vermogen. Deze inkomens zijn niet altijd hoog, en kun­nen zelfs laag zijn. Als deze mensen bij aanvraag voor vergoeding van kosten bij hulp bij het huis­houden via de bijzondere bijstand op vermogen getoetst worden, en daardoor geen vergoe­ding van kosten krijgen, komen ze net als ieder ander met een minimuminkomen onder het sociaal minimum. Interen op het eigen vermogen dat inkomen verschaft zorgt dat het inkomen daalt, en leidt mensen langs een vicieuze cirkel uiteindelijk naar een uitkeringssituatie.




Voorafgaand aan de behandeling van agendapunt 8, Beleidsnota WMO, voorstel nummer 086, 2006, is onderstaand, niet-voorgelezen amendement ingediend.



Amendement 3 / fractie van Nieuw Enkhuizen.



De raad van de gemeente Enkhuizen,

in vergadering bijeen op dinsdag 26 september 2006,


gelezen Beleidskader 11, luidende:

De gemeente zet voor respijtzorg en hulp bij het huishouden daarvoor geselecteerde uitkeringsgerechtigden in op vrijwillige basis. Daartoe worden regels en criteria ontworpen.’


besluit deze tekst te wijzigen in:

De gemeente zet voor respijtzorg en hulp bij het huishouden uitkeringsgerechtigden in op basis van beschikbaarheid; daartoe worden regels en criteria ontworpen.’


en gaat over tot de orde van de dag.’



Toelichting.

De WWB maakt het mogelijk uitkeringsgerechtigden maatschappelijk nuttige activiteiten te laten ontplooien in het kader van reïntegratie en/of voorkomen van sociaal isolement. In Enkhuizen is dit geregeld in de Verordening reïntegratie WWB 2004, artikel 8, Sociale activering.


Artikel 8 Sociale activering.

  1. Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een reïntegratietraject activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering.

  2. Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten ter voorbereiding op een traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen van sociaal isolement.


De invoering van de WMO maakt het mogelijk uitkeringsgerechtigden activiteiten aan te bieden als bovenstaand genoemd. Vanuit de visie ‘Solidariteit in de samenleving is tweerichtingsverkeer’ wordt gemeend aan de mogelijkheid hiertoe dan ook uitvoering te kunnen gaan geven. Om dit te bereiken zal de vrijwillige basis dan ook losgelaten dienen te worden, en vervangen worden door de basis van beschikbaarheid.

Voor de term ‘beschikbaarheid’ zullen criteria ontworpen dienen te worden. Voorbeelden van criteria zouden kunnen zijn: gezond van lijf en leden, geen opleiding volgend in het kader van reïntegratie, geen stage volgend in het kader van reïntegratie, geen alleenstaande ouder zijnde van kinderen jonger dan vijf jaar et cetera.





Voorafgaand aan de behandeling van agendapunt 9, Verordening WMO, voorstel nummer 073, 2006, is onderstaand, niet-voorgelezen amendement ingediend.



Amendement 1 / fractie van de PvdA.



De raad van de gemeente Enkhuizen,

in vergadering bijeen op dinsdag 26 september 2006,


besluit:

artikel 2, eerste lid, sub b, van de verordening als volgt te wijzigen:

deze gemeten naar objectieve maatstaven waaronder de (bestaande mogelijkheden tot) maatschappelijke participatie van de aanvrager, als de goedkoopste, adequate voorziening kan worden aangemerkt;’


en gaat over tot de orde van de dag.’



Toelichting.

In het collegevoorstel wordt het WVG-criterium van de goedkoopste, adequate voorziening overgenomen in het voorzieningstelsel in de WMO. Wij vinden echter dat bij de bepaling van de goed­koopste, adequate voorziening ook rekening moet worden gehouden met de bestaande woon- en leefsituatie van de aanvrager.

Bij het WVG-regime kwam het bij hantering van het beoordelingscriterium van de goedkoopste, adequate voorziening namelijk voor dat indien een aanvrager behoefte had aan een traplift hij geen traplift in zijn woning kreeg geïnstalleerd, maar zou moeten verhuizen naar een gelijkvloer­se woning of een andere woning waar al een traplift aanwezig was.

Juridisch-technisch was deze ‘oplossing’ volkomen juist, maar sociaal gezien natuurlijk totaal onaanvaardbaar. Dergelijke schrijnende situaties kunnen worden voorkomen door in de verordening bij de bepaling van de goedkoopste, adequate voorziening ook de bestaande mogelijkheden tot maatschappelijke participatie van de aanvrager als wegingsfactor op te nemen.





Voorafgaand aan de behandeling van agendapunt 9, Verordening WMO, voorstel nummer 073, 2006, is onderstaand, niet-voorgelezen amendement ingediend.



Amendement 2 / fractie van de SP.



De raad van de gemeente Enkhuizen,

in vergadering bijeen op dinsdag 26 september 2006,


besluit de bestaande tekst:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:

b. Compensatiebeginsel: de algemene verplichting aan het gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen een gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke participatie;’

te vervangen door:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:

b. Compensatieplicht: de verplichting aan het gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen een gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen, zodat zij zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke participatie;’


en gaat over tot de orde van de dag.’



Toelichting.

De compensatieplicht is een resultaatverplichting voor gemeenten om beperkingen te compenseren.

  • De gemeente dient geen passieve houding aan te nemen door de komende jurisprudentie af te wachten.

  • De gemeente dient het volgende te vermijden: ‘De praktijk zal moeten uitwijzen op welke wijze de gemeente met het compensatiebeginsel omgaat.’




1 WMO: Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning.

2 PgB: persoonsgebonden budget.

3 ISO: International Standardisation Organization.

4 WWB: Wet Werk en Bijstand.

5 AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

6 B&W: burgemeester en wethouders.

7 Wozoco: woonzorgcomplex.

8 WVG: Wet Voorzieningen Gehandicapten.