Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

“Iedereen doet mee! Ter heil van.....??”

(1 november 2010)

 

In december 2008, een paar dagen voor Kerst, kreeg mijn vriendin Inge de laatste van haar serie chemokuren die 4 uur en 3 kwartier per keer duurden. Het waren zware kuren voor een zware, pijnlijke vorm van kanker.

De artsen in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis hadden verteld dat als deze kuren goed aansloegen, Inge in februari 2009 geopereerd zou gaan worden om de eventueel nog aanwezige tumoren en tumortjes te verwijderen.

 

Na een aantal zaken die bijna verkeerd gingen, zoals altijd gebeurt, kon Inge eindelijk inderdaad eind februari 2009 geopereerd worden. Dit hield in dat ze van tevoren dus hulp in haar huishouding moest gaan regelen voor als ze geopereerd zou zijn.

Omdat Inge door een vroegere tekenbeet (volgens het AMC) in haar voormalige woongebied Mallorca Multiple Sclerose had opgelopen, had ze al een vorm van hulp in de huishouding. Ze kon sommige dingen niet, en haar dochter was gewoonweg nog te jong om dat soort dingen op te vangen. Ook ik was niet onbeperkt beschikbaar, met een eigen complete huishouding, kind en fulltime job.

 

In januari 2009 ging ze bellen om aanvullende hulp in de huishouding te regelen. Dat bellen was geen sinecure, degene aan de “helpdesk” van de CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) meldde haar namelijk dat het regelen van aanvullende hulp niet mogelijk was omdat herindicaties pas in september zouden gaan plaatsvinden.

Inge was uiteraard verbaasd, en vertelde dat haar in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis verteld was dat ze aanvullende hulp móést gaan regelen. Ze zou namelijk opengesneden worden van vagina tot borstbeen, er stond haar een enorme “erop of eronder” operatie te wachten. De vrouw aan de telefoon meldde dat dit spijtig was, maar dat herindicaties toch écht pas in september zouden plaatsvinden. Mevrouw zou helaas moeten wachten voor een dergelijke aanvraag.

Wat Inge ook vertelde, meldde, smeekte en informeerde richting en naar de vrouw aan de CIZ-telefoon: ze kreeg géén hulp extra. Ondanks dat het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis dit als onvoorwaardelijk nodig beschouwde.

 

Mijn moeder, die in haar jongere jaren driekwart van haar leven in de zorg heeft gewerkt, werd bloedpissig. Ze kende de wegen, en belde daarom zelf nogmaals. Maar ook zij ving bot: de herindicaties vonden pas in september plaats. De CIZ had er alle begrip voor dat mevrouw vond dat ze eerder hulp nodig meende te hebben, maar helaas dat kon niet.

Inge meldde dit bij het Antoni. Daar waren ze totaal perplex, en ze vroegen of het CIZ (dat op last van de gemeentes indiceert!) wel  begrepen had wat er stond te gebeuren. Er was naast mantelzorg professionele hulp nodig. Ze gingen zelf bellen.

Nadat ze gebeld hadden, en in eerste instantie ook bot vingen, kregen ze het CIZ eindelijk toch zo ver dat er iemand langs zou komen om te kijken. Het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, gespecialiseerd in kanker en gewend om zaken te moeten regelen voor patiënten, kon niet anders dat tegen Inge en mij zeggen dat ze nog nooit een instelling zó onterecht moeilijk doende hadden meegemaakt als nu de CIZ voor Enkhuizen deed. Ze waren volledig verbijsterd.

 

Maar die vrouw kwam langs, zoals beloofd. Die vrouw marcheerde strak kijkend en bits door het huis. Eén arm op de rug, de ander meezwaaiend tijdens het lopen. Teenijzers en hakijzers keurig tegelijkertijd neerkomend op de vloer, in de maat van hoe het gaat, marcheerde ze door Inge’s huisje aan de Vette Knol. Rak-tak rak-tak tak-tak tak-tak….

Ze bekeek alles, vroeg op blaffende toon een aantal zaken, en opende ongevraagd alle deuren. In de badkamer aangekomen bulderde (ja: letterlijk bulderde) ze, in een flits ineens met de in de loopmaat zwaaiende arm omhoog wijzend: “Wie heeft dat kinderjasje aan die douchestang opgehangen! WIE HEEFT DAT KINDERJASJE OPGEHANGEN!”

Inge schrok zich rot, ze wist niet wat ze verkeerd gedaan had. Ze zei trillend: “Dat heeft de buurvrouw voor me gedaan. Claudia (haar dochter van toen net enkele dagen 10 jaar oud) kan daar niet bij, en ik kan dat niet.” De overheidsrobot verordonneerde: “Als je dat wél kunt krijg je géén extra hulp! Je kind zou trouwens ook een hoop kunnen doen na die operatie! Je zou met de school kunnen afspreken dat ze een paar weken thuis blijft!! Je hoort nog of je extra hulp krijgt, reken er niet zomaar op!”

 

Het was te gek voor woorden natuurlijk. Dit is niet de bedoeling van hoe zorg naar mensen toe in uitvoering gebracht wordt, en dit is zéker niet hoe er met mensen die in een noodsituatie zitten omgegaan dient te worden.

Het WMO-loket in Enkhuizen is niet slecht, maar die CIZ wordt blijkbaar, uitgaande van deze gebeurtenis, bemand door mensen waarvan sommigen beter 65 jaar terug in andere instellingen hadden kunnen werken. Een mooi zwart bedrijfsuniform, mooie laarzen, een dosis almacht, en marcheren maar. Er is geen verschil….

 

Uiteindelijk, nadat óók het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis weer belsessies uitgevoerd had, kreeg Inge de noodzakelijke hulp. Het heeft de gemeente en de overheid after all niet heel veel geld gekost. Gelukkig voor de nationale, regionale en gemeentelijke financiën ging ze 2 maanden en 1 dag na de operatie om 1 minuut voor 1 ’s middags dood. Je moet er toch niet aan denken dat het allemaal nóg meer had moeten kosten!

Toch….?

 

Hans Langbroek