Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Winkels, zondagen en dinosauriërs

(27 september 2009)

 

Lang geleden, onchristelijk lang geleden, was onze liefdevolle Moedertje Aarde al Moedertje Aarde, maar nog niet de lieftallige Moedertje Aarde zoals wij haar tegenwoordig kennen. Ze was woest, wild, heet en ze krioelde van het moordende leven.

Op haar oppervlak leefden gruwelijk uitziende wezens. Ze waren geschubd, ze waren groot en klein, ze brulden, jaagden en vraten elkaar op, werden opgevreten, hadden klauwen en waren koudbloedig. Het waren de koningen, keizers en heersers der schepping: de dinosauriërs!

 

De dinosauriërs liepen arrogant en zich nergens wat van aantrekkend over de aarde. Ze heersten. Alles was aan ze ondergeschikt, alles werd door ze gegeten. De dinosauriërs vonden zichzelf zó ontzettend geweldig, dat ze dachten dat ze het perfecte eindproduct van de schepping waren. Dat ze in hun perfectie altijd zo konden blijven als dat ze waren, dat ze superieur geschapen waren.

In diezelfde tijd leefden er kleine diertjes op de aarde. Ze waren zo klein en onbetekenend, dat niemand door had dat ze bestonden. Hooguit soms een kleinere dino die per ongeluk zo’n klein diertje zag lopen, en die dat diertje dan prompt opvrat. Die kleine diertjes leken precies op muizen, en ze piepten. Kleine, bange, overal voor vluchtende rillende en piepende muisjes….

 

Lees het goed: rillende muisjes! Ze rilden van angst, en ook als ze het koud hadden! Deze muisjes hadden het koud, maar ze waren warm. Ze hadden een eigen klein centraal verwarmingssysteempje ontwikkeld, elke muis een eigen klein systeempje. Elke muis hield zichzelf warm, ongeacht of de omgeving warm was of niet. De muizen rilden als ze het koud hadden, de muizen waren warmbloedig! Warmbloedig, niet koudbloedig zoals de machtige dino’s!

De dino’s lachten zich rot om die muizen. Heersers, koningen en keizers die zich goddelijk en de enige waarheid wanen, lachen zich altijd rot om onbetekenende wezentjes die ze inferieur en ongevaarlijk achten. Warmbloedig…. Wat had je dáár nu aan! De aarde gaf warmte, de aarde gaf alles dat een levend wezen nodig had! De aarde had altijd alles gegeven dat nodig was! Al je jezelf maar inzette, op jacht ging, moordde en uiteenreet en dan daardoor kon eten!

Idiote piepende muizen met hun interne overbodige en niet-noodzakelijke cv-installatie….

 

En toen viel er een grote meteoor, barstte er een vulkaan zo groot als India uit, en ontstonden er ineens ijstijden en werd het wat frisjes op Moedertje Aarde. Moedertje Aarde werd streng voor haar kinderen, en keek wie het waard was te overleven en wie niet.

Eén voor één vielen de dinosauriërs langzaam ter aarde. Er was geen warmte, dus er was ook geen warmte meer om hun grote gespierde lichamen in beweging te houden. Koudbloedigen hebben omgevingswarmte nodig om te kunnen leven, en grote koudbloedigen hebben véél warmte nodig om te kunnen leven….

Als er ijs en sneeuw ligt, dan gaan grote koudbloedigen dood. Dat deden ze dan ook. Eén voor één stierven de eens zo machtige heersers der aarde, hun grote gespierde lijven krachteloos en nutteloos geworden in de ijzige omgevingen die waren overgebleven op de streng geworden Moedertje Aarde….

Wat bleef waren de piepende muizen. Piepende muizen met een eigen intern cv-installatietje, die hun jongen warm in zich meedroegen in plaats dat die in eieren doodvroren in ijs en sneeuw. Koudbloedigen kunnen geen eieren proberen uit te broeden als er geen warmte is…

 

De piepende muizen hadden ineens verbaasd de aarde geërfd van de machtige dino’s. Een Moedertje Aarde die zag dat het goed was, dat wat over was waard was om met haar verder te leven.

 

Moedertje Aarde zag dat de evolutie haar werk prachtig gedaan had, en dat die geschapen had wat goed is en onder veranderende omstandigheden kon blijven overleven. De piepende muizen konden zich op hun nu weer langzaam opwarmende aarde ontwikkelen tot allerlei wezens die het waard waren ontwikkeld te worden als kinderen van Moedertje Aarde.

De piepende muizen ontwikkelden zich tot giraffen, tot cavia’s, tot leeuwen, tot ijsberen, tot muskusratten, tot neusapen, tot honden en tot mensen.

De laatste nakomelingen van de piepende muizen, de piepende mensen, piepen nu in de raadszaal van Enkhuizen over of op zondag de winkels open mogen of niet. Het is een gepiep van jewelste.

De nakomelingen van de piepende muizen hebben heel wat soorten piepen meegekregen van de evolutie: digitale piepen, telefonische piepen, gedrukte piepen, en gebrulde piepen. Al die piepen worden ingezet over of de winkels open mogen op zondag of niet.

Eigenlijk piepen deze nakomelingen over of je op zondag een eikel of zaadje mag pakken om te eten of niet, of je op zondag een blaadje mag plukken om te eten of niet…..

 

Enkele eeuwen lang hebben we geen spulletjes mogen kopen op zondags in de winkels. Dat kwam omdat de heersende godsdienst meende dat haar god dat niet goed vond. Nu zijn er nog veel meer goden bijgekomen in Nederland, en één van die nieuwe goden is zelfs de snelst groeiende aanbeden god.

Er is geen reden meer om op basis van een heersende godsdienst winkels dicht te houden op zondag, oftewel om op zondag op basis van de wil van de eigen vermeende god te verbieden blaadjes te plukken om te eten, een zaadje op te rapen om te knabbelen….

 

De argumenten om dat blaadje plukken te verbieden, nog steeds op basis van de vermeende wil van de vermeende enige god, worden dan ook rap aangepast aan wat men meent dat vast wel aanvaard wordt. De oude argumenten luistert niemand meer naar namelijk. Nu zegt men gewoon dat de kleine man eronder lijdt, en of dat waar is weet niemand. Ik denk het niet, zij geloven van wel. Maar: het gaat daar niet om, het gaat in de basis nog steeds om dat ene blaadje dat niet geplukt mag worden op basis van die vermeende wil van die vermeende god, de rest is er als vermeend argument bijgezocht! Niet heel charmant gedaan, maar wel hoe het gaat.

 

De evolutie laat wezens en zaken die zich niet aan veranderende omstandigheden kunnen aanpassen, ongeacht waarom dat is, niet leven. De evolutie zorgt dat die wezens en zaken verdwijnen in de mist en onzichtbaarheid van de geschiedenis. De evolutie maakt die wezens en zaken dood.

Onze wereld, ons Europa, dat we allemaal meegeholpen hebben te laten ontstaan door niet te zorgen dat het niét ontstond, is een aan verandering onderhavige wereld. Is een voor winkels, bedrijven, detailhandel en andere zaken aan verandering onderhavige wereld. Degenen die menen dat zij niet hoeven te veranderen, maar zeggen dat de wereld zich moet aanpassen aan hén, die verdwijnen en gaan dood. Ze verdwijnen in de mist en onzichtbaarheid van de geschiedenis, net als de dinosauriërs. De rest gaat door, ongeacht wat de niet-evoluerenden daarvan vinden.

 

Koopzondagen, winkels open op zondag, blaadjes plukken en zaadjes rapen op zondag: het is de nieuwe wereld. Halleluja, Moedertje Aarde zorgt goed voor ons, als je maar ziet en wilt zien dat dit zo is, en jezelf met haar mee durft te veranderen.