Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

West-Friesland en herindelingen

(10 januari 2009)

 

West-Friesland is altijd opstandig geweest. In het verleden moesten er door Floris de Vijfde zelfs dwangburchten gebouwd worden om de West-Friezen in het gareel te houden nadat ze eindelijk verslagen waren. Vanaf dat moment waren de West-Friezen omgeturnd in Hollanders, of ze het wilden of niet.

 

Maar de opstandigheid bleef. Aangezien er niets meer was om effectief opstandig tegen te kunnen zijn, werden de West-Friezen opstandig tegen elkaar. Boer tegen boer, buurt tegen buurt, dorp tegen dorp, kerspel tegen kerspel, en stadje tegen stadje.

Buiten saamhorigheid in opzichten die met menselijkheid te maken hebben, waren en zijn West-Friezen het nooit met elkaar eens. Nergens over, en dat al eeuwenlang. Discussies die op basis van gelijkheid gevoerd moeten worden voor een gezamenlijk doel, kunnen in West-Friesland generaties duren. Of het nu een vierkante meter erftwist tussen twee boeren betreft, of een grensaanpassing tussen twee gemeentes die een win-winsituatie oplevert. Dit is West-Friesland.

 

De laatste drama’s op dit gebied kunnen gedefinieerd worden als:

 

- de bizarre grondeis van Medemblik ten koste van gemeente Wieringermeer

 

- de terechte grondvraag van Hoorn aan de buren waar schandalig genoeg zelfs geweigerd wordt over te praten

 

- de ellenlange discussies over de route van de aan te leggen N23 waarin minstens de schijn van cliëntelisme van politici richting vermeende achterban in veler ogen gewekt is

 

- de dramatische beslissing van de gemeenteraad van Andijk om te fuseren met Medemblik ipv met de meest logische partners Stede Broec en Enkhuizen; dit tegen de wil van zo’n 70% meerderheid van de bevolking in, volgens een enquête van het lokale weekblad “De Andijker”

 

Het duidt allemaal op onvermogen om als regio één vuist te kunnen maken als er een gezamenlijk belang is, op onvermogen om als éénheid op te treden als het belang van de burgers van West-Friesland op deze wijze gediend moet worden door de heren politici.

Het duidt allemaal op vormen van kleingeestige dorpspolitiek, op het onvermogen de belangen die buiten de eigen dorpsgrenzen liggen op het juiste gewicht mee te wegen in besluitvorming.

 

Ik vermoed dat de kiezers in veel gemeentes hun volksvertegenwoordigers ingehaald hebben. Uitgaande van gesprekken met mensen maak ik op dat fusies van gemeentes in de lijn der logica gezien worden door veel West-Friezen; in de lijn gezien worden van versterken van jezelf in de groeiende wereld van de EU, waarin meer grootte ook meer kracht betekent als je gaat voor ontwikkeling.

 

Dat is sinds langere tijd ook mijn visie op de zaak. Waar ik voorheen praatte over de directe bereikbaarheid van het bestuur in kleinschaligheid, de directe aanspreekbaarheid daarvan, de overzichtelijkheid van een kleine gemeente, kortom, de menselijke maat, spreek ik nu over andere dingen.

De menselijke maat is belangrijk, voor mij wel althans. Maar de menselijk maat is belangrijk in zaken die het dagelijkse, directe leven betreffen.

De menselijke maat is belangrijk bij scholen, zodat leerlingen niet verzuipen als nummer in een grote, onpersoonlijke en kille organisatie.

De menselijke maat is belangrijk in ziekenhuizen of ziekenhuisafdelingen, zodat mensen de mensen kunnen blijven die ze zijn, en niet ontmenselijkt worden als productienummer met een defect.

De menselijke maat is belangrijk voor zorginstellingen in de werkwijze, zodat zorgpatiënten geholpen worden op een menselijke en betrokken wijze ipv dat ze als een abstracte probleemstelling van WMO-loket naar WMO-loket gestuurd worden.

Mensen zijn mensen, en mensen dienen behandeld te kunnen worden als mensen.

 

Maar met gemeentes werkt dat toch anders in een dramatisch snel veranderende wereld, waarin grootte ineens een factor van beslissende kracht blijkt te zijn.

Nu is er al een voorzichtige trend dat regio’s en de diversiteit waaruit ze intern bestaan trachten organisaties op te zetten of regio-overschrijdende organisaties trachten te steunen die gezamenlijke belangen behartigen. Een voorbeeld hiervan is Noord-West8.

 

Als wij als West-Friese politici alle zaken eens op een rijtje zetten, ons eigen aantoonbare falen open neerzetten inzake bijvoorbeeld de paar zaken die ik bovenstaand genoemd heb.

Als wij als West-Friese politici eens eerlijk zijn, en allerlei persoonlijke gevoelens van trots op de eigen gemeente, of persoonlijke weerzin tegen andere gemeentes, of het gevoel op het pluche van de eigen kleine gemeente te willen blijven zitten, of wat dan ook van dit niveau, eens opzij zetten.

Als wij als West-Friese politici gewoon eens helemaal in alle opzichten gaan voor het belang van de mensen die in deze regio onze medeburgers zijn, eens helemaal met een grote telescoop over de grenzen van onze eigen gemeente kijken, wat kunnen we dan werkelijk uit eerlijkheid anders beslissen dan dat we van West-Friesland twee gemeentes maken?

 

Dan beslissen we met zijn allen dat de stad Hoorn, de stad die nu reeds zoveel grote-stads centrumfuncties vervult, er een groot stuk grond bijkrijgt om het zuurstoftekort voor functioneel lange tijd op te kunnen lossen. Zodat de centrumfuncties in de breedte die deze stad voor alle West-Friezen herbergt en mogelijk maakt ook werkelijk zo effectief en grote-stads mogelijk door Hoorn geherbergd en mogelijk gemaakt kunnen worden.

Dan beslissen we dat Hoorn zich nog heel lang kan ontwikkelen tot naar waar de stad naar op weg is.

 

Dan beslissen we dat de rest van West-Friesland één gemeente wordt. Eén gemeente die een heel andere ontwikkelingsroute kan volgen juist doordat Hoorn dan alle mogelijkheden gegeven zijn.

De rest van West-Friesland kan kleine dorpen van tientallen huizen in stand houden als kleine landelijke woonkerntjes, kan eigen werkgelegenheidscentra aanwijzen ipv dat overal het landschap versnipperd raakt door bedrijfskolossen.

De rest van West-Friesland kan dan als één gemeente zijnde een heel eigen, geïntegreerd beleid maken waarin natuurwaarden en groen, recreatie, werkgelegenheid, woongelegenheid, infrastructuur en alles dat er toe doet, een eigen afgewogen plek krijgen.

De rest van de West-Friezen kan dan in kracht vanuit gezamenlijkheid zorgen en kiezen voor een totaalontwikkeling van ons mooie gebied dat de moeite waard is voor iedereen en voor ons nageslacht, ipv elkaar naar het politieke en buurdorpse leven te staan.

 

Het is de enige wérkelijke samenwerking die ons brengt wat iedereen eigenlijk zou willen: een mooi, maar ook stérk West-Friesland van ons allemaal.

 

 

Hans Langbroek,

raadslid voor de fractie van Nieuw Enkhuizen