Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

 Wereldjes
(27 augustus 2006)

Ik heb me altijd in de periferie begeven van allerlei wereldjes, en ben nooit echt helemaal in die wereldjes gedoken. Dat komt doordat op een dag in de trein van Heerhugowaard naar Hoorn al denkende het kwartje bij me viel, op m'n veertiende jaar. Een vriendje van me zat op een club, en hij praatte wel eens met lui van die club. Hij zei dan heel andere dingen dan dat ik wist hoe hij werkelijk over die dingen dacht. Het jochie dat ik was begreep direct dat hij zich aanpaste om in dat wereldje te kunnen blijven behoren, en het wekte destijds een soort gruwelijke weerstand bij me op. Ik herinner me dat die weerstand zó groot was dat ik er hoofdpijn achter m'n voorhoofd van kreeg!

Er zijn allerlei wereldjes in onze samenleving, en sommige wat grotere worden wel subcultuurtjes genoemd door de aard van die wereldjes. Maar het heeft me altijd verbaasd dat in feite ieder mens dat je tegenkomt een wereldje vertegenwoordigt. Al die mensen die je overal tegenkomt, en waar je langsloopt alsof het bomen zijn, of stoeptegels, ze vertegenwoordigen als je met ze in aanraking komt allemaal een complete wereld. Soms met allerlei absurde en verbazingwekkende eigenschappen. Ze blijken moeilijk lerende of hoogbegaafde kinderen te hebben, of vreemdgaande partners, of idolaat te zijn van het kweken van fuchsia's, helemaal in de parkietenfokkerij te zitten of een hekel te hebben aan Parijzenaars doordat hun dochter met een Parijzenaar gaat...

Iedereen zit wel in één of meer wereldjes, soms meer, soms minder. Ik heb ook in wereldjes verkeerd, maar dus immer in de uiterste periferie van die wereldjes. Bijvoorbeeld in het stoere jongenswereldje, via de vriendin van de Vette Knol vroeger in de uiterste periferie van de Amsterdamse krakertjes, in het hondenfokkers- en hondententoonstellingswereldje, in het studerende luitjeswereldje, in verschillende randdebielen- en randfigurenwereldjes, en nog wat andere wereldjes.
Wat die wereldjes gemeen hadden voor mezelf doordat ik altijd in de periferie verkeerde, is dat ze nimmer ook maar een fractie van emotionele impact op me hadden, en geen enkele gevoelsmatige binding gaven. Het was een puur beschouwende, verstandelijk geïnteresseerde beleving van die wereldjes. Hooguit was er een heel enkele keer een vorm van binding naar één of iets meer personen uit zo'n wereldje. Maar dat kwam ook maar een enkele keer voor, en je loopt dat per definitie op.
Ik denk dat het goed is om zo'n grote afstand naar mensen te houden die helemaal in zo'n wereld zitten, voor wie zo'n wereldje praktisch “de wereld” is. Als ik kijk naar bijvoorbeeld de gasten in de voormalige krakerswereld die ik vanaf de úiterste rand heb mogen meemaken, het was één grote kluwen van mensen die leden aan allerlei vormen van paranoïde afwijkingen, psychotische aandoeningen en verslavingen. Opzienbarend gewoon, helemáál voor een ongeletterde provinciaal als ik! Ik heb nog nooit zoveel paranoïde blikken op me geworpen gekregen als in een kroeg als Vrankrijk in de hoofdstad, en ik heb dan ook nog nooit zo'n intense afkeer van zoveel mensen tegelijk gehad. Gewoon fysiek voelbaar, door m'n hele lichaam!

Al die werelden zijn gevangenissen. Gevangenissen van gedachten en ideeën. Iedereen die anders denkt, iedereen wiens gedachtenuitingen een te grote afwijking vertonen van de “verplichte” gedachtenkost van zo'n wereld, die wordt een dissident, een paria, een uitgestotene. Wat mij betreft is zo'n gevangenis gelijk aan een hel. En daarom ben ik nog steeds een persoon die zich nooit en te nimmer zal binden aan zo'n wereld, op niet één wijze. Zéker niet emotioneel! Dat stukje wordt bewaard voor de bewust zeer beperkte, kleine wereld van dochter, familie, eventuele partner en vrienden. De rest van de werelden is een schone of vuile schijn, volgepropt met in mijn ogen door belangen gestuurde mensen die gebonden zijn aan door anderen bedachte gedachten, visies en ideeën.
Daarom was ik dit weekend hoogst verbaasd over mezelf. Ik was kwaad geworden door een opmerking vanuit de minst reële wereld die ik ken, de virtuele wereld van internetfora. Een wereld waar je te maken hebt met teksten vanuit onbekende vertes, zonder enige werkelijke betekenis doordat er geen met name bekende personen achter die teksten zitten. Maar het is blijkbaar een wereld die, ondanks z'n irreële karakter, toch een vorm van zuigkracht heeft die al sluipenderwijze en ongemerkt groter kan zijn dan die van de werelden die je in het “materiële” tegenkomt. In ieder geval voor mij.
Kwaad worden is een emotie, en als je dus kwaad wordt dan ben je verder gegaan dan de periferie van zo'n wereld. Het kwartje viel voor de tweede keer in m'n leven, 32 jaar nadat het eerste kwartje ooit viel, en de emotie van kwaad zijn was over... Dezelfde beschouwelijkheid als bij al die andere schijnwerelden kwam weer terug! En bracht de grens terug die altijd aanwezig is met werelden.
Maar het is een vreemde ervaring, eventjes deel uitmaken van zo'n waanzinnige, irreële wereld buiten de werkelijke wereld. De werkelijke wereld die ziekte, dood, geboorte en bestaan meebrengt. Niet als beleving, maar als keiharde werkelijkheid die niet weggedacht en weggepraat kan worden. De enige goede wereld...