Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Weekmakers en argwaan

(30 januari 2010)

 

In de afgelopen commissie BOFS op 25 januari 2010 was één der onderwerpen van vergadering het stuk “Beleidsvisie Externe Veiligheid Enkhuizen”. Dat stuk had ik uiteraard gelezen, en wat mij opviel was dat er veel aandacht aan heel directe rampscenario’s als explosies en grote branden gegeven werd, maar relatief weinig aandacht aan het soort rampen dat sluipenderwijze kan geschieden. Denk aan de legionellaramp op de Bovenkarspelse Flora, of aan de risico’s en gevaren die chemische verontreiniging van de leefomgeving met zich meebrengen.

Dat laatste wilde ik in de commissie aan de orde brengen, de potentieel sluipende risico’s en gevaren van chemische verontreiniging van de leefomgeving.

 

In juli/augustus 2009 heb ik [vragen] gesteld over vervuilingen in de bodem bij het bedrijf Renolit, en over eventuele verontreinigingen in de bodem van de omgeving van Renolit.

Dit vroeg ik naar aanleiding van onderstaand stuk waar [hier] de bron van is:

 

Milieufederatie protesteert tegen lozen weekmakers

Milieufederatie Noord-Holland protesteert bij het Hoogheemraadschap

Hollands Noorderkwartier tegen een ontwerpvergunning voor het lozen

van schadelijke weekmakers op een poldersloot door Renolit Nederland

B.V. in Enkhuizen.

Het Hoogheemraadschap is van plan de bedrijven Renolit B.V. en Alkor

Draka B.V. een vergunning te verlenen voor het lozen van afvalwater.

Het gaat onder meer om koelwater. Met het afvalwater van Renolit wordt

een grote hoeveelheid weekmakers (DEHP) geloosd. DEHP is een stof

die ervan verdacht wordt de hormoonhuishouding van dieren die in het

water leven te verstoren. Vervrouwelijking van vissen of onvruchtbaarheid

kan het resultaat zijn. Hormoonontregeling is inmiddels een selectiecriterium

voor het aanwijzen van milieugevaarlijke stoffen. Onderzoek

heeft aangetoond dat de kans op vervrouwelijking van vissen in kleine

oppervlaktewateren, zoals sloten, het grootst is, omdat daar de minste

verdunning plaats vindt.

Op Europees niveau is nog geen kwaliteitsnorm voor oppervlaktewater

vastgesteld voor DEHP, de voorgestelde norm is 0,33 μg per liter. Uit

onderzoek van het RIZA is gebleken dat de lozing van DEHP in Enkhuizen

deze norm enkele honderden malen overschrijdt. Gezien het milieubezwaarlijke

karakter van de stof en de omvang van de lozing, is de

Milieufederatie van mening dat het bedrijf verder moet gaan met het

nemen van maatregelen dan het Hoogheemraadschap nu voorschrijft in

de ontwerpvergunning. DEHP staat op de lijst van prioritaire stoffen van

de Europese Kaderrichtlijn Water. Op deze lijst staan 33 stoffen waaraan

risico’s kleven en waarvoor de EU kwaliteitsnormen vaststelt. Het beleid

voor deze stoffen is gericht op geleidelijke vermindering van lozingen tot

de kwaliteitsnorm is bereikt.

e.krommendijk@mnh.nl

 

Uiteindelijk heb ik [deze] antwoorden gekregen op de vragen die ik heb gesteld.

Het oordeel van de Raad van State is [dit] geworden, en dit houdt in dat Renolit dus is veroordeeld tot het toepassen van de Best Beschikbare Techniek om de lozing van ftalaten (weekmakers) te decimeren. Dit in plaats van de technisch/economisch beste oplossing waar het bedrijf zelf voor pleitte.

 

Het is duidelijk dat de overschrijding van een voorgestelde veilige lozingsnorm van enkele honderden malen een onveilige situatie is, al is zo’n situatie niet direct zo opzienbarend als een explosie of grote brand. Dat is juist het verraderlijke, men kan zoiets over het hoofd zien.

 

Dát is gewoon het gene waar ik in de commissie op wilde wijzen, dat dit soort zaken als bijvoorbeeld bij Renolit ook in de gaten gehouden zouden moeten worden, toen ineens de aan tafel uitgenodigde wethouder Boland buiten zijn boekje ging en mij gewoonweg vanuit het niets onderbrak en de mond snoerde. Hij beweerde dat dit onderwerp reeds uitgebreid aan de orde was geweest in een commissie Grondgebied, en dat ik daar niet bij was. Die bewering was een onwaarheid.

Renolit is aan de orde geweest in de commissie Grondgebied van 17 november 2009, maar dat ging over de brandveiligheid van dat bedrijf. De lozing van chemicaliën op het oppervlaktewater en de uitspraak van de Raad van State zijn letterlijk totaal niet aan de orde geweest. En ik zat toevallig wél bij die commissie, doch op de publieke tribune…

Een wethouder die aan tafel genodigd wordt door een raadscommissie zit daar om vragen te beantwoorden of om op uitnodiging van de commissie een onderwerp te bediscussiëren. Meer niet.

Een wethouder die een betoog van een gekozen volksvertegenwoordiger ongevraagd bruut onderbreekt en die volksvertegenwoordiger de mond snoert door middel van het verkondigen van een keiharde onwaarheid, is ronduit schofferend én buiten alle orde bezig. Dat geldt zeker voor iemand die zelf geneigd is regels, wetten en procedures naar de letter uit te voeren en laten voeren en wat minder naar de geest.

 

De vraag die bij mij rijst bij dit soort onverkwikkelijkheden is waaróm iemand dat doet. Tenslotte beschuldig ik niemand ergens van, ik wijs slechts ergens op. Héél normaal voor een raadslid, daar zit iemand op zo’n moment namelijk voor in zo’n betreffende commissie. Het had er schijn van dat deze portefeuillehouder zich ergens om aangevallen voelde, mondsnoeringen op deze planeet gebeuren namelijk nooit zomaar om niets.

Die constatering, en daarbij de constatering dat bij dagenlang ’s nachts rond de –10ºC vorst de wateren ver rond Renolit tot zelfs deels in de stad(!) niet bevroren raakten, verwekten bij mij argwaan. Zoals bekend ben ik enigszins paranoia wat betreft de oprechtheid van overheden, besturen en grote bedrijven… Zie de geschiedenis tenslotte.

Doordat ik altijd lopend naar mijn werk op Schepenwijk ga zie ik dat soort bevreemdende zaken. Als dat warme water met al die door de Milieufederatie Noord-Holland geconstateerde hoge concentraties ftalaten tot zo’n eind buiten het bedrijf nog onvermengd genoeg is om water bij een dermate vorst niet te laten bevriezen, dan zit die geconstateerde hoge concentratie ftalaten dus ook in dat water. En mogelijk in de aangrenzende grond.

Bijvoorbeeld de grond die gebruikt wordt door Syngenta voor z’n productontwikkeling, of in grond van tuinen in de stad, of grond van landbouwbedrijven in de buurt. En grond waar de wijk Westeinde dient te verrijzen.

 

Daarom ga ik binnenkort als ik weer tijd heb maar eens een brief/email schrijven naar Greenpeace over hoe tegen zoiets aangekeken moet of kan worden. Ik heb tekort verstand van dit soort dingen om dat zelf te kunnen doen, ik ben tenslotte geen milieutechnicus of milieu-ingenieur. Maar ik heb wel argwaan en motivatie genoeg om er iets mee te willen doen. Het kan platte paranoia zijn, maar het kan ook géén paranoia zijn tenslotte.

 

We zullen zien.