Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Maandag 16-7 t/m zondag 29-7-2012

Maandag de 16e en dinsdag de 17e: “Don’t judge the man with the bottle in his hand”, zong iemand ooit een keer. Ik meen dat het Joe Cocker was, maar daar ben ik niet zeker van.

 

Vanochtend werd ik, zoals vaker gebeurt, bèrevroeg wakker door de krant die in de brievenbus viel. Deze keer was het half 5, en de binnendringer maakte zo’n lawaai dat ik m’n bed uitvloog om te kijken of er toch niet iets anders aan de hand was.

Eenmaal wakker begonnen direct mijn hersenen te malen, en vrolijkblij te denken aan m’n stadstuintje dat ik gister ontjungled heb. Er zijn 7 vuilniszakken onkruid vanaf gekomen! Normaliter laat ik een dergelijke berg onkruid composteren. Deze berg was me daarvoor toch te groot, en is daarom in vuilniszakken gedeponeerd.

Op één of andere manier ben ik megablij dat ik die tuin gedaan heb. Het huis buitenom schilderen wordt niets met die regen om de paar uur. Maar dit werk is prima te doen.

 

In een tuin werken ontspant. De enorme berg 30/60-tegels die mensen ooit vanuit de goedheid van hun hart in m’n tuintje neergezet hadden: verplaatst naar waar het niet meer in de weg staat. Onkruid: gewied en opgegeruimd. Myriaden verlaten spinnennesten en -webben op schutting en deuren: weggeveegd. Grond: omgespit. Plek voor de fiets van Claudia: gecreëerd.

Grof vuil uit m’n schuurtje: alles in de auto gestopt. Bijna alles dan, het is maar een Golfje. Er staat nog een oude fiets, en een paar vuilniszakken vol statiegeldflessen. Die flessen mag m’n dochter hebben. Weer een bijdrage voor haar reis naar m’n broertje in Nieuw-Zeeland straks.

 

Net zoals gisteren schijnt het zonnetje in de ochtend. De regen komt later pas. Vanochtend heel vroeg moest ik ook weer denken aan de social media, waar ik [hier] ook m’n kijk op neergezet heb.

Gisteravond deed ik een beetje mee op deze social media, op Twitter. Die Twitter ging ineens stuk, pagina’s van dat internet programma deden het niet meer.

Niets gebeurt vanzelf, en ook dat niet. Alles gebeurt door falen en/of opzet van mensen en techniek. Zo is de wereld. Het is goed dit altijd zo te beschouwen, het is namelijk hoe het is.

 

In 2008 ben ik gestopt met roken, op 1 juli. Omdat Ab Klink besloot het roken in kroegen te verbieden, en ik weigerde om als een junkie buiten te gaan staan met een peuk. Stoppen met roken vanuit een omgevingsomstandigheid dus.

Het stoppen met roken was een hele strijd. Vreemd genoeg heeft de lijdensweg van Inge in haar kanker tot aan haar dood dat stoppen met roken ondersteund. Niet uit angst voor kanker, maar uit respect voor haar.

Gister hoorde ik over iemand die longkanker heeft. Iemand die vele jaren geleden gestopt is met roken, en nu achteraf de rekening daarvan evenzogoed nog voor zich geschoteld krijgt. De tweede al in anderhalf jaar die ik exact dit zie overkomen.

Een maat van me is jarenlang verslaafd geweest aan alcohol. Nu nog, maar hij drinkt al zeker 20 jaar niet meer. Nu rookt hij wiet, en shag.

Een buurman van me vroeger was alcoholist, totdat z’n lever besloot deze zaak te beëindigen met leverkanker. De buurman is dood.

En om me heen gaat dit allemaal door, overal wel en nergens niet.

Zo gebeuren dingen, en doen mensen dingen.

 

Op de social media zie ik hetzelfde: Die open deur, de twitterverslaving. Als je op welk moment van de dag dan ook een kijkje neemt op dit Medium des Leegtes, zie identiteiten doen wat ze doen.

 

Don’t judge the man with the bottle in his hand. Dat doe ik dan ook niet. Niet meer.

Maar ik kijk wel naar die toekomst, die onbekende toekomst.

 

Het zonnetje verdwijnt buiten, de regen nadert. Ik ga straks mijn auto met vuil lossen, en die oude fiets erna wegbrengen. Het gaat zoals het gaat.

 

 

Woensdag  18-7 t/m zondag 29-7:

 

Have you ever been walking, walking down that ol' lonesome road?
Have you ever been walking, walking down that ol' lonesome road?

 

Muddy Waters

 

Gisteren, zaterdag de 28e, ben ik met dochter Langbroek, Claudia, en twee Claudiavriendinnetjes naar Walibi gegaan. Het was een hele ’92-er Golf vol zo, met vier meiden en een vaderachtige als inzittenden.

Dochter Langbroek reed. Ze heeft haar rijbewijs gehaald, en ik vind dat ze zo vaak mogelijk moet kunnen rijden. Vorige week liet ik haar naar Duitsland rijden, zodat ze ook eens het gevoel had in een ander land te rijden.

 

Pretparken zijn niet bestemd voor mij, en ik ben niet bestemd voor pretparken. Dit soort plaatsen zijn voor mij één grote betekenisloze kakofonie van geluid, mensensoorten, vreemdsoortige vermaakstoestellen, en verbazingwekkend dure zaken die bedoeld zijn om op te eten.

In m’n kindstijd lagen pretparken en ik elkander al niet, en dat is tot op de dag van vandaag niet veranderd. Hetzelfde geldt trouwens voor kermissen.

 

Doch edoch, gister was het een leuke ontspannen dag met de meiden. Ik heb zelfs van twee attracties gebruik gemaakt, namelijk van een donker en wiebelend kasteel en van een ronddraaiende sombrero.

 

In die ontspannen kleur- en geluidskakofonie gingen de meiden op een gegeven moment een aantal malen achtereen in een apparaat genaamd Sound Speed. Het zonnetje scheen, er stond een leeg bankje, en daar zette ik me neder in mijn rol als geduldig wachtende volwassene.

Aldaar zittend concentreerde ik me op wat ik kon horen. In die concentratie lukte het me om 5 gelijktijdig afgespeelde muziekgeluiden te onderscheiden, het geluid van negen aandrijfinstallaties van attracties, 7 verschillende talen van langslopende mensen, en drie stemmen die door geluidsinstallaties zaken van geen belang riepen.

Zoals ik reeds zei, een ware kakofonie…

 

Maar er gebeurde iets vreemds. In die overmatigheid van zintuigelijke indrukken ontstond in mijn hoofd ineens een soort rust. Er ontstond een oase van stilte, de kakofonie veranderde in een stilte in mijn hoofd. Er viel ondanks die absurde omgeving een vredigheid in m’n geest die bijna ongekend te noemen is.

De zon, de mensen, de gedachte aan mensen die weer eens boos op me zijn wegens Melkmarkt en moslimpraat, geluid en kleur, het balde zich allemaal samen in een stille vredigheid. Alles viel weg, en slechts het moment telde nog. Ik kan die toestand niet naar aard weergeven, de Nederlandse taal kent geen woorden die ik ook ken om dit goed te beschrijven. Ik zou kunnen zeggen dat het een toestand leek waarin alleen schoonheid nog realiteit was, en de rest wel bestond maar geen relevante betekenis had. Maar die beschrijving benadert niet wat het is.

 

Een toestand die een tijdje bleef hangen, een hyperfocus op de wereld zoals die is zonder er een betekenis aan te geven. Héél mooi, zéér verbazingwekkend, de vraag opwerpend wat je hersenen doen om je dit te laten ervaren, en stof tot nadenken gevend over de ware betekenis èn aard van sommige zaken en mensen. Dat laatste gaat over de dagelijkse werkelijkheid, en hoe men denkt dat die ervaren dient te worden.

Zoals het Zenboeddhisme me leerde: je weet het al, maar je ziet het nog niet. Dat klopt. Ik weet, besef èn bevat dat dit correct is. Maar ik handel er niet altijd naar, of zelfs vaak niet. Uit misplaatste piëteit naar anderen toe.

“To be or not to be, that’s the question”, en dat is méér waar dan gewoon maar waar.