Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Maandag 4-6 t/m zondag 1-7-2012

 

Vandaag, 1 juli 2012, is de eerste dag van het 5e jaar dat ik niet meer rook! Het is onvoorstelbaar hoe snel de tijd in dat opzicht gegaan is! Maar: nog steeds ben ik niet van plan óóit nog te roken. Het is een gore gewoonte, en tot dusverre heb ik duidelijk aantoonbaar veel soorten voordeel ondervonden van het niet meer roken.

 

Heel soms heb ik nog trek in een peuk. Gistermiddag was ik met m’n trouwe towaritchen Petra en José naar Hoorn kleding kopen. Ná al dat gekoop in deze economisch zware tijden zijn we in het zonnetje op een Hoorns terrasje gaan zitten. Daar, zo ontspannen zittend, in tevredenheid met het noodzakelijk gekochte en kijkend naar de langslopende medemens, kreeg ik een paar minuten lang trek in een grote Drum-peuk. Maar de ervaring leert dat dit gevoel even heel intens is, lang lijkt te duren, en daarna verdwijnt in het niets. Zelfs de herinnering aan die peuktrek verdwijnt stand péde, heel vreemd.

 

Er is weer veel gebeurd de laatste weken. Dochter Langbroek heeft wederom een diploma behaald, én ook haar rijbewijs. Nu rijdt ze met regelmaat in papa’s oude ‘92er Golfje. In tegenstelling tot wat ze de afgelopen 7 jaar beweerde, vindt ze dit nú een mooie auto! Ze heeft hem zelfs gewassen vorige week; wit en stralend stond de Golf te glimmen in de straat!

 

Zojuist heb ik André Kuiper zien landen met het ruimteschip. Zo’n landing van die ruimtecapsule aan een enorme parachute is in mijn ogen een monument van schoonheid! Een monument van pracht waartoe wij als mensen en mensheid in staat zijn als we daadwerkelijk willen.

Het zou ook mooi zijn als we ooit in staat zijn kunstmatige zwaartekracht op te wekken. Maar zwaartekracht is zó een enorm complex iets, een nog zó erg onbegrepen fenomeen, dat kunstmatige opwekking daarvan middels techniek nog wel een paar eeuwen op zich zal laten wachten denk ik. Eerdere mogelijkheid tot die kunstmatige opwekking zou ongelukken opleveren. Zie onze nucleaire bommen die we ook daadwerkelijk arrogant gebruikt hebben in het kader van zaaien van dood, verderf en eeuwenlange onbruikbaarheid van leefgebieden van mens en dier.

 

Afgelopen week stond er in de kranten het bericht over de man die zelfmoord pleegde door voor een trein te springen. Tieners hadden dat gefilmd en op internet geplaatst. De jongen wiens vader het bleek te zijn die zelfmoord had gepleegd, wist daardoor al vóórdat hij wist dat het om zijn vader ging dat een zelfmoord dmv een trein gepleegd was.

Afgelopen januari ging mijn eigen jongste broertje voor de trein vanuit Enkhuizen zitten, ter hoogte van McDonalds. Dit liep uiteraard zeer slecht af. Ook bij mijn broertje zijn foto’s genomen van zijn losse lichaamsonderdelen, en dochter Claudia kreeg op school al te horen dat deze ramp gebeurd was. Vele uren voordat wij als familie ingelicht werden dat het om ons broertje, zoontje, oom etc ging.

De jongen die de foto’s genomen heeft, trachtte eerst deze foto’s te verkopen aan het dorpsblad van een buurgemeente. Daar ving hij bot, en erna heeft hij die foto’s op Twitter gezet. Ter meerdere glorie van het aantal malen dat hij geretweet werd, geciteerd werd, z’n account bekeken werd, en al dat soort méér dan platvloerse glorie die sommigen met zichzelf wensen te verbinden.

Ik ken drie mensen waarvan ik weet dat zij weten wie die jongen is. Eén van hen weet dat ik het van hem weet. Heel bewust wil ik zèlf niet weten wie die jongen is, er moet een stap tussen die kennis en mijzelf inblijven. Die stap is het moeten benaderen van één van die drie mensen om te informeren naar de identiteit van die jongen. Die tussenstap levert de benodigde tijd die ervoor zorgt dat ik kan afkoelen als ik werkelijk kwaad zou worden. Het is ter bescherming van mijzelf die nodig is als aanwezige vader voor dochter Langbroek en Claudia, ter bescherming van die oneindig domme jongen, en ter bescherming van mijn ouders wier jongste kind voor een trein is gaan zitten.

 

Men krijgt in deze tijd met vreemde reacties te maken als zoiets gebeurt. Dochter Langbroek kreeg van een klasgenote te horen dat ze er maar aan moest wennen dat foto’s van zoiets op internet kwamen, dat ze moest oprotten met haar verontwaardiging daarover (dan citeer ik dus…), en dat ze klappen kon krijgen als ze erover door discussieerde. Dat meisje heb ik bij de diplomauitreiking op de RSG afgelopen week ook haar diploma zien krijgen. Haar klassementor noemde de grootse plannen die ze voor de toekomst had.

Op internet las ik reacties als: “Zo, weer een uitkeringstrekker minder” en dat soort zaken. Het is totaal debiel allemaal.

Mijn moeder vroeg als eerste naar de machinist. Dat had ik zelf ook, en hoe het voor de agenten moest zijn die de resten van mijn broertje langs de spoorlijn moesten opruimen. Ik was blij dat ze mij de identificatie hebben laten doen middels een fotootje, en niemand anders.

 

Dagelijks loop ik naar en van mijn werk onder die spoorbrug door die vlak voor McDonalds ligt. Dagelijks zie ik die trein over die brug rijden, en dagelijks zie ik mijn broertje met z’n rug naar de trein zitten wachten tot die trein zou komen.

Het is goed dat ik die fotojongen niet ken, voor hem en voor iedereen. Het is ook goed dat ik in mijzelf weet dat ik als het persé moet ik het wel te weten kan komen. Dit ben ik niet van plan, maar doordat ik het weet ga ik niet op zoek.

 

De ziekte van de social media in relatie tot de aard van de mens is ongekend in sommige opzichten. Het veroorzaakt in mijn hoofd af en toe enig cynisme tot de hoogdravende woorden van moraliteit die gebezigd worden door lieden die menen daartoe voorbestemd te zijn: politici, journalisten, bestuurders. Maar die intussen letterlijk alles bevorderen dat tot technische en maatschappelijke facilitering leidt voor dit soort degeneratie van de menselijkheid, van humaniteit, en van de moraal van het samenleven.

Het zij zo.

 

Deze week was er te vernemen dat burgemeester Jan Baas een drugshandelaar uit z’n koophuis heeft laten zetten voor een aantal maanden. Ik denk dat dit goed is. Doen alsof verkoop van vooral harddrugs normaal is en moet kunnen, is één van de zaken die meestromen in het afzakken van de samenleving zoals dat nu gaat.

Er is géén werkbare tussenvorm: het is voor of tegen. Het is ingrijpen of meegaan in. Politiek geleuter er omheen, bagatelliseren, kop in het zand steken, “nuanceren”: dat valt allemaal heel simpel onder er in meegaan in plaats van ingrijpen.

Voor of tegen, meer is er niet.

 

Het is goed nog een tijd Einzelgänger te blijven. Afgelopen woensdag was het de 27e, en was de diplomauitreiking op de RSG. Een paar jaar terug was de 27e in juni nog de verjaardag van Inge.

Er zijn zaken die nog zaken zijn.