Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Wervershoof
(28 mei 2006)

Soms zou het wel eens leuk zijn als de Enkhuizer college's informatie als onderstaand eens aan de Enkhuizer raadsleden zouden geven. Nu horen we dat Wervershoof uit het WEA-overleg stapt, en verder niets. Het is makkelijk om te weten waaróm dat is, en enig begrip naar aanleiding van onderstaande is dan niet afwezig. Het kost die gemeente op dit moment nog effies te veel geld om samen te werken, in ieder geval op dit gebied. Wat de toekomst brengt zien we dan wel weer...
Sorry dat het eerste deel er een beetje beroerd opstaat!

Raadsvergadering d.d. 14 maart 2006
No. 16 Agendapunt 11

Onderwerp: Samenwerking afdelingen sociale zaken WEA (Wervershoof, Enkhuizen, Andijk).

Wervershoof, 3 maart 2006

Aan de raad,
Onder de no
emer ‘Versterkt zelfstandig’ heeft de raad uitgesproken een zelfstandige gemeente te willen blijven en tegelijkertijd – waar nodig en mogelijk - te willen samenwerken met andere
gemeenten, in het bijzonder met Stede Broec, Andijk en Enkhuizen. De raad heeft de volgende
voorwaarden verbonden aan samenwerking: verbetering van de kwaliteit, efficiencyvoordeel,
vermindering van de kwetsbaarheid, bevordering van de klantgerichtheid en financieel voordeel.
Daarbij is uitgesproken dat samenwerking niet mag uitmonden in een onomkeerbare situatie.
Op 23 juni 2005 heeft ons college besloten de mogelijkheden te verkennen op basis waarvan
vormen van samenwerking tot stand kunnen komen tussen de afdelingen sociale zaken van
Wervershoof en Andijk. Dat proces van verkenning is vervolgens ingegaan, waarbij gebruik is
gemaakt van de expertise van organisatie- en adviesbureau Stimulansz. Kort na de start van dit
proces is de gemeente Enkhuizen aangesloten. De gemeente Stede Broec heeft, desgevraagd,
aangegeven niet deel te willen nemen aan deze vorm van samenwerking.

In onze vergadering van 23 november 2005 hebben wij besloten, mede namens de gemeenten
Enkhuizen en Andijk, gebruik te maken van de Tijdelijke Stimuleringsregeling
Samenwerkingsverbanden Abw/WWB en op grond van deze regeling subsidie aan te vragen.
Op 22 december 2005 is door het ministerie van SZW een bedrag toegekend van € 75.000,--
als “eenmalige tegemoetkoming in de kosten met betrekking tot de daadwerkelijke
totstandbrenging van een samenwerkingsverband WWB”. Het ministerie verbindt aan
toekenning de strikte voorwaarde dat op 1 januari 2007 de bestuurlijke besluitvorming moet zijn
afgerond.

Tijdens een aparte bijeenkomst op 17 januari 2006 zijn de (plv.) leden van de commissie
Burgers en Middelen en de leden van de raad van Wervershoof geïnformeerd over de
consequenties en de voor- en nadelen van de samenwerking van de afdelingen sociale zaken
van de drie gemeenten. Ook hebben wij uiteengezet wat de ervaringen in een soortgelijk
samenwerkingsverband in Zuid-West Friesland waren. Deze informatieve bijeenkomst was ook
bedoeld voor de commissie- en raadsleden van Andijk en Enkhuizen. De colleges van beide
gemeenten achtten het echter niet opportuun hun commissie- en raadsleden daarvoor uit te
nodigen.

Nu de verkennende fase voorbij is, nadert het moment waarop de drie gemeentebesturen zich
definitief moeten uitspreken over de samenwerking. De projectgroep samenwerking sociale
zaken WEA heeft aangegeven de datum van 1 april 2006 te markeren als ‘go – no go’-moment.
De beslissing over samenwerking ligt bij Andijk en Enkhuizen op het niveau van het college. In
Wervershoof leggen wij de beslissing over de voortgang van het traject voor aan de raad. De
raad heeft immers voorwaarden verbonden aan samenwerking. Het is aan de raad te bepalen
of de beoogde vorm van samenwerking aan de gestelde voorwaarden voldoet.

De wijze van samenwerken

In de verkennende fase hebben wij de mogelijke wijze van samenwerking onderzocht. Daarbij
zijn wij uitgegaan van één gezamenlijke backoffice met afzonderlijke, in de drie gemeenten
onder te brengen frontoffices. In de intergemeentelijke afdeling sociale zaken wordt in de
backoffice de uitvoering van de WWB en de Ioaw en Ioaz ondergebracht. Deze backoffice zou
gesitueerd moeten worden in een nader te onderzoeken locatie op het grondgebied van één
van de deelnemende gemeenten. Het klantcontact kan worden ondergebracht bij frontoffices
die worden gesitueerd op de huidige locaties. De klantmanagers (consulenten werk en
inkomen) werken dan vanuit de gezamenlijke locatie en werken op afspraak in de frontoffices.
Denkbaar is evenwel ook dat de frontoffice zich beperkt tot het verstrekken van informatie en
het maken van afspraken. In dat geval vindt het klantcontact met de klantmanagers uitsluitend
plaats in de backoffice, ofwel de gezamenlijke locatie. De intergemeentelijke afdeling sociale
zaken wordt aangestuurd door een manager die is aangesteld door de drie gemeenten. Hij of zij
legt verantwoording af aan de colleges van de drie gemeenten. Als intermediair wordt een
portefeuillehoudersoverleg geïnstalleerd bestaande uit de drie wethouders sociale zaken. Het
beleid wordt vastgesteld door de verschillende gemeenten, waarbij het mogelijk blijft een lokale
invulling te geven van bijvoorbeeld de bijzondere bijstand of het armoedebeleid. Het personeel
blijft in dienst van de huidige gemeente en wordt gedetacheerd bij de intergemeentelijke
afdeling sociale zaken.

Financiële consequenties

Keuze voor één afdeling sociale zaken heeft financiële consequenties. Als gekozen wordt voor
een overdracht van taken en bevoegdheden aan een gezamenlijk bestuursorgaan op basis van
de Wgr, zal het inkomensdeel WWB, dat elke gemeente jaarlijks ontvangt, bij een gezamenlijk
budget structureel ca. € 150.000,00 tot € 160.000,00 lager zijn dan de drie afzonderlijke
budgetten bij elkaar opgeteld. Bij gezamenlijk budgetteren ontvangt het samenwerkingsverband € 4,03 miljoen, de som van de afzonderlijke budgetten bedraagt € 4,19 miljoen. De reden hiervan is dat de gemeenten overgaan van het compartiment ‘kleine gemeenten’ naar het compartiment ‘middelgrote gemeenten’. Dit gaat gepaard met een negatief effect. Om met name financiële redenen ligt het daarom voor de hand vooralsnog te kiezen voor een intergemeentelijke afdeling sociale zaken die wordt aangestuurd door een portefeuillehoudersoverleg met een, vooralsnog, blijvende verantwoordelijkheid voor de afzonderlijke gemeenten. Dit betekent dat er op onderdelen een verschil in beleid zal bestaan, wat, zoals de ervaring in Zuid-West Friesland heeft geleerd, ten koste gaat van de efficiency, maar wat ook kan leiden tot onduidelijkheid bij de burger.

Eénmalig is een bedrag beschikbaar gesteld van € 75.000,00. Met dit bedrag dient de externe begeleiding van dit project à € 29.160,00 (excl. BTW) betaald te worden, maar ook de investering in automatisering en huisvesting. De gevraagde inzet van de medewerkers (klantmanagers, beleidsmedewerkers, management, p&o) zal aanzienlijk zijn, terwijl het ‘gewone’ werk doorgaat. Vast staat dat het ontvangen subsidiebedrag niet toereikend zal zijn voor de financiering van dit project. Daarbij zij aangetekend dat aan het toegekende subsidiebedrag de voorwaarde verbonden is dat het samenwerkingsverband van Enkhuizen, Andijk en Wervershoof een feit is op uiterlijk 31 december 2006.

Voorwaarden om een samenwerkingstraject te laten slagen

Publicaties in de vakliteratuur beschrijven voorwaarden waaraan een samenwerkingstraject moet voldoen om te kunnen slagen. Voorop staat dat er een sterke wil tot samenwerking is in de betreffende gemeenten, zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau. De reden om samenwerking te zoeken door de gemeenten moet overeen komen. Samenwerking wordt ontraden als het belangrijkste motief is te komen tot kostenbesparing. Samenwerking wordt ook ontraden als ze als mogelijkheid gezien wordt om acute problemen op te lossen. Ten slotte wordt samenwerking ontraden als niet vooraf vaststaat dat door de betreffende gemeenten voldoende middelen en capaciteit beschikbaar wordt gesteld om het traject naar samenwerking uit te voeren.

De door de raad gestelde voorwaarden voor samenwerking

Verbetering van de kwaliteit, efficiencyvoordeel, vermindering van de kwetsbaarheid, bevordering van de klantgerichtheid en financieel voordeel zijn de door de raad geformuleerde voorwaarden die aan samenwerking gesteld worden. Deze voorwaarden zijn niet als zodanig geformuleerd door Andijk en Enkhuizen. Ons college legt prioriteit bij het behoud, c.q. de verbetering van de kwaliteit en de vermindering van de kwetsbaarheid.

1. Kwaliteit

De kwaliteit van de afdeling sociale zaken vertaalt zich voor een deel in de wijze waarop wij erin slagen mensen aan het werk te helpen, dan wel hen op een correcte wijze van inkomensondersteuning te voorzien. Het is voor u van belang te weten dat ons college er de laatste jaren bewust voor gekozen heeft aandacht te besteden aan doelmatigheid, dat wil zeggen aan de uitstroom uit de uitkering. Deze aandacht heeft zich daadwerkelijk vertaald in extra uitstroom en daarmee in lagere kosten voor bijstandsuitkeringen.

2. Efficiency

In het algemeen geldt dat een grotere organisatie een steviger gesprekspartner is voor reïntegratiebedrijven en andere uitvoeringsinstanties. De kwaliteit van de reïntegratie kan door samenwerken verbeteren. Dit kan uiteindelijk leiden tot een grotere uitstroom van cliënten uit de uitkering.
Voor een grotere organisatie is het lonend meer specialistische functies in te vullen. In een kleine gemeente kan van die specialistische kennis te weinig gebruik gemaakt worden om deze actueel te houden.

3. Kwetsbaarheid

Het samenwerkingsverband is door zijn omvang minder kwetsbaar dan de afdeling sociale zaken van Wervershoof. Door het grotere aantal formatieplaatsen is afwezigheid door ziekte en vakantie gemakkelijker op te vangen.

4. Klantgerichtheid

Afhankelijk van de scheiding tussen front- en backoffice, is het mogelijk dat klanten gesprekken in de locatie buiten hun eigen gemeente voeren. In dat geval wordt de afstand tussen cliënt en gemeente groter.
Doordat meer gebruik gemaakt kan worden van specialistische functies kunnen klanten beter bediend worden.

5. Financieel voordeel

Hiervoor hebben wij de financiële consequenties geschetst. Ervaringen elders leren dat minimaal de eerste drie jaar de kosten toenemen en er daarna enig efficiencyvoordeel te verwachten valt.

Conclusie

Vast staat dat onze afdeling sociale zaken in vergelijking met andere sociale diensten goed functioneert. Onze uitstroom is relatief hoger dan vergelijkbare gemeenten. Vast staat ook dat de omvang klein is en dus kwetsbaar is. In die zin is samenwerking op termijn onontkoombaar.
Door samenwerking vermindert de kwetsbaarheid en door specialisme, die door samenwerking toeneemt, neemt de kwaliteit toe. Een samenwerkingsverband is ook een steviger gespreks- en onderhandelingspartner. In het onderzoek naar een mogelijke samenwerking met Enkhuizen en Andijk zijn evenwel ook nadelen en risico’s aan het licht gekomen. Daar waar het verwachte financiële voordeel een belangrijk motief is voor Andijk en Enkhuizen, staat de verhoging van de kwaliteit en de verminderde kwetsbaarheid voorop bij ons college. Een bijkomend nadeel, dat zich door ontwikkelingen op het terrein van zorg en welzijn sterker is gaan manifesteren, is dat het losmaken van het taakveld sociale zaken van de sector Burgers de samenwerking tussen sociale zaken enerzijds en welzijn/onderwijs anderzijds bemoeilijkt. Recente ontwikkelingen, zoals de WMO, de grotere nadruk op vrijwilligersbeleid en de toenemende relatie tussen wonen, welzijn en zorg, vragen juist een grotere samenhang tussen beide taakvelden. U kunt zich de vraag stellen of het in dat licht niet meer voor de hand ligt met één of meer gemeenten toe te werken naar één afdeling welzijn/zorg/onderwijs/sociale zaken.

Wij stellen de raad voor:

1. Het traject vooralsnog voort te zetten tot 1 april 2006;

2. Op basis van het raadsbesluit van 2003 tot ‘Versterkt zelfstandig’ het traject daarna voort te zetten.

De commissie Burgers en Middelen heeft het voorstel besproken op 28 februari 2006. Geconstateerd werd dat bij het merendeel van de fracties nog teveel vragen leefden om positief, dan wel negatief te kunnen adviseren.

Burgemeester en wethouders van Wervershoof,

De secretaris, De burgemeester,

mw. mr. A.G.M. van der Knaap. F. Vletter.