Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Waarheid in de waanzin
(21 januari 2007)

Eens werkte ik in een bedrijf, en daar werkte ook een uitzendkracht. Die jongen intrigeerde me mateloos. Hij zei zeer weinig, en er speelde immer een heel vaag aanwezige glimlach om z'n mond. Ik vermoedde een schat aan informatie in z'n geest. Op een dag vroeg ik hem een plank die op de grond lag op te ruimen. Hij ging op de plank staan, en probeerde het ding aan één uiteinde op te tillen.

Op een mooie zomerdag 15 jaar terug ging ik met m'n toenmalige vrouw naar een soort paranormale beurs in de oude Witte Duif. Bij de ingang stonden demonstrerende christenen, maar binnen was het lekker koel. Bij een standje van de Scientology Church hield een jongeman me aan, en vroeg me of ik een waarheid kon noemen. Ik antwoordde dat het buiten mooi weer was, en er veel mensen op het strand lagen. Daarop vloog hij me met gebalde vuisten aan....

Enkele malen al heb ik mensen gesproken die hebben besloten voortaan te geloven dat onze aarde 6000 jaar oud is. Nu zijn ze op zoek naar argumenten om dat wetenschappelijk te kunnen onderbouwen.

Jaren terug zat ik in een kroegje met wat vrienden en vriendinnen. Er zat ook iemand bij die al een stuk ouder was, en die vroeg of we met hem mee gingen naar z'n huis. Hij wilde wat laten zien. Bij hem thuis trok hij een beveiligingsbeambte-uniform aan, en paradeerde er mee door z'n huiskamer. Hij had een geladen illegaal geweer, en gaf dat vol trots aan ons, borst vooruit. Toen ik ermee door z'n plafond schoot begon hij te huilen, en vroeg hem niet dood te schieten.

Tijdens een vakantiebaantje vroeger bij een bollenboer zat ik aan een lopende band met twee andere jongens bollen te tellen. Ineens zei één van de twee tegen me dat ik naar de hel zou gaan. Op m'n vraag waarom antwoordde hij dat dit kwam omdat ik niet gedoopt was, ook als ik wel in God zou geloven. Toen ik vroeg wie hem dat verteld had antwoordde hij: “God natuurlijk.”

Ik stond m'n auto een keer te wassen in de straat waar ik destijds woonde. Een vrouw kwam op me af lopen. Ze ging voor me staan, scheurde haar t-shirtje kapot en liet uit die scheur een borst bloot naar buiten hangen. Daarop zei ze: “Die stiefzoon van je heeft mijn zoontje geslagen, hoe gaan we dat oplossen?!” M'n vrouw joeg haar weer weg.

Een kameraad van me en ik reden vroeger eens met onze opgevoerde Yamaha's over een fietspad door de duinen in Noordwijk aan Zee. We werden ingehaald door een Duits motortje. M'n maat gaf gas en ging er achteraan. Bij een bocht aangekomen zag ik z'n benen en het achterwiel van z'n brommer uit de bosjes steken, en zijn stem riep uit die bosjes: “Ik heb gewonnen Lange, ik heb gewonnen!”

Op een avond vroeger stapte ik eens de Stadsherberg in. Meteen binnen trok een Duitse dame in een strak leren pak een mes van zo'n 40 cm, duwde dat onder m'n kin en vroeg of ik dood wilde.

Twee jaar terug ging ik eens naar een goede vriendin in Amsterdam om samen een leuk weekend te maken. Buiten bij het Centraal Station verkocht een drugsdealer iets aan twee politie-agenten. Die twee agenten zaten daarna beiden aan hun neus.

Ik ken iemand die jaren terug vijf jaar lang vol verve geprobeerd heeft me tot neo-nazi om te turnen, en nu lid is van een partij die bepaald het omgekeerde vertegenwoordigt.

Laatst las ik dat Duitsers steeds populairder worden in Nederland.

In een boek van Dennis Merzel, iemand die door Westerlingen beschouwd wordt als Zen-grootmeester, las ik eens: “Als je de waarheid vindt, gooi die dan gauw weg want die is saai! Ga snel opnieuw op zoek naar de waarheid!”