Hans Langbroek,†raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Vragen over Renolit
(26 juli 2009)

Onderstaand een aantal vragen aan het college welke ik al eerder had willen stellen. Dit naar aanleiding van berichten in de media en via de gemeente, bijvoorbeeld over vrijkomen van zoutzuurgassen twee jaar terug, ťn naar aanleiding van antwoorden op vragen die ik 3 jaar terug gesteld had.

Het kwam er nog niet van, zťker afgelopen jaar niet. Nu wel, het is een belangrijk onderwerp.
Onderstaand negen vragen na een toelichting op het onderwerp.

TOELICHTING OP VRAGEN

 

De mens heeft economische systemen ontwikkeld als deel van de maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de bestaanszekerheid en de levensvatbaarheid van die bestaanszekerheid voor de eigen soort en de individuen van de soort bestendigd worden. Dat werkt al duizenden jaren lang, en is tot dusverre in het algemeen beschouwd een zeer succesvolle handelswijze geweest.

 

Op het moment dat een economisch systeem, of onderdelen van dat economisch systeem, dreigen een gevaar te gaan vormen voor de levensvatbaarheid van eigen soort en/of de individuen van de soort, dan kan men gaan twijfelen aan het succesvol zijn van het economisch systeem of die onderdelen van het systeem welke dreigen een gevaar te gaan vormen.

 

Mogelijke gevaren voortkomend uit het economisch systeem zijn bijvoorbeeld bij- en/of afvalprodukten of gebruikte grondstoffen die vrijkomen bij produktieprocessen, en die terechtkomen in het ecosysteem.

Dat is omreden van verschillende argumenten een mogelijk een gevaar te noemen.

Als bijproducten gifig blijken te zijn voor het leven en voor levensvormen zoals ze op de planeet bestaan, dan zijn ze een gevaar als ze in het ecosysteem terecht komen.

 

Het ecosysteem is voor de soort, onze eigen soort, op velerlei wijzen van levensbelang. Onze eerste levensbehoeftes, eten en drinken, bestaan bij gratie van een ecosysteem dat deze eerste levensbehoeftes kan voortbrengen.

Als het ecosysteem vervuild blijkt te zijn, of gevaar loopt vervuild te worden, met stoffen die giftig zijn, dan loopt de mens als soort ťn in zín individuele hoedanigheden gevaar door zín directe en indirecte afhankelijkheid van dat ecosysteem.

Dat gevaar kan zich uiten in verschillende vormen. Er kunnen moeilijkheden ontstaan met succesvol voortplanten, er kan genetische schade ontstaan en van daaruit voortkomend dan mogelijk inferieure voortplantingsprodukten ter wereld gebracht worden, men kan ineffiŽnt en/of ongecontroleerd werkende lichaamsprocessen krijgen, of lichaamsprocessen die helemaal niet meer werken. Men kan dus gewoon ziek worden en/of sterven, of als soort in de individuele hoedanigheden gedegenereerd raken.

Dat geldt allemaal ůůk voor ander dan alleen menselijk leven in een ecosysteem dat met giftige stoffen vervuild blijkt te zijn of gevaar loopt vervuild te  worden.

 

In Enkhuizen hebben we een onderdeel van de lokale economie dat als chemische industrie te betitelen is, namelijk de PVC-producerende industrie bestaande uit de bedrijven Pipelife, Alkor Draka en Renolit. Op sommige punten bevindt deze chemische industrie zich minder dan 200 meter van de bebouwde kom.

Alkor Draka en Renolit produceren beiden PVC-folies, voor een diversiteit aan toepassingen. Pipelife produceert kunststof pijpleidingen en kabelmantels. Bij de productie van PVC-folies en plastics worden verschillende chemicaliŽn gebruikt.

 

Bijvoorbeeld:

 

Bisfenol-A: Een grondstof voor de synthese van plastics. Onderzoekers troffen dit in 2002

aan in het bloed van mensen (Oehlmann, 2000). Zij ontdekten ook dat

bisfenol-A de hormoon- huishouding van slakken verstoort. De stof wordt eveneens

toegepast als schimmelwerend middel, als antioxidant en als brandvertrager.

 

Ftalaten: Dit zijn weekmakers voor zacht PVC, toegepast in vloerbedekking,

speelgoed en dekzeilen. Maar ze worden ook gebruikt in parfum en cosmetica.

Ftalaten kunnen lever- en nierschade veroorzaken en staan op de internationale lijst

van kankerverwekkende stoffen. Uit onderzoek blijkt dat ze hormoonverstorend

werken in het voortplantingssysteem van zoogdieren (CSTEE, 1998).

 

Broomhoudende brandvertragers: Stoffen die voorkomen dat producten snel brand

vatten. Ze zitten in talloze kunststofproducten, van bankstel tot computer. Er zijn

duidelijke aanwijzingen dat deze stoffen hormoonverstorend werken en de

motorische ontwikkeling van (ongeboren) kinderen kunnen verstoren (Feeley et al,

2000).

 

Stoffen, waarvan bekend is dat ze een oestrogene werking hebben, zijn onder andere:
1. ftalaten (in: plastics, inkt, kaas, margarine)
2. alkylfenolen (in: detergentia, shampoo, cosmetica)
3. bisfenol A (in: plastic voor verpakking van voeding en dranken)
4. pesticiden
5. PCB's (in: transformatoren)

 

De oestrogene werking houdt o.a. in dat de kwaliteit van het sperma ernstig aangetast wordt, en onvruchtbaarheid bij de man kan ontstaan en ook aantoonbaar ontstaat.

Verschillende onderzoeken hebben dit aangetoond, en het is een punt van grote zorg voor de medisch wereld.

 

Ftalaten hebben de volgende schadelijke effecten:

 

-         Toxisch voor de voortplanting (aantasting van de seksuele differentiatie, van de ontwikkeling van het voortplantingssysteem in het algemeen en van de testikels in het bijzonder, potentiŽle verstoring van het sperma.)

-         een schending van de ontwikkeling en het functioneren van de lever of de nieren

-         verstoring van het hormaal systeem en het immuunsysteem evenals een verhoogd risico op astma en allergieŽn.

 

Het gebruik van ftalaten:

 

Ftalaten worden vooral gebruikt als weekmaker van plastics (vooral PVC). Zowat 90% van de

productie van de drie belangrijkste ftalaten (DEHP, DINP en DIDP) is bestemd voor PVCtoepassingen:

 

In Enkhuizen hebben wij dus een chemische industrie welke veel gebruikt maakt van bovenstaande stoffen, en welke zich op punten minder dan 200 meter van de bebouwde kom bevindt.

Op Europees niveau is nog geen kwaliteitsnorm voor oppervlaktewater vastgesteld voor DEHP, de voorgestelde norm is 0,33 μg per liter. Uit onderzoek van het RIZA is gebleken dat de lozing van DEHP in Enkhuizen deze norm enkele honderden malen overschrijdt door het lozen van koelwater op het oppervlaktewater door Renolit.

 

Uit het antwoord van het college aan de fractie van NE naar aanleiding van vragen over vervuiling van bodem door Pipelife, Renolit en Alkor Draka in de programmabegroting 2007 stelde het college onderstaande:

 

De bodem onder alle drie de bedrijven is in de loop der jaren

meerdere malen onderzocht. Bekend is, dat er onder de

productiemachines van de folies bij Alkor Draka (de kalanders)

een ernstige verontreiniging zit van weekmakers en minerale

olie. Een eveneens ernstige verontreiniging zit er onder een

silotank met weekmaker en de opslag van minerale olie waar

Renolit verantwoordelijk voor is. Om deze verontreinigingen te

saneren is door de provincie Noord Holland -als bevoegd gezag

voor de bodemverontreiniging- en het bedrijf met instemming

van de gemeente Enkhuizen een saneringsplan opgesteld en

vastgesteld. Voor 2018 moet worden begonnen met saneren van

de bodem en deze moet in 2023 zijn afgerond. In de

milieuvergunningen zullen ď Good housekeepingĒ voorschriften

worden opgenomen om te voorkomen dat er een toename van

verontreiniging naar de bodem zal zijn.

De bedrijven zullen door middel van bodemrisicoanalyses aan

dienen te tonen dat de bodem/vloer waar met gevaarlijke stoffen

word gewerkt of wordt opgeslagen bestand zijn tegen deze

opslag cq werkzaamheden. Deze onderzoeksverplichting zal in

de vergunningen worden vastgelegd.

 

Nu is uiteraard ook bij het college bekend dat grondwaterstromen dergelijke beschreven verontreinigingen laten migreren. Ook al doordat:

- Greenpeace vanuit diverse onderzoeken uitgevoerd door TNO,

- Milieufederatie Noord-Holland welke verwijst naar onderzoek door RIZA,

- Verkeer en Waterstaat in haar Emissiebeheerplan Ijsselmeergebied,

 

stellen dat in Enkhuizen ftalatenverontreiniging aanwezig is. In sterke mate zelfs.

 

Vanuit daar dan de volgende vragen aan het college:

 

  1. Heeft het college in de omgeving van Renolit, Alkor Draka of Pipelife grondmonsters en/of watermonsters laten nemen, of hier opdracht toe gegeven, in het kader van onderzoek ivm de bekendheid van de ernstige verontreiniging in de bodem bij de chemische bedrijven?
  2. Zo ja, wat moet dan worden verstaan onder omgeving, in oppervlaktes en afstanden tot de bedrijven gerekend?
  3. Heeft het college een dergelijk onderzoeksinitiatief genomen specifiek in de bebouwde kom van Enkhuizen, en dat dan nog specifieker in de dichtbij het bedrijf gelegen woonbebouwde kom?
  4. Als op vraag 1 ja geantwoord is: wat zijn daarvan de gemeten ťn geÔnterpreteerde uitkomsten? Als het antwoord op vraag 1 nee is, waarom is dit niet gedaan, in aanmerking genomen de meer dan potentiŽle ernst van de situatie?
  5. Als op vraag 3 ja geantwoord is: wat zijn daarvan de gemeten ťn geÔnterpreteerde uitkomsten? Als het antwoord op vraag 3 nee is, waarom is dit niet gedaan, in aanmerking genomen de meer dan potentiŽle ernst van de situatie?
  6. Heeft het college initiatieven tot bloedonderzoek genomen bij mensen welke leven in de genoemde woongebieden?
  7. Als het antwoord op vraag 6 ja is, wat waren van die onderzoeken de gemeten ťn geÔnterpreteerde uitkomsten? Als het antwoord nee is, waarom is dit dan niet gedaan, in aanmerking genomen wat onderzoek over de invloed van de relevante verontreinigingen opgeleverd heeft voor gezondheid, voortplanting en hormoonhuishouding van mensen?
  8. Als op vragen 1, 3 en 6 nee geantwoord is: Is het college van plan in een nabije toekomst initiatieven te ontwikkelen voor genoemde onderzoeken? Zo ja, aan welke termijn dient dan gedacht te worden en welke onderzoeken zullen dan plaats gaan vinden? Zo nee, waarom is het college niet van zins genoemde onderzoeken plaats te doen vinden?
  9. Tot slot: Welke initiatieven en maatregelen staan op stapel om verplaatsing/migratie van de relevante verontreinigingen in de bodem en in het water te voorkomen? Als deze maatregelen niet op stapel staan, buiten dan de maatregelen genoemd in het antwoord in programmabegroting 2007 waarin het college meldt dat op termijn slechts de bron van de verontreiniging aangepakt zal worden: waarom staan deze maatregelen niet op stapel, in aanmerking genomen de verontrustende invloed van de gebruikte chemicaliŽn op de menselijke gezondheid en functioneren?

 

 

Met vriendelijke groeten,

 

Hans Langbroek, fractie Nieuw Enkhuizen