Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Volksvertegenwoordiging, biceps en jaren
(26 december 2010)

Het meest ervaren raadslid van Enkhuizen, Patricia de Munnik van VVD/D66, vertrekt medio april. Dat soort beëindigingen van raadslidmaatschappen zijn aderlatingen voor een gemeenteraad, vooral voor kleine gemeenteraden als die van Enkhuizen.

Als Patricia straks vertrokken is, zijn de langst politiek-actief meegaande politici Hendrik Boland, en daarna op volgorde Jan Franx, René van der Pluijm en Harry Wijchers. De tot op dit moment nog maar héél kort zittende politici zijn nu Emile van Marle, ikzelf en Jan van der Werff. Wij zijn op 1 juni j.l. benoemd.
De raad is nu echt verdeeld in enkele seniorzitters, een aantal middenmootzitters, veel kortzitters als Peter Degens, Carmen Eenkoorn, Karin Kunst, Mieke Dellemans etc, en veel héél-kortzitters als Emile, Jan, ikzelf en straks de vervanger van Patricia, Ricardo Slier.
Oftewel: slechts 2 langer zittende ervaren raadsleden, een aantal half-ervaren raadsleden, en véél (8!) niet-ervaren raadsleden die pas sinds kort of heel kort zitten. Daarom dus, met 2 ervaren lieden, 7 half-ervaren lieden, en 8 niet-ervaren lieden is het vertrek van Patricia de Munnik een vrij sterk verlies aan ervaring in de raad!
  

Het college bestaat uit de wethouders Jan Franx en Hendrik Boland, beiden zeer lang politiek actief zijnde ervaren politici; uit burgemeester Jan Baas die nog langer al politicus/bestuurder is, en de wat minder ervaren Klaas Kok.
Ergo: in het huidige dualisme staat een relatief, maar óók absoluut bezien, onervaren raad tegenover een zeer ervaren collegeploeg.

Nu zal de ware politiek-correcteling zeggen: “Tegenóver?! Je doet het sámen hoor!” Okee, dat neem ik dan voor kennisgeving aan, en ga over tot de orde van de dag.
De realiteit is me meer lief dan zacht en vredig aanvoelende illusies, en daarom is het in de dagelijkse gang van zaken op momenten wel degelijk als “Tegenover” te benoemen. Dat is in het gros der gemeenten zo, en Enkhuizen is écht niet zoveel anders dan anderen. Dat vinden wijzelf wél, maar letterlijk  bezien is dit natuurlijk niét zo.

Naast dus die gigantische onderquotering van slechts twee langerzittende ervaren raadsleden in onze raad, krijgen we daarnaast als raadsverzwakkende en collegepositie-versterkende factor nog de uit de verkiezingsuitslag en daaropvolgende formatieresultaten volgende frustraties van oppositie naar coalitie toe. Dat mondt nogal eens uit in in mijn ogen vruchteloos en zinloos elkaar politiek pootje proberen te haken, en in vliegenafvangerij. Dat wordt ook wel eens een domme gemeenteraad genoemd.
Het leidt, concluderend en realistisch gezien, allemaal naar een zwakke Enkhuizer raad die vaak niet in staat zal zijn de onderliggende wérkelijke politieke realiteit te ontwaren. Een grote mond hebben in de raad, waarmee sommigen dat wel eens mee proberen te verbergen, helpt daar niet tegen. Maar helaas is dat dan altijd later achteraf pas zichtbaar en duidelijk.

Zelf zal ik, als behorend tot de nog maar kortzittende en wat meer onervaren volksvertegenwoordigers, dit allemaal hulpeloos moeten aanschouwen. Misschien dat we eens als pasbenoemden bij elkaar zouden moeten komen, en bespreken hoe we de impasse in sfeer in de raad, in onervarenheid, in potentieel gebrek aan de wil tot onderling samenwerken, en in de daaruit volgende verzwakking van democratische processen, kunnen doorbreken.
Misschien moet deze keer maar de oplossing van de “jonkies” komen…

Hans Langbroek