Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Versleten onderdelen
(17 juli 2006)

Drie collega's van me zijn al wat ouder, om het zo te zeggen. Eén is 72 jaar, één is 62 jaar en de derde is ook 72 jaar.
De eerste van 72 jaar heeft jaren in Australië gewoond. Hij had daar een éénmans hoveniersbedrijfje, en bekeutelde zichzelf er over het algemeen goed. Toen ook z'n kinderen er kwamen wonen was hij dan ook van plan er voorgoed te blijven. Maar doordat z'n vrouw heimwee kreeg, en nog wat dingetjes, is hij op een gegeven moment noodgedwongen terug gekomen naar Nederland.
Deze 72-jarige heeft door z'n levensloop een onderbroken AOW-verloop gehad, en is dus nu noodgedwongen nog aan het werk. Ook omdat z'n kinderen goed ingeburgerd zijn in Australië en er zijn blijven wonen, en hij toch héél af en toe de grote behoefte heeft eens naar z'n kinderen te gaan, en nu ook naar z'n kleinkinderen. Er heen gaan kost geld, zo is dat nu éénmaal.
Ik praat wel eens met hem op het werk. Iemand van die leeftijd heeft veel te vertellen, over de onbenullige dingen van het leven, en over de kleine dingen des levens die toch groot blijken te zijn. Omdat ik altijd goed luister heb ik heel wat opgestoken over de onbenullige des levens en de kleine dingen des levens die toch groot blijken te zijn. Dus het is leuk om met hem te praten.
Maar de laatste paar jaren is het anders. Hij vertelt nog steeds de dingen des levens, maar de toon is anders. De onderwerpen zijn hetzelfde, maar de toon wordt langzaam opgewekter. Opgewekter op een niet-goede manier, opgewekter op de wijze zoals een kind van zes me opgewekt over een ongeluk kan vertellen dat ze heeft zien gebeuren. De toon wordt kinderlijk, en de man zelf hoort dat niet. Het is ontluisterend, schokkend, en voor mij gevoelsmatig niet goed vatbaar. Dit moet niet zo gaan.

De 62-jarige heeft vanaf z'n 15e gewerkt. Dat is lang, straks als hij met pensioen gaat is heeft hij 50 jaar gewerkt! Op z'n 15e, na de tuinbouwschool (als Amsterdammer...) is hij op de Albert Cuypmarkt gaan werken. 's Ochtends om 5 uur groente en fruit afleveren aan de marktkooplui. Later, in z'n diensttijd, is hij kok geworden bij de mariniers, en op Curaçao geweest.
Op jonge leeftijd zware kisten sjouwen op de markt leverde hem een hernia op, of drie eigenlijk. Die hernia's hebben hem z'n hele leven gedwarsboomd bij alles dat hij wilde. Bij werken, klussen, sporten, op vakantie gaan, bij alles wat leuk is dus. Nu heeft z'n lijf de permanente houding aangenomen van kapot zijn, iets dat het niet meer doet.
Zo loopt het leven anders dan dat de bedoeling was. Maar hij heeft het allemaal wel gedaan, en doet het nu nog. Hij is nu opa, vader van drie dochters, en over drie jaar met pensioen.

De tweede 72-jarige weet ik minder van. Hij schijnt vroeger sterk geweest te zijn. Nu niet meer, door vele jaren roken is z'n luchtcapaciteit praktisch nihil geworden, en dan doe je dus niet veel meer. Ondanks dat het roken er al vele jaren terug aan gegeven is.
Hij werkt één dag in de week, om nog bezig te zijn ergens mee. Enige jaren terug kwam hij regelmatig vrij opgewekt op het bedrijf, maar de laatste tijd wordt dat op vreemde wijze minder. Hij loopt rond om z'n klus te doen, en blijft dan regelmatig zomaar ineens een minuut of vijf, zes of langer soms naar een balpen staren, naar een inbussleuteltje staren, naar een rolmaatje staren, zonder van houding te veranderen. Hij staat daar te staren, en beweegt niet. Als je hem aanspreekt dan doet hij ineens hetzelfde als altijd, maar het verschil zit hem dan in de mimiek. Die is onveranderd, behalve dan dat die eerst een deel van hem was, en nu bewust opgezet moet worden. Hij speelt zichzelf...

Ons als Nederlanders wordt dus voorgeschoteld dat we dit normaal moeten gaan vinden. Het bovenstaande moeten we normaal gaan vinden. We moeten het normaal vinden dat mensen zoals de drie die ik beschrijf tot hun 68e of 70e aan het werk zullen zijn. Met alle onveilige situaties voor zichzelf en voor collega's die ontstaan, die ze door een ineens afwezige geest scheppen. Afglijdende geesten, kapotgewerkte lichamen, het moet allemaal aan het werk.
Ik vraag me werkelijk af of de huidige landelijke politici weten waar ze het over hebben. Of ze die minderheid van de ouderen die op een racefiets klimt, een jungletocht onderneemt of in een sportzaal zweet wérkelijk ziet als representatief voor álle ouderen. Oók voor de grote meerderheid die langzaam zo wordt als de beschreven drie ouderen.
Ouderen zijn gewoon over het algemeen stukgewerkt. Ouderen hebben namelijk niet allemaal leuke beleidsmakersbanen gehad op een kantoor, zijn niet allemaal “officemanager” geweest, hebben niet allemaal bij de politie gewerkt, en zijn gewoonweg grotendeels niét “goed geconserveerd”!
De politici die zich daar blind voor houden zijn asocialen. Asocialen in de hoogste lagen van de samenleving. Asocialen van de elite. En als deze asocialen met dit soort onmenselijke plannen doorgaan, doen alsof het niet zo is, mensen hoe dan ook aan het werk gaan schoppen tot hun 70e of zo, dan heb ik hele asociale wensen richting deze politici.

Hans Langbroek