Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Twee geweldige teksten
(9 februari 2008)

Vroeger vroeg m’n moeder eens een keer aan me waarom ik met mijn hersens niet meer gemotiveerd aan huiswerk en schoolwerk deed. Het zou me in de toekomst een veel betere baan opleveren, en dus ook veel meer inkomen opleveren. Als dwarse puber antwoordde ik toen dat ik dat wel belangrijk vond, maar het eigenlijk belangrijker achtte om “het leven te beleven” zoals het was. Om van onderaf te beginnen met alles, omdat ik dacht dat ik anders de kern van alles niet zou begrijpen. Dat leverde een grote zucht op van mijn moeder, uiteraard…

Uiteindelijk is het allemaal ook werkelijk zo gegaan als ik destijds nodig achtte, en dat heeft grote zuchten van mezelf opgeleverd natuurlijk. Geld tekort, knoeperdhard werken, relaties die lukten en mislukten, maar ook allerlei ongein en onzin die absoluut niet slim en verstandig waren om te doen maar die ik wel deed omdat het leuk was.
Op één of andere manier ging het zoals het ging allemaal, en het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben. Het maakt uiteindelijk denk ik niet veel uit, het is goed zo.

Op een dag kwam ik de twee onderstaande liedjes tegen van Harry Jekkers met Klein Orkest, en ik denk dat die teksten zo ongeveer behoorlijk verwoorden hoe de neuronen in m’n brein mij in elkaar zetten als persoon. Zelf vind ik het twee uitmuntende en geniale teksten! Dit stukje tekst uit Verloren tijd, magnifiek:

Om ergens te komen
Had hij lopen moeten leren
Maar om iets te bereiken
Leerde hij marcheren.

Het is jammer dat ik hier de liedjes niet kan laten horen, maar alleen kan laten lezen:

verloren tijd

Er is een man laatst doodgegaan
Die nog geen dag van zijn bestaan
Tevreden was maar dat begreep hij pas
Toen er geen weg terug meer was.
Vlak voor zijn dood pas kreeg hij spijt
Van zoveel angst, verloren tijd
En hij vertelde mij over de hel die hij
Zijn leven lang had meegemaakt.

Hij was nooit verliefd geweest
Zelden verwonderd.
Hij had nooit gegokt
Dus hij was ook nooit bedonderd.

Om ergens te komen
Had hij lopen moeten leren
Maar om iets te bereiken
Leerde hij marcheren.
Hij is iets geworden
Wat hij eigenlijk niet wilde.
Zijn wereld verstilde
Geen diepgang, geen top.
Anderen huilden dansten en lachten
Maar hij stond te wachten
En hij wist niet waarop.

Omdat het zo uitkwam
Is hij ook maar gaan trouwen
Maar hij bleef dromen over vrouwen
Die hij nooit heeft gekust.
Hij zette zich af
Tegen zwervers en helden
Maar dat gaf hem zelden
Ook maar een ogenblik rust.

En tegen zijn angst
Hielp niet één obligatie
Geen polis, geen aandeel
Geen bank dacht meer mee.
En aan het eind
Bij zijn crematie
Waaide zijn rook zelfs nog
Met alle winden mee.

Er is een man laatst doodgegaan
Die nog geen dag van zijn bestaan
Tevreden was maar dat begreep hij pas
Toen er geen weg terug meer was.


26.000 dagen

Kinderen die mogen spelen
In luchtkastelen die bestaan en nooit zullen vergaan
Vroeg of laat gaat zand vervelen, moet je daar niet blijven spelen
Je kunt als je wilt ook op zoek naar de rand van de zandbak gaan

Jong zijn dat is uitproberen, leren balanceren, blijven staan
Vallen, verder gaan
Je kunt volwassen willen lijken, alvast naar rijtjeshuizen kijken
Je kunt als je telt voor hetzelfde geld naar het eind van de wereld gaan

Je hebt zo'n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt
Je hebt zo'n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt

Volwassen, evenwichtig lijken, niks laten blijken, nog geen traan
Maar twijfel blijft bestaan
Gelukkig zijn is uit de mode, zomaar lachen streng verboden
Je kunt ook hup voor de lol nog een keer gewoon op je kop gaan staan

Eenmaal oud en grijs geworden in bejaardenoorden van de baan
Op een zijspoor staan
Klaverjassend tijd verkwisten, laat je niet voortijdig kwisten
Je kunt als je wil ook gewoon zonder pil lekker aan het vrijen slaan

Je hebt zo'n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt
Je hebt zo'n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt

26.000 dagen, 26.000 dagen, 26.000 dagen, 26.000 dagen
26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt
Je hebt zo'n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt
Voor eeuwig kwijt, voor eeuwig kwijt