Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Torquemada in de polder
(30 augustus 2006)

De afgelopen week heb ik vreemde dingen gehoord en meegemaakt. Uit dat alles tesamen heb ik het onderstaande verhaal kunnen destilleren. En geloof me, het is allemaal écht waar!

Er was eens, niet zo heel lang geleden, een man. Het was geen gewone man, maar een heel bijzondere man. Het was namelijk een Boze Man! De Boze Man woonde ergens op een eiland, en op dat eiland waren dingen gebeurd vond de man waardoor hij vanzelf een Boze Man was geworden. Dingen met de burgemeester van dat eiland. Hij vond die burgemeester maar een Stoute Burgemeester... Tja, dat is natuurlijk niet zo leuk! En de Boze Man werd dus bozer en bozer, en na een tijdje was de Boze Man een Heel Boze Man geworden!
De Heel Boze Man merkte op een dag dat hij zoveel Boos had, dat dit niet meer in z'n lichaam paste. Maar hij wilde z'n grote Boos natuurlijk niet kwijt, het was tenslotte zijn eigen grote Boos. En iets wat je eenmaal hebt wil je niet zomaar kwijt! Dus de Heel Boze Man dacht, en dacht, en dacht. En op een dag had hij de oplossing: hij ging z'n Boos verdelen met andere mensen! Dan ging z'n Boos niet weg, en kon er zelfs nog véééél meer Boos komen, hoera!
De Heel Boze Man was slim, hij wist dat de Stoute Burgemeester naar een ander eiland was gegaan. Een eiland dat aan één kant aan het land vast zat. De Stoute Burgemeester was op dat eiland dat aan één kant aan land vast zat ook burgemeester geworden. Volgens de Heel Boze Man wist niemand op dat eiland dat aan één kant aan land vast zat dat de burgemeester een Stoute Burgemeester was. Hij besloot om de gemeenteraadsleden van dat eiland dat aan één kant aan land vast zat brieven te sturen. Héél snelle brieven, dat noemen ze emails. In die brieven schreef hij hoe stout de Stoute Burgemeester was. Elke dag kregen de gemeenteraadsleden van dat eiland dat aan één kant aan land vast zat een draconisch lange brief, totdat hun héééle snelle-brievenbus volzat.
Die gemeenteraadsleden vonden dat natuurlijk niet leuk, ze kregen al zoveel brieven elke dag. En ze vonden de burgemeester helemaal geen Stoute Burgemeester, maar een leuke burgemeester! Dus ze gooiden de brieven van de Heel Boze Man gewoon meteen weg als ze in de snelle-brievenbus kwamen. Makkelijk!
Eén van de gemeenteraadsleden van dat eiland dat aan één kant aan land vast zat, een al wat oudere man met wit haar (daar waren er veel van in de gemeenteraad op dat eiland dat aan één kant aan land vast zat), kreeg er in al z'n wijsheid op een dag genoeg van. Hij schreef de Heel Boze Man op het eiland (Wieringen heette het) een heel snelle brief terug dat de heel snelle brieven die hij steeds ontving direct in de prullenbak verdwenen. Hij noemde die prullenbak een Spamfilter, en zei dat de heel snelle brieven van de Heel Boze Man in het Spamfilter bleven hangen voortaan...
De Heel Boze Man werd toen een Uiterst Boze Man, maar werd daarna wanhopig omdat hij de prullenbak van het witharige gemeenteraadslid van het eiland dat aan één kant aan land vast zat niet uit kon zetten! Dat was toch verdorie wat! Hij dacht na, en kreeg een nieuw idee. Hij ging aan z'n Grote Vriend schrijven dat op dat eiland dat aan één kant aan land vast zat niet alleen een Stoute Burgemeester woonde, maar ook een heel Stout Gemeenteraadslid! Ha, hij zou ze krijgen!
De Grote Vriend was Torquemada B. Putters, van de Socialistische Provinciale Inquisitie. Toen Torquemada B. Putters dit allemaal van de Uiterst Boze Man hoorde, onstak hij in Grote Toorn! Z'n handen werden vuisten, z'n ogen schoten bliksemschichten en hij draaide van Grote Toorn een grote extra krul in z'n Speciale Snor! De aarde sidderde en beefde onder zoveel machtig geweld, en in Groningen kwam daardoor plots een beving van 3,2 op de schaal van Richter! De mensen in Groningen schrokken zich natuurlijk een hoedje, ze hadden niet zo snel door dat de machtige Grote Toorn van Torquemada B. Putters onstoken was...
De Alwetende Torquemada B. Putters krulde nogmaals z'n Speciale Snor, en schreef het prullenbakkende witharige gemeenteraadslid van het eiland dat aan één kant aan land vast zat een bloedstollende snelle toetsenbordbrief! Wat dacht dat witharige gemeenteraadslid wel niet, zomaar de brieven van de Uiterst Boze Man in de snelle-brievenprullenbak gooien! Bliksem schichtte, donder rolde, en de zondvloed was bijkans nabij! In Groningen voelden de geschrokken Groningers een naschok van 2.3 op de schaal van Richter... en ze hoorden in de lucht donderen: “WIE NIET VOOR MIJ IS, IS TEGEN MIJ!!” Poeh, de Grote Toorn van Torquemada B. Putters van de Socialistische Provinciale Inquisitie is dan ook niet niks natuurlijk!
Maar ja, het witharige gemeenteraadslid van het eiland dat aan één kant aan land vast zat had het wel met andere dingen aan de stok gehad in het verleden. Hij was niet heel erg onder de indruk, gaapte eens uitbundig, en ging lekker naar bed. De dag erna sprong hij kwiek uit de veren, en adviseerde vele van zijn collega-gemeenteraadsleden de snelle-brievenprullenbak zo neer te zetten dat de gigantische epistels van de Uiterst Boze Man er zomaar invielen als ze naar binnen gegooid werden.
En zo liep alles op het eiland dat aan één kant aan land vast zat goed af. De Stoute Burgemeester ging een biertje drinken met de witharige én met de niet-witharige gemeenteraadsleden, de burgers van het eiland dat aan één kant aan land vast zat vierden een grote verjaardag van hun eiland dat aan één kant aan land vast zat, en alles was goed.
En de Uiterst Boze Man en Torquemada B. Putters van de Socialistisch Provinciale Inquisitie? Tja, de verhalen gaan dat de laatste zó boos is geworden dat hij de rest van z'n leven hevige rillingen had, waarbij hij enorm grote zweetaanvallen kreeg die zich voornamelijk concentreerden rond z'n voetzolen. Dat is niet zo fijn natuurlijk! Van de Uiterst Boze Man is nooit meer gehoord, die leek opgelost te zijn in het niets van het eiland waar hij woonde...