Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Tegenstemmen

(Bron: Volkskrant, Ronald Plasterk, 20 mei 2005)

 

Onderstaand artikel uit de Volkskrant verwoordt behoorlijk exact hoe ik m'n eigen tegenstem straks met het referendum beargumenteer, het is alleen duidelijker en professioneel verwoord door Ronald Plasterk in de Volkskrant. Ik permitteer me daarom, met bronvermelding, het artikel te kopiëren en op deze site te zetten. Persoonlijk vind ik het een goede visie, maar dat is logisch uiteraard doordat ik het zélf ook zo zie.

 

Tegen

 

Het heeft even geduurd, maar er waren ook veel argumenten. Tegenargumenten die niet altijd overtuigen: angst onze nationale identiteit te verliezen, isolationisme, te weinig Nederlandse invloed in Brussel, nettobetaler, tegen Europa, angst voor de toekomst, tegen dit kabinet.

 

Argumenten aan de ja-kant die ook niet overtuigen, zijn er ook legio. Alle angst-, oorlog- en verdoemenisargumenten van Donner, Balkenende en Brinkhorst zijn nonsens. Als we tegenstemmen, gaat op den duur hier het licht uit, zei Brinkhorst vorige week in De Telegraaf. Ik was vorige week zowel in Zwitserland (geen EU-lid), alswel in Engeland (geen eurozone), en daar doet het licht het prima. Beide landen kennen overigens economische groei, terwijl onder het bewind van Brinkhorst onze economie nu aan het krimpen is.

 

Het belangrijkste besluit in de Grondwet (naast meer cosmetische veranderingen zoals het recht om iets te agenderen, en een omslachtige en machteloze gele-kaartprocedure) is het afschaffen van de vetorechten. Dat is een duidelijke centralisatie van macht en dat was ook de doelstelling: Europa slagvaardiger maken. Dat kan alleen door vetorechten af te schaffen en daarmee macht van de nationale hoofdsteden naar Brussel te verplaatsen. De ja-campagne zal zeggen dat de macht niet wordt verplaatst, maar dat de lidstaten hun zeggenschap delen.

Macht is een zero sum game: als het hier erbij komt, gaat het er daar af. De argumentatie is dat het moet omdat de Unie zo snel is uitgebreid, maar ik heb nooit gezegd dat ik die razende uitbreiding een goed idee vond. De ja-campagne benadrukt dat het referendum niet gaat over de toetreding van nieuwe lidstaten, dat weet iedereen ook wel, maar het belangrijkste ja-argument (een groter Europa heeft nieuwe spelregels nodig) ontleent men wél aan die uitbreiding!

 

De Europese Unie heeft weliswaar democratische elementen, misschien nemen die met de Grondwet iets toe, maar het is en blijft een niet-democratisch orgaan. Wij kunnen niet via verkiezingen bepalen wat de politieke kleur van de commissie wordt die Europa regeert. En daarmee betekent de Grondwet een overdracht van macht van een democratische bestuurslaag naar een niet-democratische centralistische macht.

En daar ben ik tegen.

 

Een tweede bezwaar is dat Europa heeft laten zien zich met te veel te bemoeien. De opsplitsing van de NS en de liberalisering van de energiebedrijven, het het subsidiëren van het opknappen van het Vermeerplein in Den Haag, de ladders van de glazenwassers en de gedwongen hoge BTW voor fietsenmakers, kappers en schoenmakers. Onder het motto level playing field wordt de markt aangegrepen om werkelijk alles centraal te regelen. De Grondwet beperkt dat niet, maar brengt juist meer terreinen onder dit regime en ontneemt lidstaten de macht zaken te regelen zoals men zelf wil. Niet Europa moet dan aantonen dat iets centraal geregeld moet worden, maar de lidstaten mogen toestemming vragen iets decentraal te doen.

 

Een derde reden is dat deze Grondwet een onding is. Te dik, wil te veel regelen en onhelder.

Artikel 1: ‘Deze Grondwet vestigt de Europese Unie.’ Ze deelt macht uit, geeft rechten aan de lagere overheden (de lidstaten) en bevat alle symbolen van een staat (een president, een vlag, volkslied, nationale feestdag, parlement en een Hof van Justitie). Op de omslag staat met grote letters ‘Grondwet’, maar de ja-campagne zegt dat het eigenlijk geen Grondwet is (foutje, ongelukkige woordkeuze). Dus het allereerste woord is al niet waar. De onafhankelijke referendumcommissie van hoogleraar Kortmann wordt gekapitteld omdat die in haar samenvatting zegt dat het cruciale artikel 1.6 (‘De Europese wet gaat boven de nationale’) nieuw is. Dat is niet zo, zegt staatssecretaris Nicolaï.

 

Ik denk dat Kortmann gelijk heeft en hij heeft alle reden boos te zijn dat de regering, die hem eerst een opdracht heeft gegeven, moppert omdat de samenvatting haar nu politiek slecht uitkomt. Hoe dan ook kun je geen ja stemmen over een Grondwet als dergelijke zaken onduidelijk zijn.

 

Een ja-stem zal worden geduid als steun voor het tot stand brengen van een ‘steeds hechter verbond’ van Europa (Grondwet, preambule 2) en het vestigen van de Europese Unie als onze hoogste overheid, boven de nationale staat.

 

Als je nee stemt, is het niet duidelijk wat er met dat signaal gebeurt, maar een andere weg heb je als kiezer niet om te zeggen: ik ben groot voorstander van een open Nederland, open naar de wereld, hecht Europees samenwerkend op alle punten waar dat nuttig is (terrorismebestrijding, douane-unie en meer), maar tégen een Brusselse overheid die in Nederland de lakens uitdeelt. Nederland heeft historisch altijd een sterke positie gehad op de grens tussen de Atlantische wereld en continentaal Europa, moet die behouden en zich niet verliezen in een ondoordachte staatkundige verbintenis.

 

Samenwerken ja, staatsvorming nee. Eigenlijk toch wel helder

Had ik daar nu zo lang over moeten denken?

 

Op de site gezet door: Hans Langbroek, raadslid voor de lokale partij Nieuw Enkhuizen