Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Soms te laat

(31 mei 2007)

 

Hij zat op z’n stoel. Er voelde in z’n borst een drukkende, benepen aanwezigheid. Hij dacht aan vroeger, toen hij onder z’n maten gold als béresterk. Nu niet meer, 72 jaar is oud. Zonder lucht door stukgerookte longen, hij voelde zich waarlijk stokoud.

 

Z’n 20-jarige kleindochter liep naar haar vader, zijn schoonzoon, toe. “Pap, mag het? Ah toe, je weet hoe blij ik dan ben!” Schoonzoon antwoordde: “Ik weet het nog niet hoor, het kost wel heel wat.” Kleindochter zette zich knus bij schoonzoon op schoot.

 

Vroeger werd hij er met verhuizingen door iedereen bij gehaald om z’n grote kracht. Een smal tanig lichaam had hij altijd gehad. Hij had nooit gedacht dat die twee pakjes sigaretten per dag hem zouden gaan vellen. De dokter had gezegd dat als hij niet gerookt had, hij nog steeds béresterk geweest zou zijn. Hij keek naar het tafereel voor zich.

 

“Pap, alsjeblieft!” Kleindochter schuurde behaagziek langs haar vader z’n lichaam. “Pap, je moet het voor me doen!” Ze bewoog zich dichter richting haar vader. Moeder, zijn eigen dochter, keek naar buiten naar in het weiland lopende schapen. Schoonzoon kreeg een trillend rechteroog, en z’n gelaat werd rozig.

 

Soms voelde hij zich van binnen heel even net zo sterk als dat hij eigenlijk nog had willen zijn. Als hij kwaad was. Maar binnen een paar seconden realiseerde hij zich dan dat hij zwak was, geen lucht had. Dat rotroken!

 

Schoonzoon werd rood, en kneep met z’n ogen. Hij slikte, en zei: “Okee dan, het is goed”. Kleindochter hing even om z’n nek, en riep: “Dankjewel pap!’ Ze had lang geleden al geleerd hoe het voor elkaar te krijgen bij haar vader. De rode kleur van schoonzoon z’n gelaat zakte weer weg, en hij keek wazig in de verte naar buiten.

 

Hij voelde zich nu weer even sterk. Maar was het niet… Was hij het nog maar godverdegodver! Hij kon niet ingrijpen, hij kon gewoon niet ingrijpen, hij kon het niet meer. Hij was een zwakke, oude man geworden. Triest wendde hij z’n blik van z’n nageslacht af. Het was te laat.