Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Sociaal-liberalisme
(19 januari 2005. Bron: tijdschrift De Helling)

 
Femke Halsema

Femke Halsema, fractievoorzitster van GroenLinks in de Tweede Kamer, is bezig haar partij om te vormen van een erg linkse partij die "geitewollen sokken partij" genoemd zou kunnen worden, naar een sociaal-liberale (soms ook wel genoemd links-liberale) partij. Ze doet dit met een fluwelen handschoen, maar wie onderstaande goéd leest ziet dat er in die handschoen een ijzeren vuist zit.
Ze noemt de termen sociaal-liberalisme en links-liberalisme, doch gaat op een gegeven moment verder met de term "vrijzinnig links". En dat kan ook niet anders met hoe haar partij in elkaar zit. Ik denk dat het deel "hard-line linksers" in haar partij een spontane Pavlov-rolberoerte krijgt bij het woord "liberaal"! Die mensen hebben zichzelf aangeleerd in termen van goed-slecht te denken, met als slecht alles dat anders denkt dan zijzelf. En dan liberalisme als het ultieme slechte... Een beetje hoe de SP van tegenwoordig reageert: "Géén SP? Dan weg ermee!" Het eeuwige, wijze-geiterige, heilige, moralistische linkse gelijk waar ik persoonlijk helemaal misselijk van wordt! En waar Halsema in haar stuk hieronder mee afrekent, hoera!
Dus mevrouw Femke Halsema heeft nog een aardige klus te doen. Maar gezien haar snuggere wijze van optreden zal het uiteindelijk wel lukken.
In haar stuk hieronderstaand kan ik me ongeveer zo'n 70% behoorlijk vinden, en dus rond 30% zeker niét. Toch trekt dat sociaal-liberale denken me in de punten waar ik me in kan vinden. Het rechts-conservatieve liberalisme van ex-stadsgenoot Gerrit Zalm dus niet! Onder zijn bewind is het aantal kleine ondernemers dat onder het bestaansminimum zit met ruim 8.000 gestegen naar 47.000, in één jaar tijd! Het vaderlandse bedrijfsleven begint langzamerhand steen en been te klagen over de toenemende regelgeving, werknemers beginnen te balen, oudjes in de AOW begint het water letterlijk boven de lippen te stijgen en ga zo maar door! Iets doet Gerrit toch echt niet goed... Maar ik teut maar door, hier het stuk van Femke Halsema. Het is even doorlezen, maar de moeite waard!


Vrijzinnig links

15 juni 2004
Verschenen in: De Helling

Het conservatisme rukt op, niet alleen bij VVD en CDA maar ook bij PvdA en SP. Daartegenover moet GroenLinks de vrijzinnigheid zetten: vrijheid en emancipatie in plaats van dwang. 

 

Door Femke Halsema

Het afgelopen jaar is 'de leegte van links' een gevleugelde uitspraak geworden van met name rechts-conservatieve denkers en politici. Enigszins smalend, zelden vergezeld van een inhoudelijk argument, wordt links 'weggezet' als passé, als niet in verbinding staand met de morrende bevolking, als soft en wereldvreemd. Het zouden vooral de grote problemen zijn van migratie, de multiculturele samenleving, veiligheid en opkomend islamitisch terrorisme waarop links leegte zou tonen.
Bij deze nogal doorzichtige rechtse retoriek die vooral de eigen politieke ambities dient, zou bijna vergeten worden dat juist een PvdA-ideoloog, Jos de Beus, als eerste links 'onuitstaanbare leegte' verweet (De Volkskrant 18 juli 2003). Zonder enige zelfreflectie beklaagt de auteur van het PvdA-verkiezingsprogramma van 1994 zich erover dat links vasthoudt aan impopulaire en onvervulde idealen en zo zichzelf verdoemt tot de marge van de politieke macht. Je zou het 'de ziekte van de sociaal-democratie' kunnen noemen: problemen in eigen kring worden veralgemeniseerd en op de omgeving geprojecteerd. Linkse leegte is in werkelijkheid voornamelijk de richtingloosheid van de PvdA en haar ideologen (i.c. Jos de Beus). Leegte, die deze keer vooral electoraal lijkt te zijn gemotiveerd. Wouter Bos laat welbewust onduidelijkheid bestaan over de plek van de PvdA in het politieke spectrum. Zelfs het recent gepubliceerde concept-beginselprogramma illustreert de richtingloosheid. Volgens Bos is "de meest radicale ambitie" uit dat programma om "mensen een fatsoenlijk bestaan te bieden". Weinig politici - links of rechts, progressief of conservatief - zullen de behoefte hebben hiertegen stelling te nemen. Onze grondwet is radicaler en explicieter in haar sociale opdrachten.
Het verwijt vanuit rechts dat links leeg is, is overigens nogal opportunistisch. Het conservatief liberalisme is nooit iets anders geweest dan een verzameling hapsnap opvattingen, variërend van 'geef de auto vrij baan', vrijhandel tot criminaliteitsbestrijding. Afhankelijk van de nieuwste electorale mode, zijn de opvattingen over de verhoudingen tussen markt, staat en burger altijd bijgesteld. Mede dankzij de inspanningen van Frits Bolkestein en de Edmund Burkestichting, gevolgd door een nieuwe generatie VVD'ers (zoals Hirsi Ali en Wilders) lijkt zich nu voorzichtig een enigszins coherente conservatief liberale theorie te ontvouwen. Wel gaat dit met vallen en opstaan, getuige de pas verschenen integratienota van de VVD. Daarin wordt weliswaar met aplomb de klassiek liberale notie van een samenleving van vrije, mondige en zelfstandige burgers verdedigd, om drie pagina's verderop met even groot gemak te stellen dat allochtone ouders die niet goed zijn geïntegreerd geen weloverwogen schoolkeuze kunnen maken voor hun kinderen. Dat lijkt mij het 'verlichte' paternalisme ver voorbij.

Pragmatisch
Tegenover de ideologische bekering van rechts tot het conservatisme staat ook dat links pragmatischer is geworden. Het maakbaarheidsfetisjisme, het 'blauwdrukdenken' uit bijvoorbeeld de jaren zeventig, heeft terecht plaats gemaakt voor een bescheidener opvatting van maatschappelijke verandering: de samenleving laat zich bijsturen door politieke beslissingen maar niet kneden of vormen. GroenLinks is zich meer dan elke andere politieke partij gaan oefenen in begrotingsdiscipline vanuit de overtuiging dat politici niet alleen plannen hebben te ontvouwen en maatregelen hebben af te kondigen, maar zich te allen tijde moeten kunnen verantwoorden over de rechtmatigheid en doelmatigheid van hun handelen.
Links en rechts maken, zo lijkt het, tegengestelde ontwikkelingen door. Terwijl links een grotere nadruk legt op 'verantwoordelijke politiek' zingt rechts zich los uit 'de smalle marges'. Het rechtse maakbaarheidsgeloof neemt zo nu en dan zelfs de vorm aan van grootheidswaanzin als plannen worden ontvouwd om de wereldwijde migratiestromen in te dammen door de grenzen te sluiten of de criminaliteit de wereld uit te helpen door zo hard mogelijk te straffen. Begrotingsdiscipline wordt soms heilig verklaard maar als een rechts belastingparadijs veel geld kost wordt het luchtig terzijde geschoven (bijvoorbeeld bij 20 miljard lastenverlichting onder twee paarse kabinetten).

Heilige gelijk
Je zou kunnen stellen dat linkse (vooral GroenLinkse) politiek in toenemende mate - wat filosofen met een sjiek woord noemen - consequentionalistisch is geworden. Politieke idealen en beginselen worden niet meer alleen getoetst op hun rechtvaardigheid en interne consistentie maar ook op het veronderstelde praktische effect. Oftewel, een ideologisch beginsel is vooral van waarde als het bij toepassing ook de gewenste politieke en maatschappelijke consequenties heeft. Als bijvoorbeeld de terechte wens van inkomenszekerheid voor werklozen en mensen met de laagste inkomens leidt tot 'gevangenschap' in staatsafhankelijkheid, dan verdient dat een politieke reactie. GroenLinks pleit daarom voor een 'basisinkomen' (via de invoering van een zogenaamde negatieve inkomstenbelasting) voor mensen die betaald werk doen: een linkse oplossing voor de armoedeval.
De conservatief-liberalen ontwikkelen zich in tegengestelde richting. Veel van hun opvattingen zijn naar hun aard deontologisch. Dat wil zeggen dat zij een norm stellen, ongeacht wat daarvan de consequenties zijn. Zo stelde Van Aartsen recent dat elk streven om het toenemend islamitisch terrorisme te verklaren uit de spanningen in het Midden-Oosten, mensenrechtenschendingen en armoede, een "vergoelijking" was. Uit de terechte principiële afwijzing van terrorisme komt met andere woorden voort dat geen oplossingen mogen worden gezocht voor de vermindering ervan. In het parlementaire integratiedebat bepleitte VVD-Kamerlid Hirsi Ali een verbod op etnische organisaties aangezien 'menging de norm is'. Ondanks dat het effect achterstelling en discriminatie is die haaks staat op de norm, heeft dit geen invloed op haar principiële stellingname. Volgens VVD-Kamerlid Wilders mogen er geen compromissen worden gesloten over integratie, migratie en terrorisme. Dit leidt tot een onverzoenlijke houding, waarbij de maatschappelijke effecten worden gebagatelliseerd als ondergeschikt aan het heilige en abstracte 'gelijk'.

Fuik
Het is opvallend dat de discussie over de 'linkse leegte' opkomt terwijl links en rechts zich aan het hergroeperen zijn en er voor het eerst in tien jaar weer sprake is van werkelijke polarisatie. Zij het dat in politieke zelfoverschatting links en rechts hun posities hebben verruild.
Op één punt snijdt het verwijt van de linkse leegte wel hout. Nu het kabinet Balkenende II het als haar belangrijkste taak beschouwt om de collectieve en sociale voorzieningen te ontmantelen, moet links ervoor waken als pavlov-reactie alle bestaande instituties van de verzorgingsstaat te verdedigen. De legitieme politieke wens om ook in tijden van economische tegenspoed 'de sterkste schouders de zwaarste lasten' te laten dragen en de solidariteit te blijven organiseren, staat niet één op één met de huidige institutionele vormgeving van de WAO, de bijstandswet, het zorgstelsel, de ruimtelijke ordening, etc.
GroenLinks erkent dat verregaande verstatelijking van vooral de sociale zekerheid een fuik heeft gemaakt. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten zijn de afgelopen jaren gevangen geraakt in financiële regelingen waarbij het zoeken naar werk en de deelname aan de samenleving werd ontmoedigd in plaats van gestimuleerd. Alleenstaande ouders in de bijstand werden afkerig gemaakt van het zoeken van werk omdat dit meestal gepaard ging met verlies van inkomen en zekerheid. Niet alleen werd de individuele verantwoordelijkheid van mensen om lotsverbetering na te streven in de bestaande regelingen onvoldoende erkend; collectieve regelingen creëerden nieuwe afhankelijkheid aan de anonieme overheidsbureaucratie.
Tegenover de gewenste bezinning door linkse partijen om de organisatie van de solidariteit anders vorm te geven, staat wel een onbeantwoord verwijt aan de regerende rechtse partijen. Herziening van de verzorgingsstaat en meer individuele verantwoordelijkheid voor de mensen die ervan gebruikmaken, bestaat bij de gratie van (nieuwe) werkgelegenheid. Elke oproep aan mensen in de bijstand of de WAO om actief naar werk te zoeken is gratuit als arbeidsmarktbeleid ontbreekt. Als het kabinet de mogelijkheid tot 'reïntegratie' van arbeidsongeschikten verkleint en op de Melkertbanen bezuinigt, wordt het verminderen van de inkomenszekerheid van mensen aan de onderkant van de samenleving ronduit onverantwoord.

Fortuyn
Terwijl op de traditionele links-rechts as de posities juist helder en polair zijn, tekent zich wel toenemende verwarring af over de tegenstelling conservatief-progressief. Het is de ambigue opbrengst van de Fortuyn-revolte. Pim Fortuyn slaagde erin om traditioneel linkse noties over sterke publieke voorzieningen als onderwijs en zorg te combineren met conservatieve opvattingen over orde en gezag, over het tegenhouden van migratie en de assimilatie van migranten in de dominante samenleving. De wens om de naar gezag verlangende kiezers te behagen, leidt tot een wedloop 'hard, harder, hardst'. Inmiddels heeft de VVD zich, bij monde van Van Aartsen, openlijk tot de hoeder ervan bekend (zonder zich daarbij enige rekenschap te geven van Fortuyns wens om ook de publieke voorzieningen te willen versterken).
Behalve bij de VVD trekt het Fortuyniaanse conservatisme echter ook sporen in het zand van PvdA en SP. De PvdA lijkt progressieve vrijheden op te offeren aan kiezersgunst, onder andere op het terrein van de criminaliteitsbestrijding. Enige tijd geleden pleitte bijvoorbeeld PvdA-Kamerlid Wolfson ervoor om heroïneprostitutie strafbaar te stellen als 'seks met bewustelozen'. Een eeuw emancipatiestrijd om prostituees juist gelijkwaardige rechts- en maatschappelijke posities te geven, delft hiermee het onderspit. Volgens PvdA-deelraadsbestuurder Schrijer moeten kansarmen uit Rotterdam kunnen worden geweerd. En met uitzondering van Adri Duivesteijn, heeft de PvdA het ideaal van de multiculturele samenleving begraven. Ook is recent de algemene toegankelijkheid van het Hoger Onderwijs (waarin het progressieve verheffingsideaal gestalte kreeg) met dank aan de PvdA verruild voor een systeem van selectie.
Ondertussen wedijvert de SP met de VVD in assimilatiepolitiek en is volgens SP-Kamerlid Kant de integratie mislukt en resteert slechts beperking van vrijheid bij de plaatsing van kinderen op scholen (door centrale inschrijving) en van mensen in achterstandswijken (door woningtoewijzing) om het tij te keren.

Handschoen
Nu PvdA en SP minder terugdeinzen voor conservatieve culturele opvattingen, dreigt progressieve politiek te verwezen. Eerder heb ik gesteld dat het voor een progressieve partij onvoldoende is om slechts het linkse, sociaal-economische gedachtegoed te verdedigen (De Volkskrant, 27-12-2003). Juist nu klassieke burgerlijke vrijheden worden geofferd aan de dreiging van moslimterreur, het ideaal van culturele ontplooiing dreigt te bezwijken onder integratieproblemen en de vrijheid om anders te zijn bijna synoniem wordt met openbare orde-risico's, is het voor GroenLinks van groot belang om haar progressieve traditie te benadrukken. In het GroenLinks-Magazine van februari 2004 heb ik GroenLinks de laatste 'links-liberale partij' genoemd. Daarmee nam ik de handschoen op die Dick Pels heeft geworpen met zijn oproep het liberalisme van rechts te redden (zie zijn 'Progressief manifest' in Trouw, 10-1-2004). Ik beoog hiermee geen koerswijziging te forceren, laat staan afstand te nemen van de waarde die ik hecht aan gemeenschapszin. Wel zoek ik, nadrukkelijker dan de afgelopen jaren is gebeurd, aansluiting bij het GroenLinks-gedachtegoed van vrijzinnigheid, anarchisme en emancipatie. De veranderde omstandigheden, zoals de komst van het conservatieve kabinet Balkenende en de toenemende maatschappelijke en culturele intolerantie als een gevolg van de aanslagen van 11-9, maken dit noodzakelijk.
Inmiddels kan ik vaststellen dat de term 'liberalisme' voor verwarring zorgt. De jaren van Paars neoliberalisme hebben de publieke conceptie van liberalisme uitgehold. Liberalisme is synoniem geworden met marktdenken, vrijblijvendheid en afscheid van de publieke sector. Deze beperkte vorm van liberalisme wordt door mij juist niet nagestreefd. De vooral onder Paars populaire gedachte dat de markt ongestoord zijn werk moet kunnen doen is voor mij onaanvaardbaar. De markt produceert uitsluitingsmechanismen, verergert de nationale en internationale, ongelijke verdeling van welvaart en welzijn, ondermijnt gemeenschapszin en verdient correctie. Wèl gaat het mij om liberalisme in de vorm van vrijzinnigheid: grote nadruk op het vrije woord en de vrijheid 'anders' te zijn, ondogmatisch, met een gezonde achterdocht jegens culturele dwang en een tikje anarchistisch ten opzichte van de uitdijende overheidsbureaucratie.

Vrijheid
Anders dan VVD'ers dikwijls suggereren, verdraagt overheidsingrijpen op de markt zich uitstekend met het streven de samenleving en de mensen die er deel van uitmaken vrijer te maken. In zijn oratie Two concepts of liberty (1958) illustreert de Britse filosoof Isaiah Berlin dit aan de hand van het negatieve en het positieve vrijheidsbeginsel (in vertaling: Twee opvattingen van vrijheid; Boom, 1996).
In Berlins opvatting is negatieve vrijheid het recht van burgers om gevrijwaard te zijn van dwang en onderdrukking door de overheid. Dit vrijheidsbeginsel is diep geworteld in onze samenleving en verankerd in de klassieke grondrechten: de vrijheid van meningsuiting, van vergadering, van religie, het recht op de persoonlijke levenssfeer, de onaantastbaarheid van het lichaam enzovoort. Alleen als er dwingende redenen zijn van algemeen belang (de veiligheid van de staat) of als door bijvoorbeeld onderdrukking, discriminatie of geweld andermans vrijheid in het gedrang komt, mag er door de overheid (proportioneel) worden ingegrepen.
Naast het negatieve vrijheidsbeginsel staat het positieve vrijheidsbeginsel. Dit houdt in dat de overheid vrijheid van zijn onderdanen ook mogelijk maakt. Aangezien in de moderne kapitalistische samenleving vrijheid door sociaal-economische positie, onderwijs en maatschappelijke kansen wordt bepaald, moet 'bevrijding' van individuen uit achterstand en achterstelling worden nagestreefd. Ook dit vrijheidsbeginsel is verankerd in onze grondwet, in de sociale grondrechten. Deze dwingen de overheid zich 'in te spannen' voor bijvoorbeeld de spreiding van welvaart, het creëren van werkgelegenheid en onderwijs en voor verbetering van welzijn en het leefmilieu. Dat hoeft overigens niet per se via collectieve instituties. Bijvoorbeeld het 'recht op kinderopvang', waar GroenLinks voor pleit om de keuzevrijheid van vrouwen te vergroten, hoeft niet gepaard te gaan met uitsluitend 'staatscrèches'. Anders dan PvdA en SP wil GroenLinks aan ouders 'persoonsgebonden budgetten' toekennen waarmee zij zelf in staat worden gesteld opvang voor hun kinderen in te kopen.
Wat mij betreft is het positieve vrijheidsbeginsel vooral van toepassing op de sociaal-economische verhoudingen en op de bescherming van kwetsbare waarden zoals natuur en milieu. Het negatieve vrijheidsbeginsel gaat vooral over de culturele en politieke verhoudingen. Vrijzinnigheid betekent dat de overheid 'de handen af' heeft te houden van de persoonlijke relaties van mensen, hun seksualiteit, religie, hun kledingstijlen en culturele liefhebberijen. Datzelfde geldt voor de gemeenschapsverbanden die mensen stichten en de organisaties waarvan zij deel willen uitmaken. Alleen als organisaties zich buiten de rechtsstaat begeven (door zich bijvoorbeeld in te laten met terrorisme), kan de overheid een verbod uitvaardigen. Allochtone zelforganisaties dienen bijvoorbeeld door de overheid te worden gerespecteerd, maar enkel die zelforganisaties die zich richten op de emancipatie en ontplooiing van hun leden komen, wat mij betreft, voor subsidie in aanmerking.

Hoofddoekjes
Met mijn opvatting over positieve en negatieve vrijheid sta ik diametraal tegenover het, aan invloed winnende conservatisme en de wijze waarop het begrip 'eigen verantwoordelijkheid' wordt ingevuld. Conservatieven passen het 'handen af'-principe eenzijdig toe op de sociaal-economische verhoudingen. Daarmee maken zij vrijheid tot een schaars goed. Omgekeerd sturen zij toenemend in de culturele verhoudingen en in de persoonlijke levensstijlen van mensen. Zij treden daarmee het negatieve vrijheidsbeginsel met voeten. Recente voorbeelden zijn er legio: het beperken van de vrije partnerkeuze, het aan banden leggen van de vrijheid van onderwijs, het dwepen met een hoofddoekjesverbod, het beperken van de religieuze vrijheden enzovoort. Het nieuwe maakbaarheidgeloof van de conservatief-liberalen richt zich vooral op het corrigeren van levensstijlen, culturele gebruiken en privé-waarden, terwijl de sociaal-economische ongelijkheid in stand wordt gelaten.
De politieke keuze om de 'uitingsvrijheden' te beperken lijkt te zijn gebaseerd op de gedachte dat ongewenste maatschappelijke ontwikkelingen de optelsom zijn van verkeerde privé-gedragingen. De samenhang tussen bijvoorbeeld onderdrukking van (sommige) moslimvrouwen en hun sociaal-maatschappelijke positie wordt ontkend. De redenering luidt dat 'culturele achterlijkheid' achterstand veroorzaakt en maatregelen richten zich op de uitingsvrijheid door bijvoorbeeld hoofddoekjes te willen verbieden (en niet op vermindering van de uitsluitingsmechanismen in samenleving en economie). Door middel van verboden en geboden moeten deze vrouwen en hun mannen tot ander gedrag worden gedwongen.
Inderdaad kunnen culturele gewoonten tot achterstand leiden doordat bijvoorbeeld seksistische opvattingen vrouwen belemmeren hun stem te verheffen en zich te ontplooien. Maar consequente toepassing van het negatieve en positieve vrijheidsbeginsel dwingt de overheid, volgens mij, om bevrijding te stimuleren door (sociaal-economische en onderwijs)achterstanden te verminderen, in plaats van de uitingsvrijheid te beperken.
 

Vrijzinnige agenda
In reactie op het opkomende conservatisme acht ik het van groot belang dat linkse en progressieve politici ruimte scheppen voor positieve èn negatieve vrijheid. GroenLinks geeft dat vorm in een vrijzinnige, progressieve politieke agenda, waarin het streven naar gelijkwaardigheid, vrijheid, emancipatie en duurzaamheid wordt geplaatst tegenover de conservatieve ideologie van gezag en disciplinering. Daarbij hoort het besef dat aan de economische crisis waarin Nederland nu verkeert, een politieke crisis vooraf ging. De agenda sluit aan op de grote problemen waarmee Nederland kampt: de economische stagnatie, het verslechterende milieu, het afnemende sociale én politieke vertrouwen onder de bevolking en de vastlopende emancipatie van migranten.

1. Vrijheid mogelijk maken
In de kern gaat positieve vrijheid over materiële en immateriële herverdeling, waar ongeremde mondiale marktwerking altijd leidt tot tweedeling en uitsluiting. Vooral de verhouding tussen staat en markt moet voorwerp van politieke interventie zijn. De staat dient te beschermen wat kwetsbaar is, door grenzen te stellen en door herverdeling tussen arm en rijk, economie en ecologie, Noord en Zuid te bespoedigen. Binnen de vastgestelde grenzen dient de markt vrij te zijn en zelfs weer door de staat te worden beschermd tegen particuliere kartelvorming en ongewenste private monopolies.

- Emancipatie
Misbruik van voorzieningen moet worden tegengegaan, maar het is een kostbaar misverstand dat goedwillende burgers zich gestimuleerd voelen door de zweep. Door sociale regelingen hard te saneren, krijg je mensen niet aan het werk, houd je jongeren niet bij de les en maak je van migranten geen volwaardige staatsburgers. Je oogst wat je zaait: wrok, sociaal wantrouwen en onverschilligheid. Door spreiding van inkomen en ruime toegankelijkheid van publieke voorzieningen als onderwijs en zorg, reik je mensen de hand om zich te emanciperen. Je versterkt de sociale verhoudingen door de verzorgingsstaat te hervormen zodat deze mensen activeert, en door verlofregelingen te introduceren die mensen in staat stellen om arbeid, zorg en vrije tijd te combineren. De overheid mag van mensen verantwoordelijk en sociaal gedrag verlangen, bijvoorbeeld door een inburgering- of sollicitatieplicht. Maar zij kan dat enkel geloofwaardig doen als zij diezelfde mensen ook mogelijkheden tot ontplooiing biedt. Migranten mogen worden verplicht om in te burgeren maar dienen tegelijkertijd realistisch uitzicht op werk, op onderwijs en op actieve deelname aan de politieke besluitvorming te worden geboden. Omdat betaald werk onmisbaar is voor werkelijke emancipatie, dient de overheid - juist in tijden van economische neergang - actieve werkgelegenheidspolitiek te voeren door (laagbetaald) werk fiscaal te stimuleren en zo nodig te subsidiëren. De vergrijzing zal op termijn veel arbeidsintensieve zorg vragen. De kosten van vergrijzing en de zorg zelf kunnen de noodzaak van arbeidsmigratie vergroten. In ieder geval mogen de kosten niet worden geprivatiseerd (door voortdurende pakketverkleining) maar moeten door alle generaties worden gedragen, door de combinatie van een fatsoenlijke belastingheffing op vermogen, een AOW-premieplicht voor 65-plussers en een volksverzekering zorg.

- Een duurzame kenniseconomie èn groene ruimte
Voor conservatieven is de economie de maat. Progressieve politiek betekent het behartigen van kwetsbare waarden, vanuit de wetenschap dat vrijheid ook wordt bepaald en belemmerd door de staat van natuur en milieu en door de ruimte om (voor elkaar) te zorgen en van vrije tijd te genieten. Er is geen onzichtbare hand die daar voor zorgt. Dat betekent dat de overheid zich inspant voor een gezonde en duurzame relatie tussen economie en milieu en een ontspannen samenleving. Ingrijpende herziening van de belastingen helpt daarbij. Door arbeid goedkoper te maken en vervuiling duurder, sla je twee vliegen in één klap. Je remt de afbraak van het milieu en tegelijkertijd bevorder je de arbeidsdeelname. Hiervoor is het noodzakelijk dat het concept van Nederland Distributieland wordt verlaten en er niet alleen aan de top maar ook aan de basis daadwerkelijk inhoud wordt gegeven aan Nederland Kennisland. Wie meer ruimte wil bevechten voor natuur, openbaar vervoer, biologische landbouw en dierenwelzijn, kan niet zonder bemoeienis van de rijksoverheid.

- Internationale solidariteit
Terwijl het buitenland indringender onze huiskamers binnenkomt, wordt Nederland kleiner. Opkomend islamitisch fundamentalisme, scherpere Noord-Zuid tegenstellingen, globalisering en internationale migratie krijgen voornamelijk aandacht als de binnenlandse veiligheid op de tocht staat. Juist het besef dat in een moderne samenleving onze vrijheid onverbrekelijk is verbonden met de vrijheid van mensen ver weg, stelt de eis dat onze idealen geschikt moeten zijn voor binnenlands èn buitenlands gebruik. Een progressieve agenda is per definitie internationaal. Migratiebeleid dient internationale verdragen dan ook voluit te respecteren. Bij asielverzoeken en bij gezinsvorming mogen geen oneigenlijke toelatingseisen worden gesteld (wel inburgeringseisen; zie de fractienota 'Het hoofd koel, het hart warm'). Uitbreiding van arbeidsmigratie ligt in het verschiet als conjunctuur en arbeidsmarkt daar ruimte voor bieden en er EU-beleid tot stand komt.
Ook in andere landen moeten mensen hun overheid kunnen aanspreken op een gebrek aan kansen en op gezette tijden kunnen zeggen 'handen af' van de mensenrechten. Ontwikkelingssamenwerking kan dan niet, zoals nu, de sluitpost zijn van de nationale begroting waarbij pas over de dijk wordt gekeken als Bush er om vraagt. Internationale solidariteit betekent ook sterke en democratische, internationale instituties, waaronder een sterk, civiel en sociaal Europa dat een zelfbewuste identiteit ontwikkelt. Wie dat niet wil laat het wereldtoneel aan de Amerikanen en biedt hen geen tegenspel, noch een serieuze partner.
Terrorisme is grensoverschrijdend en verdient internationale oplossingen. Natuurlijk kun je de wapens niet altijd thuislaten, maar door enkel wapengekletter en repressie drijven we de Arabische wereld en de gematigde moslims in ons eigen land verder weg van de omarming van onze vrijheidsidealen. Dialoog, het doorbeken van de impasse in het Midden-Oostenconflict door Israël tot de orde te roepen, zelfmoordaanslagen te veroordelen èn de Palestijnse Autoriteit als serieuze partner aan de onderhandelingstafel toe te laten, zijn broodnodig, net zoals opsporing en vervolging van terroristen.

2. Vrijheid beschermen
Bescherming van de negatieve vrijheden van burgers raakt rechtstreeks aan hun verhouding tot de staat. Aan politiek en bestuur komt de paradoxale taak toe met regels en wetten de bevoegdheden van de staat ten opzichte van haar burgers te beperken en te legitimeren. De noodzaak dat het handelen van de staat en haar organen moet worden beperkt door grondwettelijke en rechtstatelijke beginselen, raakt onder conservatieve invloed uit zicht. Juist nu er een roep klinkt om verdergaande aantasting van de persoonlijke levenssfeer omwille van het tegengaan van criminaliteit en het verminderen van de dreiging van het wereldwijde terrorisme, dienen progressieve politici op te komen voor de kenmerkende vrijheden van de democratische rechtstaat. De maatschappelijke problemen die moeten worden bestreden zijn groot, ze vormen naar hun aard ook een bedreiging voor de burgerlijke vrijheden. Islamitisch terreur en de verspreiding van angst zijn in potentie de grootste aantasting van onze dagelijkse bewegings- en uitingsvrijheid. Inperking van deze vrijheden door de staat om dat gevaar te verminderen, is het paard achter de wagen binden.

- Vrijzinnig burgerschap
Vrijzinnig burgerschap is geen onderwerping aan de staat of aan derden, maar is gelijkwaardige en vrije deelname aan de samenleving. Dat houdt vanzelfsprekend de plicht in - voor allochtonen en autochtonen - om zich te emanciperen en anderen daarbij niet te schaden. Zonder echter het recht om af te wijken en 'anders' te zijn in te moeten leveren. Vrijzinnige burgers participeren volwaardig in de samenleving. Ze zijn goed opgeleid, mondig en economisch en sociaal zelfstandig. Ze maken autonome keuzes voor de inrichting van hun eigen leven: relatie, seksualiteit, religie, politiek, woonplaats, werk, opleiding, kleding, etc. Vrijzinnige burgers nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, kennen en respecteren gangbare waarden en normen, en zijn actief in zelfgekozen sociale verbanden. Daarbij hoort ook het recht gevrijwaard te worden van oneigenlijke staatsdwang. Geen paternalisme, geen assimilatie, geen verbod op thuis blowen (zoals het CDA wil) en geen verbod op het thuis spreken van vreemde talen (zoals de VVD wil). Burgers hoeven niet te worden bestookt met normen-en-waardensites, noch moeten zij een gekunstelde nationale identiteit krijgen opgedrongen. Het spreekt voor zich dat conservatieve pogingen om de staatsdwang te vergroten bij ethische keuzes, wat mij betreft niet op vrijzinnige steun moeten rekenen. Burgers die handelen volgens de wet moeten baas in eigen buik blijven en ook - bij ondraaglijk lijden - baas over hun eigen dood.

- Politiek
Deze regering doet het meeste aan de crisis waarop ze de minste invloed heeft (de economische), terwijl ze amper wat doet aan de crisis waarvoor zij het meeste verantwoordelijk is (de politieke). Uiteraard is het belangrijkste antwoord op de politieke crisis scherper aan te geven wat je politieke opvattingen zijn. Maar het is niet minder belangrijk om het gestagneerde democratiseringsproject door te zetten. Dat doe je door op te komen voor de vrijheid van meningsuiting (bij rechts èn bij links); maatschappelijke organisaties inspraak te geven, schaduwmachten aan de kaak te stellen, een tweede stem op de regeringscoalitie te bepleiten, professionals in handhaving en uitvoering van beleid meer ruimte te geven en bureaucratie te bestrijden (zie Evelien Tonkens, Mondige burgers, getemde professionals, 2003).
Vrijzinnige burgers moeten actief worden uitgenodigd om de macht te controleren. Daarbij past het de overheid niet om met een districtenstelsel de keuzevrijheid te beperken en voor kiezers te bepalen dat zij het belangrijk moeten vinden waar hun volksvertegenwoordiger woont. Het past wel om de gekozen vertegenwoordigers op alle plaatsen te versterken: niet alleen landelijk en gemeentelijk, maar ook binnen bedrijven, scholen en ziekenhuizen. Met referenda en burgerinitiatieven worden de zeggenschap en participatie van burgers ook buiten deze instituties versterkt. Aan migranten moet stemrecht worden verleend. Politieke participatie is niet de kroon op een geslaagd integratieproces maar juist een voorwaarde ervoor. Sterke maatschappelijke en economische verhoudingen zijn gebaseerd op machtsevenwichten. GroenLinks heeft initiatiefwetgeving ontwikkeld om ondernemingsraden zeggenschap te geven over de benoeming van commissarissen en inkomens aan de top, maar ook om klokkenluiders van fraude te beschermen en eventueel te belonen.

- Veiligheid
Repressie is geen panacee voor criminaliteitsproblemen. Gewijzigde opvattingen over de strafwaardigheid van crimineel gedrag kunnen wel leiden tot verzwaring van straffen en inperking van de grondwettelijke vrijheden. Bijvoorbeeld bij geweldsdelicten (zoals huiselijk geweld en besnijdenis) en de bestrijding van terrorisme en grootschalige fraude, zijn zwaardere straffen en verdergaande overheidsbevoegdheden op zijn plaats. Echter, het effect van consequent vervolgen, preventie en een open oog voor de oorzaken is vele malen groter. Dit is bij conservatieven in slechte handen. Net zo min als men geïnteresseerd is in de voedingsbodem van terrorisme, wordt het dreigende faillissement van de reclassering en het jeugd- en jongerenwerk afgewend. Een verklaring voor de zichtbare verharding van de samenleving moet veel meer worden gezocht in (de frustratie over) het achterwege blijven van sociaal-economische en culturele emancipatie, dan in het wegvallen van sociale controle. Wie prioriteit geeft aan emancipatie en preventie, en handhaving van wetten en regels voorrang geeft, kan de sociale veiligheid werkelijk versterken.
Nu de verharding toeneemt, de samenleving pluriformer wordt en de macht van volksvertegenwoordigers afneemt, dient de individuele rechtsbescherming tegen mogelijke bestuurlijke willekeur te worden verbeterd. Niet alleen is de wetgever slechter in staat om het effect van wetten in het individuele geval te voorzien, het belang van veelzijdige ontplooiing van mensen dwingt ook om afwijkende interpretatie van uniforme regels mogelijk te maken. Daarvoor is het noodzakelijk om de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht opnieuw in balans te brengen. In een veranderende samenleving moeten onvermijdelijk de rechtstaat en de Trias Politica moderniseren. Het invoeren van constitutionele toetsing, zoals GroenLinks in een wetsvoorstel heeft voorgesteld, kan daartoe bijdragen, zeker waar botsingen tussen klassieke grondrechten aan de orde zijn. Als een burger zich tot de rechter kan wenden en in een procedure mag stellen dat de toepassing van een wet in strijd is met een artikel uit de Grondwet, dan kan de betekenis van de ter discussie staande grondrechten zich verdiepen. De Grondwet kan een levend document worden als de rechter eraan kan toetsen.

Lehning
Opgeborgen in de analen van de politieke geschiedenis bevindt zich een vrijzinnig, politiek denker van het eerste uur: Arthur Lehning, oprichter van het avant-gardistische, cultuurpolitieke tijdschrift i10 en libertair essayist, die in 1999 de P.C. Hooftprijs ontving voor zijn bijdrage aan cultuur en politiek. Meer dan wie ook komt hem de eer toe te hebben geschreven over het belang van vrijheid voor progressieven. Hij verzette zich tegen de homogeniserende werking van het socialisme, zoals hij ook de uitsluitingsmechanismen van het nut-liberalisme wantrouwde. Tijdens de Johan Huizinga-lezing 'Over vrijheid en gelijkheid', uitgesproken in 1976, zegt hij bijvoorbeeld: "De vraag naar vrijheid is de vraag naar de organisatie van de maatschappij waarbinnen mensen leven die vrijheden hebben of ze moeten verwerven. Als vrijheid het hoogste goed is dan heeft iedereen er recht op, dat wil zeggen dat er gelijkheid van vrijheid moet bestaan. Nu moet iedereen dan volgens de mensenrechten vrij zijn, het komt erop aan van de vrijheid gebruik te kunnen maken." (In: De tocht naar Ithaka. Beschouwingen over politiek en cultuur, Meulenhoff, 1999.)
Onlangs bepleitte de publicist Dick Pels de oprichting van een progressieve tegenhanger van de conservatieve denktank de Edmund Burkestichting. Ik denk dat een dergelijk initiatief moet worden omarmd. Progressieve, vrijzinnige waarden verdienen ondersteuning en doordenking in een tijdsgewricht waarin "de gelijkheid van vrijheid" tussen mensen snel vermindert. Het hoeft wat mij betreft weinig betoog dat deze vrijzinnig, progressieve stichting de naam 'Arthur Lehningstichting' verdient.

 

Auteur:
Femke Halsema