Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Schaamfase

(4 feburari 2011)

 

Gisteravond was er een open avond van de Regionale Scholen Gemeenschap (RSG) te Enkhuizen. Veel kindertjes van 11 t/m 13 jaar jong kwamen kijken met ouders, grootouders, en oudere broers en zussen.

Zelf ging ik er met Claudia heen, tenslotte ben ik nu haar vader. Ook andere dochter Langbroek ging mee, evenals diens vriendje. Andere dochter doet zelf Havo op de RSG, en een belangstellende gids die mee gaat is altijd makkelijk natuurlijk.

 

We liepen langs allerlei interessante zaken en afdelingen die zichzelf promootten naar de kindertjes en hun aanhang toe. Biologie, tweetalig onderwijs, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, scheikunde, natuurkunde en de talen: ze stonden er allemaal met interessant uitziende stands. Het was leuk om langs te lopen!

Wat wel wat vreemd was voor me, was dat Claudia zo koel reageerde. Ik ken haar namelijk als veelpraatster, als breed-belangstellinghebber, en als enthousiasteling. Maar als ik nu wat probeerde te vertellen of aan te wijzen was het alleen maar van: “Oh”, “Ja hoor”, “Zal wel”, “Kweenie”.

Daar begreep ik niets van natuurlijk, en als 21e-eeuwse vader ga je dan heel verantwoordelijk en dieptepsychologisch vragen wat er is en zo. Met nóg bevriezender blikken en gedrag als antwoord…

 

Andere dochter Langbroek bracht licht in deze duistere zaak. “Pap, begrijp het dan! Claudia zit in de schaamfase van haar leven! Ze schaamt zich als anderen zien dat ze met haar vader mee is en met hem praat alsof ze een klein kind is!”

Ik zei: “Huh?”

“Pap, dat had ik eerst ook! Dat hoort bij de leeftijd, dat hebben meiden nu eenmaal een tijdje. Bij mij ging je ook alles zitten uitleggen op die open dag toen hier, ik schaamde me rot. Op straat ook altijd als je gewoon gek deed terwijl iedereen je kon zien!”

Er viel een kwartje bij me, er ging een lichtje branden. Ik keek om me heen, en zag in het bezoekersgewoel inderdaad een aantal meisjes rondlopen die zich woest schamend om hun vader met stropdas en colbert, of moeder met foute bril, hevig trachtten een zelfstandige “ik hoor daar niet bij”-houding te geven.

In eerste microseconden-instantie kreeg ik het licht-satanische gevoel van alles nog eens extra wijdsprakig aan Claudia te gaan uitleggen, maar doch edoch: het vaderhart sprak, en ik hield er rekening mee. De laatste 60 minuten van de open avond gedroeg ik me keurig als een object waarvoor men zich diep diende te schamen, en was bijkans onzichtbaar….

Hahahahahahaha!