Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Roze daggie grôte stâd

(2 augustus 2009)

 

De wereld is niet goed, en de wereld is niet slecht. Het is allemaal gewoon hoe men het zelf wenst te zien of kan zien. Met een volle buik en portemonnee is het anders dan met een lege buik en lege portemonnee, en met een borrel op is het ook anders dan zonder borrel op.

 

Gister was ik met Ingedochter Claudia in Amsterdam om het homocarnaval te bekijken. Ze is in de leeftijd dat ze vragen begint te stellen omtrent dat soort onderwerpen, en dan is apiekijken in het homo- en lesbokader wel onderhoudend.

We keken wat rond, struinden een beetje het stukje binnenstad van het dagjesgebeuren door, wurmden ons door het roze, en nuttigden hier en daar een hapje en een drankje. Men kent dat wel, het doorsnee gebeuren waarmee provinciale figuren als Claudia en ik bij dergelijke evenementen de toon zetten. Naast dan het andere soort boeren dat zich bij dit soort gelegenheden in groepen met een totaal-IQ van 30 een complete slag in de rondte zuipt, zich knurftig gedraagt tegen normale mensen in de paar-meter-omgeving, harde bierboeren laat, en daarmee een “leuke” dag heeft langs de hoofdstedelijke waterkant.

 

Op de Dam kwamen we een paar keer twee schreeuwende christenen tegen die met zelfgekalkte borden in de hand verkondigden dat homo’s liegen dat ze als homo geboren zijn. Dat homo’s een bewuste keuze tegen God gemaakt hadden. Het waren een jongere dikblanke blondvrouw en een oudere, door uiterlijk wat opvallende, bebaarde blanke man.
De man oreerde op rustige eentonige wijze een repeterend verhaal van vijf of zes zinnen, het klonk wel een beetje als een valse didgeridoo. Maar de vrouw raaskalde met een waanzinnige blik in de ogen haar christelijke haatdecreet luidkeels de verbaasde wereld in.

Ingedochter Claudia, die toevallig net aan me gevraagd had of ik ook van haar zou houden als ze lesbisch of bisexueel zou zijn, keek met boosverbaasde blik in de ogen de door het fanatieke schreeuwspringen wat bubberende relifanate aan, en vroeg me of ze haar een beuk mocht geven.

Van mij mocht dat wel, tenslotte was dit wubsende bulderfenomeen zelf ook een potentiële moordenares, getuige de geschiedenis en de gebeurtenissen die dit soort gnoomwezens richting medemensen hebben laten plaatsvinden. Maar Claudia deed het niet, ik ging namelijk in zinloze discussie met de wandelende didgeridoo. Dat was interessant, zelfs voor een kind van 11.

Het is niet erg waarschijnlijk dat dit 11-jarige kind ooit in de verleiding zal komen in devotie een kerk of iets gelijksoortigs van binnen te bezoeken, na deze nogal vreemde vorm van Messiaanse liefdesuitingen door godsrepresentanten naar de roze medeschepselen.

 

In de carnavalsoptocht op het water voer ook een christenschip mee. Dat waren omgekeerde christenen als die welke op de Dam aan het rondtoeteren waren. Op die boot zaten allemaal homochristenen, en die vonden dat ze in Gods ogen ook het recht hadden om te bestaan zoals ze waren. Eén van de homochristenen had een groot bord in z’n hand, en daar stond op: “God heeft geen kast”. Dat was een rake kreet, goed bedacht!

 

Ook heb ik gistermiddag begrepen dat D66, VVD, GroenLinks, de politie, het leger, de brandweer, TNT en nog wat andere organisaties, eigenlijk homo-organisaties zijn. Ze hadden allemaal een eigen schip met jumpende homo’s en lesbo’s, en muziek. Ik zal maar eens een briefje schrijven naar het landelijke bureau van GroenLinks.

Misschien weten ze niet dat ik hetero ben, en ben ik onterecht lid. Van D66-wethouder Boland had ik ook nooit gedacht dat hij lid was van zo’n organisatie, hij ziet er helemaal niet zo uit. Patricia de Munnik ook niet, raar allemaal hoor….

De PvdA zal ik niet noemen, anders wordt Harry Wijchers weer boos gebeld en gemaild over wat ik nu weer op internet geschreven heb over hen. Ik kan alleen zeggen dat het érg wulps was, heel erg wulps. Het wulpst van allemaal.

 

Nadat we het roze visuele en geluidsgeweld wat moe waren, en genoeg ongezond bruine halfblote dames- en herenlijven gezien hadden, gingen Ingedochter Claudia en ik stukken pizza eten. Tegenwoordig heet dat pizzaslices. Ze waren niet bedorven, anders zouden we vandaag niet van de wc te slaan zijn geweest.
Tijdens het pizzaslices eten en waterflesjes leeglurken op het Dammonument was het genoeglijk kijken naar onze gekleurde medemens. Japanse toeristen met roze cowboyhoeden op, allerlei vreemdtalige mannelijke en vrouwelijke homostelletjes in roze t-shirtjes, buitenlandse toeristengezinnen met kindertjes die ook in stemmig roze de toeristendag doorbrachten. En in ernstig calvinistisch grijs en zwart geklede, bedeesd naar het goddeloze roze kijkende luitjes van het platteland zoals Ingedochter Claudia en ik waren.

 

Nadat Claudia me nog een nieuwe broek en een nieuw t-shirtje had weten af te troggelen uit de uit-uit-uitverkoop, en ik voor 2,50 een DVD gekocht had van The Never Ending Story, namen we tevreden de trein vanaf perron 8A naar Enkhuizen.

 

Het was allemaal weer mooi gegaan, het was een mooi daggie geweest.