Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Religies III

(8 mei 2011)

 

Maar feitelijk hebben streng-religieuzen, religieuze fundamentalisten dus, die zichzelf en hun religie serieus nemen, natuurlijk doodgewoon gelijk in hoe ze denken en in wat ze vanuit hun belevingswereld doen.

Voor iemand die God en Jezus, Allah of iemand anders van goddelijke status als hoogste wetgevend en moraliteit bepalend orgaan aanvaardt, is er geen enkele werkelijke aanleiding om te doen alsof een aardse bestuursmacht van ongeacht welk kaliber of politieke kleur dan ook, boven de als opperste legitimiteit aanvaarde goddelijkheid zou staan.

Immers, als iemand dat wél zou doen wordt daarmee door diegene direct ook de nooit falende en almachtige goddelijkheid van de aanvaarde hoogste autoriteit op het gebied van wetgeving en moraliteit opzij gezet als zijnde inferieur of ondergeschikt aan door mensen ingestelde wetten en moraliteit.

 

Als een gelovig mens werkelijk gelooft in waar hij zegt in te geloven, dan zal hij de wetgeving van het land waar hij woont kunnen volgen tot aan het punt waar die wetgeving in conflict komt met de door de goddelijkheid bepaalde wetgeving. Vanaf dat punt van conflict zal die gelovige mens zich dan effectief dienen in te zetten om de wet en het woord van de door hem aanvaarde goddelijkheid tot een wet te maken welke door hem wel opgevolgd kan worden.

Als de gelovige mens dat niet doet, zet hij in feite de bovenschikkendheid van de wet van God (of Allah) opzij ten gunste van de ondergeschikte wet van wispelturige aardse regeringen of bestuursmachten. Oftewel: uit eigenbelang zet hij God (of Allah) opzij ten gunste van wat hij feitelijk persoonlijk wil bereiken.

Dit geldt altijd, hoe je het ook wendt of keert.

 

Daarom begrijp ik niet dat de bestuursmachten van ons land trachten de dialoog aan te gaan met religieuze fundamentalisten als bijvoorbeeld streng-islamitische geloofsgemeenschappen, om ze ervan trachten te overtuigen dat wat zij als politici denken dat goed is beter zou zijn dan wat de gelovigen denken wat goed is.

Deze bestuursmachten of politici vragen feitelijk letterlijk aan deze gelovigen of ze de suprematie van goddelijke wetten en morele aanwijzingen opzij willen zetten voor de inferieure wetten en morele substituties van willekeurige politici en bestuursmachten. Oftewel: de bestuurders en politici verordonneren de gelovigen hun politieke en bestuursstatus boven die van God (of Allah) te verheffen. Dat kan natuurlijk niet…. En daar hebben de gelovigen uiteraard groot gelijk in. Want als ze dat wél zouden doen dan zouden ze geen gelovigen meer zijn!

 

Stukje bij beetje komen in Nederland de gelovigen weer langzaam uit hun schulp. Het christendom heeft lang in het verdomhoekje gezeten, daar deels terecht vakkundig ingejast door ridiculisering en brede afwijzing om vroeger door dit geloof beoefende fanatieke en gewelddadige geloofsdwang.

Het tijdelijk zich in het ridiculenhoekje bevinden heeft een deel van het christendom ten bate genomen om zichzelf als leer eens de maat te nemen. Ik denk dat dit goed is geweest. In christelijke termen verwoord zou je kunnen zeggen dat het christendom tijdelijk ter loutering het pijnlijke vagevuur heeft mogen meemaken…

Nu onder de invloed van het toenemend religieus samenlevingvolume van de islam, ziet het christendom voor zichzelf ook weer een grotere rol weggelegd in het geheel van waardenbepaling en normendestillatie in dit land. En ook dat is terecht.

De vijf eeuwen humanisme en de daarin gevolgde schitterende en prachtige groeispurt van wetenschapsontwikkeling, het vrije denken, politiek en sociaal-economisch bewustzijn van de massa, en vrijheidsbeoefening, raken ook aan hun eind. Het mondt nu langzaam uit in materiële decadentie en misbruik van de grondstoffen en biosfeer van onze planeet.

Eigenlijk zouden het humanisme en al z’n implicaties nu tijdelijk in het bezinningshoekje moeten gaan zitten, tijdelijk in retraîte dienen te gaan. Het heeft de (christelijke) religie goed gedaan, waarom het puur materiële denken dan niet?

 

Het christendom in Hollandse vorm heeft zich nu langzaam ontwikkeld tot een religie waarin de relatie van de door de mens beleefde God staat tot het individu. Waarin dat individu zichzelf dan als individu dient te ontwikkelen en in die ontwikkeling óók verantwoordelijkheid draagt voor de groep, zijnde de samenleving als geheel. Maar de harde sociale en religieuze dwang van de reli-groep naar het individu is weggevallen! Buiten uiteraard ongewijzigde restgroepen van dat geloof die aan het fossiliseren zijn, maar nog niet beseffen dat ze aan dit proces onderhavig zijn natuurlijk….

Als de islam in dit land een zelfde soort ontwikkeling zou kunnen doormaken, een ontwikkeling die blijkbaar noodgedwongen eerst door vergaande secularisatie heen moet gaan, dan wordt het misschien nog wel eens minder haatdragend allemaal. De eerst verborgen, en nu door Wilders blootgelegde, onderlinge giftigheid van enerzijds islam en anderzijds joods-christelijke humanistische wereldbeschouwing is toch ook niet echt prettig. Misschien dat er dan een soort van “Hollanda-Islam” zou kunnen ontstaan.

Maar zo'n ontwikkeling brengt veel strijd met zich mee, dat hebben we kunnen zien in onze eigen landsgeschiedenis vroeger. Er is niets dat er op duidt dat dit niet weer zou kunnen gebeuren. Het is eerder waarschijnlijk dat het wel kan gaan en gaat gebeuren, in welke vorm dan ook.

 

Maar: wij Hollanders, van welke diverse afkomst we ook ooit waren en nog steeds zijn, zijn al eeuwen meester in alles uitproberen en uiteindelijk overal het goede van behouden.

Daarom zijn we nu rijk, en niet arm!

 

Hans Langbroek