Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Religies I

(14 november 2010)

 

De laatste jaren hoor en lees je door de opkomst en het zich profileren van de islam in Nederland en Europa ineens merkwaardig veel over religies en alles er omheen. Dat zou ik 15 jaar terug nooit gedacht hebben. Religie was, zeker in Nederland, toch enigszins naar de marges van de samenleving en zelfs in sommige kringen ook wel naar de marges van intellectualiteit verbannen.

Zelf ben ik altijd wel redelijk stevig tegen de religies in gegaan. Althans, niet zozeer tegen de religies en het religieuze denken an sich, doch meer tegen de bijbehorende instituties die in mijn ogen in een aantal gevallen een vorm van denken aan mensen trachten op te leggen. Eigenlijk ageerde ik tegen dat soms wat meer en soms wat minder dwingend-belerende die veel op collectiviteit gebaseerde leren en denkvormen nog wel eens als eigenschap hebben.

 

Toch legt de hernieuwde opkomst van de betekenis van religie als fenomeen in mijn ogen wel iets fundamenteels bloot: namelijk het gebrek aan uitgangspunten dat de samenleving heeft opgebouwd. Onze samenleving heeft geen gemeenschappelijke deler meer wat betreft uitgangspunten van waaruit die samenleving zich kan ontwikkelen en vormen. Noem het een steeds meer ontbreken van waarden en de daaruit volgende normen.

De politieke leren zijn geen substituut voor dat gebrek aan uitgangspunten of waarden. Socialisme, liberalisme, communisme, nazisme, democratie, anarchisme: ze vertegenwoordigen geen waarden maar zijn eigenlijk meer een gevolg van waarden en normen. Ze zijn ingebed in en volgend uit een samenleving die zekere waarden hanteert als leidraad waarnaar iedereen zich als vanzelfsprekend voegt.

 

Religie vertegenwoordigt wél waarden. De diversiteiten aan politieke leren kunnen allemaal alleen uitgeoefend worden in een samenleving die waarden kent als gemene deler. Socialisme als waardenuitgangspunt bestaat niet, maar hanteert een item als bijvoorbeeld rechtvaardige verdeling van materiële goederen vanuit de waarde die een samenleving kent en haar betekenis geeft als “rechtvaardigheid”. Dat geldt ook voor liberalisme: vrijheid van handelen, individualiteit en ondernemen kun je alleen hanteren als je in een samenleving de waarde “vrijheid” en alles wat dat inhoudt aan mentale processen een kans geeft te bestaan of een definitie geeft.

De politieke leren en visies doen eigenlijk niets anders en niets meer dan op van elkaar verschillende wijzen een prioriteit leggen op één of meer waarden die binnen een samenleving bestaan. Het verschil in prioriteitslegging is dan de politieke leer of visie, meer is het uiteindelijk niet.

De politieke visies zijn in mijn ogen dus duidelijk ondergeschikt aan de waarden die een samenleving hanteert, omdat die politieke visies bestaan bij gratie van het bestaan van die waarden. De waarden zijn het gereedschap van de politieke visies en de politici, zoals een timmerman alleen timmerman is als er hout, hamers, spijkers en zagen bestaan.

 

De afgelopen jaren hebben een aantal politieke partijen zich in meer of mindere mate toch wel voorgestaan alsof hun politieke visies de waarden van een samenleving vertolkten of zouden kunnen vertolken. Daarbij werd, zoals ik hierboven al zei, de religie in het kader van “vrijheid”, of in het kader van “rechtvaardigheid”, of in wat voor een kader dan ook, opzij geschoven als in die zin irrelevant zijnde. De religies werden neergezet als onvrijheid opleverend, als onrechtvaardig voor doelgroepen, etc. Terwijl het feitelijk dus zo is dat de door de politici geclaimde waarden afkomstig zijn uit religie, en niet omgekeerd.

 

Religie is de leverancier van alles waar een samenleving voor kan staan, politiek legt slechts diversiteit in prioritering aan van wat religie de samenleving geeft.