Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Een klein “raar” stukje uit het verleden.
(14 mei 2006)

Heel, heel lang geleden zat ik eens met een stel kameraden in een kroegje. Ik was in een “krijg allemaal het heen en weer” stemming, en dat uit zich bij mij doorgaans in een vloedgolf van flauwe en/of badinerende opmerkingen, of in het kopen van een staatslot. Aangezien ik in een kroeg zat kocht ik dus geen staatslot, maar was flauwerig en enigszins denigrerend aan het praten.  Zoals ik soms op deze website ook wel eens de neiging heb in zo'n bui. Deze week bijvoorbeeld bij de weekcitaten over rare mensen toen ik dat schreef.
Op een gegeven moment, toen m'n maten min of meer op het punt stonden om me een blauw oog te bezorgen, stapte er een vrouw van ergens tussen de vijftig en zestig jaar oud binnen. Ze keek rond en haar oog viel op mij. Ze kwam mijn richting op en zette zich tegenover me aan het tafeltje waar ik aan zat. Ze boog zich naar me toe, keek me aan en zei: “Jij bent een moordenaar!” Mijn “krijg het heen en weer” bui was ineens over en ik dacht toen gewoon: “O jéé, er gaat een gek tegenover me zitten en rare verhalen vertellen...”  Dat zei ik dus ook tegen haar, en ik meldde dat mijn quotum aan moorden hooguit bestond uit een aantal op m'n bloed azende steekmuggen en uit op m'n eten azende vieze vliegen. Met een enkele wesp die pertinent weigerde m'n huis te verlaten, ondanks ernstig aandringen.
De vrouw schudde afwimpelend met haar hoofd, en vertelde dat ik in m'n vórige leven mensen dood gemaakt had. Ik was namelijk een Duitse SS-er geweest.... Én ik was soldaat geweest van de geallieerden die in Frankrijk het strand opkwamen om de Duitsers te bevechten, tegelijkertijd met m'n SS-er zijnde. Dus twee personen op één plek op één tijd tegelijk... Já hoor!  Nu kom ik door permanent doorgaand toeval m'n hele leven al veel vrij vreemde types mensen tegen, maar dit was toch wel één van de vreemdere dus. Ze vertelde me ook dat ik als geallieerde mezelf als SS-er een nekschot had gegeven. Het werd al met al een hele discussie, en het ging allemaal nergens over in mijn ogen. Nu ver achteraf gezien nog steeds niet, als ik erop terugkijk. Ik heb helemaal niets met SS-ers, en ook niet met oorlog voeren.
Een aantal jaren later werd m'n toenmalige partner eens 's nachts wakker uit een akelige droom. Ik vroeg haar wat ze gedroomd had, en ze vertelde dat ze droomde dat ik als Duitse soldaat op een strand m'n laars op het hoofd van haar en haar vriendin had gezet terwijl ze voorover in het zand lagen. Met een wapen hield ik ze onder schot, en ik stond te lachen om wat ik deed.... Welja! Er is geen haar op m'n hoofd die ooit aan zulke dingen denkt, ik ben eerder voorzichtig met andere mensen! Maar enkele weken later kwam de vriendin van m'n partner een bakkie halen, en die vertelde dat ze een rare droom gehad had, namelijk dat ik als Duitse soldaat etc etc dus... Zonder dat ze de droom van m'n toenmalige partner kende. Toen ik dat hoorde dacht ik ineens aan dat rare mens in die kroeg terug, en aan haar gestoorde verhaal. Nu ben ik in dit soort dingen vrij nuchter, maar op dat moment was ik dat toch niet meer. Ik was destijds veel jonger dan nu, en bevattelijker voor dit soort dingen.
Dan ga je dus maar eens boeken lezen over reïncarnatie en dat soort dingen. Wat een soort leesvoer je dán tegenkomt is niet te geloven! Hele serieuze boeken die het onderwerp behandelen vanuit oude en hedendaagse religies, maar ook volledig waanzinnige theorieën! Het is een kakofonie van gedachten, waanzinnigheden, serieuze dingen, dwangidioten, potentiële spirituele dictators en serieuze onderzoekers wat op je afkomt. En na het lezen van al dat soort dingen ben je geen stap verder in wat nu eigenlijk het punt is. Maar op een gegeven moment las ik een vraag van een criticus, namelijk dat als er wérkelijk een vorm van “geest” in een lichaam huist, dat dus in het centraal zenuwstelsel zou moeten zijn om de biologische boel te kunnen besturen. Net zoals een chauffeur een auto bestuurt met gaspedaal, rem, koppeling, richtingaanwijzer, lichtknoppen etc. En wát was dan het gaspedaal etc voor de geest in het brein? Er is namelijk nog nooit iets geconstateerd dat een communicatiekanaal of -instrument zou kunnen zijn voor een “geest” naar het brein toe! En toen kwam ik weer op het normale rationele pad terecht. Want inderdaad, dit zou dan namelijk moeten bestaan.
Zo kwam de Hollandse nuchterheid weer terug gelukkig. Maar de belangstelling voor WOII was door dit alles wél wakker geworden, en daardoor heb ik in latere jaren veel geleerd. Ook over een heleboel andere dingen.
Hier moest ik gisteravond zomaar allemaal aan denken.