Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Over politieke partijen en geld
(22 januari 2006)

 

Het is al heel lang zo dat landelijke politieke partijen hun geld van het Rijk krijgen. Ze kunnen van dat geld allerlei dingen doen. Bijvoorbeeld kenniscentra opzetten, verkiezingscampagnes betalen etc. Onlangs hebben ze hun eigen subsidies met 50% verhoogd omdat de landelijke partijen teruglopende ledenaantallen hebben (behalve nu SP, GroenLinks en de PvdA). Ze komen daardoor dus geld tekort.
Lokale partijen hebben nooit geld gekregen. Alles wat lokale partijen doen wordt betaald door de leden zelf. Een verkiezingscampagne kost behoorlijk geld, en kost dus de leden behoorlijk geld. Maar door het feit dat lokale partijen doorgaans een zeer gemotiveerd ledenbestand hebben is dat geen probleem. De mooie verkiezingsposter die mensen straks in de bus krijgen van Nieuw Enkhuizen is betaald door de leden van Nieuw Enkhuizen, en grótendeels zelfs door de fractieleden van de partij. Ze leggen daar geld voor opzij, dat hebben ze ervoor over. De mooie posters van de lokale afdelingen van de landelijke partijen zijn betaald van het eigen belastinggeld van degenen die moeten gaan stemmen. Héél raar allemaal....

Toch heeft eindelijk een meerderheid van de Tweede Kamer besloten dat dit niet langer kan, het is discriminatie van politieke partijen. De zaak moet gelijkgetrokken worden. Aangezien niet één partij het zag zitten om de zaak gelijk te trekken door alle subsidies aan politieke partijen in te trekken, besloten ze dat plaatselijke politieke partijen ook een vorm van subsidie moesten krijgen. Uiteraard is er geen minister die dat wil uitvoeren, zo ook niet Remkes (die er over gaat). Onderstaand stukje is van de site van de VPPG gehaald, de Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen.

 

Overheidssteun voor lokale partijen en de VPPG kan eind maken aan oneerlijkheid

(Door Theo van Swol)
 

Onwillige minister

 

Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft aan minister Remkes van Binnenlandse zaken laten weten dat zij vindt dat óók de lokale partijen in Nederland aanspraak moeten kunnen maken op financiële ondersteuning door de overheid, net zoals dat voor de gevestigde politieke partijen het geval is. En toch gebeurt dat maar niet. De minister is onwillig en niet van zins om met een voorstel te komen dat ondersteuning van lokale partijen mogelijk maakt. Hij verwijst de lokale partijen voor subsidiëring naar hun eigen gemeentebesturen. Een aantal lokale partijen heeft dat ook geprobeerd, tot nu toe zonder resultaat. Er zijn nu proefprocessen gaande. Om de nu ontstane patstelling tussen minister enerzijds en een meerderheid in de Tweede Kamer en de lokale partijen anderzijds te doorbreken, wordt geprobeerd met behulp van mediation de boel vlot te trekken. Ik hoop u in een volgend nummer van Interlokaal over de resultaten van deze bemiddelingspoging te kunnen vertellen.

 

Oneerlijke concurrentie op lokaal niveau

 

Waarom MOET die financiële ondersteuning er komen? Afdelingen van landelijke politieke partijen op lokaal niveau ontvangen via hun landelijke koepels geld voor hun aktiviteiten, afkomstig van alle burgers in Nederland. Dat komt dus slechts terecht bij een select gezelschap van landelijke partijen en hun afdelingenen niet bij de grootste politieke stroming in Nederland: de lokale partijen! Geld dat zelfs kan worden besteed aan verkiezingscampagnes op lokaal niveau! In Nederland kennen wij de Mededingingsautoriteit (NMA) die waakt over oneerlijke concurrentie. Welnu hier is naar ons idee sprake van oneerlijke concurrentie. Immers Lokale Partijen krijgen, noch van het Rijk, noch van hun gemeenten tot nu toe gemeenschapsgeld waarmee zij hun campagne kunnen financieren en moeten alles uit eigen zak betalen! De VPPG zal dit probleem nu ook proberen voor te leggen aan de NMA.

 

Oneerlijke concurrentie kennisontwikkeling

 

Er zijn niet alleen scheve verhoudingen in de subsidiëring aan lokale partijen ten opzichte van de landelijke partijen en hun afdelingen, de landelijke koepels kunnen het geld ook besteden aan het opzetten en op de been houden van wetenschappelijke bureaus. De VPPG, als enige belangenvereniging voor de lokale partijen in Nederland krijgt geen Rijksgeld en moet haar wetenschappelijk bureau in stand houden met de inzet van vrijwilligers en zonder enig budget. Het wordt al met al hoog tijd dat aan deze praktijk van het meten met twee maten in Nederland een definitief einde komt!