Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Over de binnendienst

(10 mei 2007)

 

Een jaar of acht á negen was ik, toen mijn vader me vertelde hoe het om ons heen in elkaar stak. Hij vertelde over atomen, protonen, lichtdeeltjes, planeten, zonnen, zonnestelsels en melkwegstelsels, exploderende zonnen en ga zo maar door. Eéncelligen kwamen langs, weekdieren en vissen passeerden kleine Hansje, dinosauriërs stampten om ons heen, zoogdieren renden over ons praatwereldje, tot uiteindelijk het verhaal bij mijn vader en mezelf eindigde. Voor die keer dan, de toekomst kwam later ook nog… Ademloos zat ik te luisteren. M’n vader kon goed vertellen omdat hij het destijds ook allemaal heel interessant vond, en dat helpt kleine jongetjes met ademloos luisteren.

Een week of wat later, tijdens het met m’n vader vissen in de ringvaart van Heerhugowaard, bedacht ik ineens iets. Het was een vraag vanuit het begrip van het verschil tussen levenloze en dode materie, en gek genoeg stelde ik die vraag op dat moment niet aan m’n vader doordat ik de vraag niet kon stellen als jochie. Ik vroeg me af wat ik was, in de niet-spirituele maar wel brede zin.

 

Diezelfde vraag stel ik mezelf nog steeds. Uiteraard ken ik alle standaardantwoorden die er te bedenken zijn, zelfs een proletariër als ik is capabel genoeg om die antwoorden te bedenken of lezen. Maar het antwoord is er nog steeds niet.

Het is het zelfbewustzijn wat ik niet begrijp. Het is onbegrip in de zin van niet begrijpen dat levenloze materie een zelfbewustzijn op kan leveren, een bewustzijn van dat je bestaat. Het staat buiten de randverschijnselen die dat zelfbewustzijn om zich heen heeft. De randverschijnselen noem ik maar even capaciteiten. Die capaciteiten zijn een soort instrumenten in je hersenen die je in leven houden. Het zijn de capaciteiten om meningen te vormen, visies te maken, wiskunde te leren, een persoonlijkheid aan te meten, emoties en gevoelens te creëren en er iets mee te doen, te denken dat je iemand bent, eten lekker te vinden, te analyseren en al dat soort dingen die er niet echt toe doen maar wel noodzakelijk zijn als gereedschap. Je krijgt en ontwikkelt ze door erfelijkheid en omstandigheden. Maar ze maken allemaal geen deel uit van je bewustzijn, de kern van je bestaan.

Het is het proces van levenloze materie dat een vorm van zelfbewustzijn in zich draagt dat ik niet begrijp. Niet eens het “Ik denk, dus ik ben”, maar dáár de kern van. Psychologen, psychiaters, neurologen en geesteswetenschappers zullen me waarschijnlijk vrij exact kunnen vertellen hoe dit allemaal werkt in de hersenen, maar dan vertellen ze me alleen maar de biologie van het geheel. Het gaat dan over stroompjes, chemische reacties en informatieoverdracht etc. Maar niet over hoe levenloze materie een zelfbewustzijn kan vormen.

Ook allerlei religies zullen hun geloofsantwoorden aan me kunnen geven. Hun geloof/hoop (de twee termen overlappen elkaar doorgaans behoorlijk volgens mij) zullen ze dan op mij projecteren, en ze vertellen me dan dat ik naar de ziel zoek. Of mensen met andere ideeën gaan me zeggen dat mensen die sterven direct na hun dood 0,3 mg lichter wegen, en dan zeggen dat dit bewijst dat de “geest” of “ziel” bevrijd is. Ook allemaal standaardantwoorden van mensen die het eigenlijk graag zeker zouden willen weten, maar het net als ik helemaal niet begrijpen.
Het gaat me niet om zielen, of waar eigenschappen in de hersenen gelokaliseerd zijn. Het gaat me om bewustzijn. Het meningsloze, onbeschadigbare, onveranderlijke en eigenschapsloze bewustzijn wat de kern van jezelf is, in relatie tot de levenloze materie die dat tóch kan vormen. Al die andere dingen die mensen als zijnde eigenschapspakketjes “vormen”, hebben niets met bewustzijn te maken. Ze worden alleen maar gebruikt door bewustzijn om iets te kunnen doen. Het zijn chemische reacties en stroompjes, meer niet. Zo bezie ik dat ook werkelijk.

Het beroerde is dat als je erover nadenkt met één van je capaciteiten (die overigens uiteraard wél weer beschadigd kunnen worden, het zijn maar gereedschappen) je dat per definitie doet vanuit dat bewustzijn. Je kunt niet ín dat bewustzijn komen.

 

Aangezien de vraag al vanaf m’n kindertijd bestaat, onbeantwoord is en eigenlijk alleen maar groter is geworden in volume door meer kennis en minder begrip:

 

Gezocht: iemand die dit wél weet en begrijpt, en me dat op een 1+1=2 manier kan uitleggen in de complexe vorm, vertaald naar de taal van de gemiddelde rondzwabberende Hollandse burgerman.

 

PS: dit is dus géén uitnodiging aan religieuzen, aanhangers van de Intelligent Designtheorie, new age beoefenaars, mensen die met overleden betovergrootvaders of Napoleon communiceren etc. Graag iemand die het vanuit wetenschappelijke invalshoek kan benaderen, en dat ook gedaan heeft, en dit aan mij in mijn taaltje kan vertellen en uitleggen als hij of zij het zelf begrijpt.

 

Hans Langbroek.