Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Oud

(21 februari 2013)

 

Heel lang geleden las ik eens een verhaal over een oude man. De man was een Eskimo, een Inuit dus, die met zijn volksgenoten in de Poolstreken leefde.

De oude man besloot op een ochtend wat voedsel in een zak bijeen te pakken, hing de zak over z’n schouders, en trok in zijn ééntje lopend de lege witte dood van de ijswoestenij in om nooit meer weder te keren.

 

In die dagen was het bij het Inuitvolk de gewoonte dat bejaarden welke niet meer productief voor de gemeenschap waren, op de wijze van de oude man zelfmoord pleegden. Ze liepen de ijswoestijn in, om dan daar ergens alleen met hun gedachten te sterven.

Zo voorkwamen ze dat de gemeenschap het schaarse voedsel zou moeten gaan delen met een niet-productief gemeenschapslid. Het was een effectieve manier om de soort in stand te houden, en an sich als methode niet heel slecht gevonden als dit bij de cultuur van een volk past.

 

Gedurende het voorbij gaan van mijn eigen levensjaren heb ik af en toe eens aan dat verhaal gedacht. Naarmate mijn dochter ouder en zelfstandiger werd zelfs wat vaker.

De laatste jaren, nu het oud en niet meer productief zijn heel vaak steeds negatiever aan de orde gebracht wordt door de overheid, heb ik er regelmatig aan gedacht. Het Inuitverhaal was in mijn visie namelijk geen heel onredelijk verhaal. Er zijn grenzen aan leeftijd, er zijn grenzen aan welvaart, er zijn grenzen aan wat mogelijk is op deze planeet.

Op een gegeven moment begon ik mij er mentaal op voor te bereiden dat het mogelijk zou zijn dat ik ooit ging doen wat die oude Inuit deed, mocht ik eenmaal overbodig worden. Dan bedoel ik met overbodig worden niet-productief zijn, veel zorg vereisend om te kunnen overleven, en daarmee dus een grote financiële en menselijke aanslag op de gemeenschap plegend.

 

Heel voorzichtig begon ik soms eens voorzichtig na te denken over hoe zoiets zonder al teveel opzien te baren gerealiseerd zou kunnen worden, mocht de tijd ooit daar zijn. Touwen leek me niets, een trein ook niet, water zeker niet, vergif is vies.

Het meest effectief zou een vuurwapen zijn, dat is snel en pijnloos. Op een neutrale plek, niet in je eigen of andermans woning; zoiets zou dan kunnen als je zorgbehoevend, incontinent, immobiel, afhankelijk en vernederd zou moeten voortbestaan.

 

Maar pas terug was die hele gedachtengang ineens over. Er is geen improductievenprobleem door bejaarden in Nederland en de Westerse wereld. Er is een heringevoerd zijn van een probleem dat we vóór de Franse Revolutie ook hadden: een relatief kleine groep mensen die zich ten koste van de grote gemene deler van mensen ontzéttend verrijkt.

In 1989 had 1% van de mensen 9% van het geld in de Westerse wereld in bezit. Nu, 24 jaar later, heeft 0,5% van de mensen 38,5% van het geld in bezit. Dit is het gevolg van een omkeringsproces dat begon met de val van het communisme, en de opkomst van puur kapitalisme dat zich als liberalisme vermomde. Ongehinderd door enige vorm van volkspolitiek die tegenwicht zou kunnen bieden.

 

In Nederland bezit de rijkste 5% ruim 42% van alle geld in dit land. Dat betekent dat de overige 95% van de mensen met de overblijvende 58% van het geld dus een complete samenleving moet laten draaien.

Onderwijs, medische zorg, zorg voor ouderen, infrastructuur, Midden- en Kleinbedrijf (MKB), detailhandel, gezond kunnen eten en drinken, dijken verstevigen, een sociaal stelsel van pensioenen en werkloosheidsuitkeringen onderhouden: dat alles moet dus van die overblijvende 58% gebeuren! Het is te bizar voor woorden…

 

Dit wordt gefaciliteerd door de overheid, en door de politieke partijen die aan de macht zijn en dit fenomeen niet bestrijden. Het niet bestrijden en ontmantelen van deze wanstaltige en nog steeds groeiende hoedanigheid, is te beschouwen als het blijven faciliteren hiervan.

 

We betalen niet voor niets steeds meer voor heel basale zaken als ziekenzorg, onderwijs, huisvesting, water, energie, gezond voedsel en drinken, en mobiliteit. Er moet winst gemaakt worden. Die winst vloeit naar de 0,5%, en de 5% van de mensen die héél feitelijk beschouwd kunnen worden als de eigentijdse koningen, graven, baronnen en jonkheren van de 21e eeuw!

 

De Franse Revolutie bracht ooit democratie in Europa. Liberté, égalité, et fraternité: vrijheid, gelijkheid, en broederschap. Die waarden werden bereikt door de complete mensenexploiterende laag uit de bevolking te plukken en te guillotineren, die de wanverhoudingen van die tijd in stand hield. In die 18e eeuw was dat de adel, in deze tijd kapitalisten en uitbuiters. Het komt op hetzelfde neer, het is het zelfde systeem.

De maatschappelijke schade die deze lieden veroorzaken is praktisch onmeetbaar groot, het leed voor velen onafzienbaar. Werkloosheid, oorlogen, criminaliteit, uitzichtloosheid, slechte leefomstandigheden: het zijn zaken die groeien in onze ooit zo welvarende landen.

 

We lijden onder afnemende rechten, worden tegen elkaar opgezet in Europees verband om vermeend geldgebrek dat door “die anderen” veroorzaakt zou worden. Het verkrijgen van basale zaken als onderwijs, zorg en huisvesting worden steeds meer afhankelijk van het bezit van geld. Steeds meer geld voor zaken die in het leven onontkoombaar zijn.

 

De Fransen onthoofdden destijds 50.000 leden van de adel. Voor die tijd hadden de Franse burgers al 40 jaar trachten te overleggen met die toentertijdse elite, om zaken effectief in meer rechtvaardige verhoudingen te brengen.

Die “overleggen” eindigden in een leeggeroofde staatskas, decadente rijkdom voor een heel kleine elite, afnemende hoeveelheden beschikbaar geld om de economie relevant te kunnen blijven runnen, en toenemende armoede. Klinkt dat bekend? Ja, dat klinkt bekend. Toch….?

 

Het wordt tijd dat wij Nederlanders eens échte actie ondernemen in plaats dat we onszelf een slag in de rondte bloggen, facebooken, en twitteren. Woorden zijn niet meer dan lucht; lucht en leegte. Het gaat om wat je doet, niet om wat je zegt.

Wij zeggen veel, en doen niets. We zakken jaar na jaar weg in rechten, welvaart, en welzijn. Het overkomt ons niet, we laten het toe. Voedselbanken bestonden tot voor twee decennia terug helemaal niet, en nu zijn er 30.000 mensen van afhankelijk. Dat aantal is zelfs groeiend!

 

Praten over zelfverrijking doen wij Nederlanders al vanaf 1991, en dat is nu dus 22 jaar. In die 22 jaar is de zelfverrijking van de elite, én van de subelite, ontzettend verveelvoudigd. Praten helpt niet, de politiek doet niets, en faciliteert daarmee dus die extreme zelfverrijking.

 

Praten helpt niet, echt niet. Die mensen die ons aandoen wat ze doen, die gaan daarmee door zolang ze (vrij) bestaan.

 

Praten helpt niet!

 

Hans Langbroek