Hans Langbroek,†raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Opaís en het leven

(5 juli 2007)

 

Een tijdje terug kwam ik in een fotoboek een advertentie tegen. Het was een overlijdensadvertentie van J.G. Langbroek, roepnaam Hans. Dat was de overlijdensadvertentie van mín opa, de vader van mín vader. Zo weet ik in ieder geval hoe mijn advertentie er uit zal zien, ik ben naar hem vernoemd.

 

Opa was de zoon van Hans Langbroek, en ťťn van de elf kinderen van het gezin Langbroek in Middelharnis. Hij was de oudste zoon, en het ťťn na oudste kind. Opa ging al vroeg met zín vader Hans mee de zee op vissen. Eens een dag, opa was 18 jaar oud, was het zeer zwaar weer terwijl ze op zee zaten. Vader Hans Langbroek sloeg overboord, en kwam niet weer. Opa wilde achter hem aan springen, maar werd tegengehouden door de bemanning. Hij zag zín vader in de zee verdwijnen en verdrinken.

 

Vanaf die dag zorgde opa voor het inkomen van het gezin. Hij viste als schipper met zín boot en mensen op zee, en het gezin Langbroek had daardoor te eten. Zo ging dat in die dagen.

 

In het vissersstadje IJmuiden leerde opa het meisje Betsy Krijger kennen, werd verliefd en trouwde met haar. Het jonge stel kreeg vier kindertjes, ťťn dochter en drie jongetjes. Mín vader was de jongste van die jongetjes.

 

Op een dag, terwijl opa op zee zat met zín boot, vielen de Naziís ons land binnen en was het oorlog. De Nederlandse zeelui die op zee zaten moesten toen opstomen naar Engeland, en opa met zín mannen dus ook. Daar in Engeland werd zín boot omgebouwd tot een mijnenveger, en opa moest toen gaan mijnenvegen in dienst van de Engelse marine. Dat duurde vijf jaar lang. Vijf jaar zonder zín gezin leven, vijf jaar kameraden zien exploderen, vijf jaar zorgen om vrouw en kinderen.

 

Vrouw en kinderen zaten in IJmuiden, achter de Atlantikwal. Daar brak de hongerwinter uit, en vrouw met kinderen werden naar Friesland  geŽvacueerd. Daar kwamen ze bij boer de Jong terecht op de boerderij, en die zorgde goed voor het gezin. Ze overleefden, en boer de Jong was de rest van zín leven de gerespecteerde man in het gezin Langbroek.

 

De Naziís verloren de oorlog, en opa kon weer terug naar Nederland. Hij ging naar Friesland zín gezin ophalen, dat werd wel eens tijd na vijf jaar. Daar in Friesland werd hij door dorpelingen als oorlogsheld gehuldigd, maar opa vond dat niet echt leuk. Als je geŽxplodeerde kameraden hebt, en vijf jaar lang je vrouw en kinderen niet gezien hebt, dan voel je jezelf absoluut geen held. Het jongste jongetje, mín vader, vroeg destijds aan zín moeder: ďMama, wie is die man?Ē Dat is niet leuk.

 

Het gezinnetje trok weer terug naar IJmuiden, en ging naar huis. Daar bleek dat een stoer persoon in hun huis getrokken was, en die deelde mee dat het een zaak was van opgestaan, plaatsje vergaan. Had hij maar niet weg moeten gaanÖ Opa werd boos, trok zín dienstpistool en zette dat tegen het hoofd van de stoere vervelenderd. Die begreep ineens dat hij beter weg kon gaan, en deed dat ook maar. Zo woonde het gezinnetje weer in hun eigen huis in IJmuiden.

 

Opa zag het allemaal veranderd zijn, en ging toen vanuit het Rijk richting Nederlands-IndiŽ met het gezin. Hij ging daar mensen moderne visserijmethodes leren. Dat liep allemaal wat anders dan gedacht op een gegeven moment, de IndiŽrs vonden namelijk dat ze IndonesiŽrs waren, en gooiden de Nederlanders eruit. Met behulp van wat druk van Amerikanen en Engelsen was dat destijds. Zo kwam het dat het gezin drie dagen lang met hun huis tussen het Indonesische leger en het Nederlandse leger lag, in de vuurlijn. Heel lastig, en het gezin lag daar drie dagen onder matrassen terwijl de kogels en granaten door het huis vlogen. Maar een aardige Indonesische meneer, die in dienst was geweest bij opa, bracht ze stiekem naar een schip waarmee ze naar Nederland konden.

 

Opa was nog steeds avontuurlijk, en ging met zín gezin naar Nieuw-Guinea. Naar de Papoeaís, om ze moderne visserijmethodes te leren. Dat was een heel leuke tijd voor iedereen, zowel voor de Papoeaís alswel voor het gezin Langbroek. Ze konden het allemaal goed vinden met elkaar.

 

Maar ook dat eindigde in 1963, Nieuw-Guinea hoorde ineens bij IndonesiŽ. Tot op heden tot groot verdriet van de Papoeaís die langzaam maar zeker verdwijnen in een subtiel uitgevoerde etnische zuiveringÖ

 

Bij aankomst in Nederland in 1963 bleek opa dat zín jongste zoontje zelf ook een zoontje gemaakt had, en dat naar hem vernoemd had. Dat zoontje was ik, en met de naam van opa heb ik ook nog eens zijn hoofd geŽrfd. Opa had zo ongeveer mijn hoofd, van binnen en van buiten.

 

Vanaf die dag was opa ťťn van mín grote helden, naast mín vader. Ik heb nog steeds twee boekjes over dinosauriŽrs die ik van hem gehad heb tijdens een logeerpartijtje. Er staat in: ďVan Opa Langbroek voor zijn kleinzoon Hans Langbroek, IJmuiden 4 april 1970Ē. Vroeger had ik het altijd over dinosauriŽrs, dus kreeg ik die boekjes toen.

 

Het huis van opa en oma heeft altijd Nederlands-IndiŽ en Nieuw-Guinea geademd. Schildpadden aan de muur, schelpen in vitrinekasten, verhalen over aardbevingen en baaien met prauwen, en allerlei prachtige voorwerpen. Voor een jongetje uiterst interessant!

 

Ineens had opa een niet-van-het-roken longkanker en botkanker. Hij rookte, maar de kanker was een andere vorm. Hij ging dood, en ik was toen 18. Hansen verliezen Hansen als ze 18 zijn. De held in mijn geest bleef.

 

Zo in het kort het leven van een opa, zoals veel opaís. Maar hij was mijn opa. Het is goed om opaís en omaís gehad te hebben.