Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Mooi weertje tegenwoordig, CO2

of: "Halleluja, we worden belazerd en bestolen!"

(19 september 2009)

 

Er zijn allerlei verschillende visies over mogelijke oorzaken van de opwarming van het aardse klimaat. Zonneactiviteit, CO2-uitstoot door de mens, één van de 10.000 tot 20.000-jaar durende warmere perioden die de huidige al 3 miljoen jaar bestaande ijstijd waarin wij ons bevinden kent, en nog meer.

Door goede propaganda heeft de enige optie die voor overheden geld op kan leveren het gewonnen als “theorie der waarheid”. De theorie die veel geld oplevert voor handelaren in “zondes vrijkopen”, hetgene dat vroeger aflaathandel was en nu handel in CO2-emissierechten heet.

Exact 34,7% van de klimatologen is voor deze CO2-theorie, 20% van de klimatologen verwerpt de theorie, en de rest acht het slechts één van de theoriën die mogelijk is. In andere wetenschappelijke disciplines is het aantal mensen dat de CO2-theorie omarmt kleiner. Behalve wat aantallen wetenschappers in disciplines als psychologie, sociologie etc, die door gebrek aan kennis over het onderwerp gevoeliger zijn voor propagandistische invloeden. Zij verklaren zich, ondanks dat gebrek aan kennis, wél als fanatieke adepten van de theorie die CO2-uitstoot als reden ziet van de klimaatopwarming.

 

Het gekke is dat de CO2-maniakken totaal niet geïnteresseerd zijn in het feit dat de theorie van door mensen veroorzaakte CO2-uitstoot als oorzaak van klimaatopwarming wetenschappelijk enorm omstreden is. Er heerst grote controverse. Het cijfer dat ik hier boven gaf is daar al een indicatie van.

 

De aflatenhandel, nu handel in CO2-emissierechten genoemd, levert de overheid enorm veel geld op. Vandaar dat uit al die mogelijke redenen van klimaatopwarming juist deze éne reden is gekozen als Heilige Waarheid.

Aan zonnevlekken verdient een overheid niets; aan het feit van de regelmatig in deze ijstijd terugkerende warmere periodes die allemaal exact zo verlopen als nu, ook niet; aan het feit dat in die warmere periodes bij tijd en wijle het CO2-gehalte wel eens 8x(!) zo hoog is geweest als nu, terwijl de gemiddelde temperatuur toen maar iets hoger was dan nu ook niet. Aan de aantoonbaarheid dat bij opwarming van de aarde juist dóór die opwarming CO2 vrijkomt uit bijvoorbeeld de oceanen heeft de geldverslindende overheid ook lak. Ze heeft er lak aan in haar nooit voldoening hebbende zucht naar ons geld, en de kapitalistische CO2-emissiehandelaren die achter die overheid staan hebben daar ook zéér lucratief lak aan….

 

We worden genaaid. We worden bedrogen. Politici liegen tegen ons, bewust en/of onbewust. Hun gelovigen, hun heilige CO2-hallelujaroepende volgelingen, walsen iedereen plat die CO2-theorieverketterende praatjes heeft. CO2 is de Heiland, in CO2 geloven wij, en CO2 is hetgene dat als we het weten te beheersen heil en zegen zal brengen aan onze wereld…. Totale bullshit!

 

De controverse in de wetenschap is groot over de oorzaak van de klimaatopwarming. Toch betalen wij eraan, wij moéten betalen aan CO2. Als je niet betaalt wordt je opgepakt en door rechters en belastingdienst streng gestraft, net als vroeger door de Heilige Inquisitie. Er is géén verschil, dit is wat gebeurt door hebberige figuren. Net als vroeger.

 

Hier onder twee stukjes die ketters zijn in hun afwijzing van het Heilige CO2-Evangelie. De Inquisitie staat al likkebaardend klaar, belust op afstraffing en vierendelen van de schrijvende CO2-afwijzende zondaren….

 

 

'Mens niet schuldig aan opwarming aarde'

15 wetenschappers hebben een brief geschreven met opmerkelijke conclusies over de opwarming van de aarde. Wat schrijven ze?

 

Bron: [Artikel]

 

Veel mensen denken dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door menselijk toedoen, zoals de uitstoot van CO2. De opwarming heeft vooral natuurlijke oorzaken.

Hoe vaak wordt niet beweerd dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door de mens? Dat was bijvoorbeeld de boodschap van de film An Inconvenient Truth van Al Gore. Maar de wetenschappelijke onderbouwing van deze film was zodanig dat An Inconvenient Fantasy een passender titel zou zijn geweest.

 

Deze bewering stond ook centraal in het debat tussen de geoloog Salle Kroonenberg en de milieukundige Frans Berkhout in Kennis van 23 december 2006. Ondergetekenden zijn echter van oordeel dat er geen onomstotelijk wetenschappelijk bewijs is voor een substantiële menselijke invloed op het klimaat. Integendeel, de waarnemingen zijn in strijd met de menselijke broeikashypothese.

 

Als 'bewijs' voor de waarheid van die hypothese wordt meestal aangevoerd dat er een wetenschappelijke consensus over bestaat. Maar er is nooit aan alle wetenschappers - klimatologen en beoefenaren van andere relevante wetenschappelijke disciplines - gevraagd hoe ze erover denken. Een kleinschaliger enquête onder 530 klimatologen uit 27 landen, die in 2003 werd uitgevoerd door prof. Dennis Bray van het Forschungszentrum Geesthacht, leverde een verdeeld beeld op: slechts 34,7% de ondervraagden was overtuigd van het bestaan van een menselijk broeikaseffect, terwijl 20,5% deze hypothese verwierp. De rest was min of meer onbeslist. Bepaald geen consensus.

 

Maar zelfs indien een ruime meerderheid van wetenschappers overtuigd zou zijn van het bestaan van een substantiële menselijke invloed op het klimaat, dan nog kan aan deze opvatting slechts beperkte betekenis worden toegekend. In de politieke besluitvorming in democratieën geeft de meerderheid inderdaad de doorslag. Maar zo werkt de wetenschap niet. Elke vooruitgang in de wetenschap is geïnitieerd door een kleine minderheid, die ontdekte dat de waarnemingen in strijd waren met de algemeen aanvaarde hypothese of theorie. Soms was daar maar één wetenschapper voor nodig. Denk maar aan Galileo en Einstein.

Een ander 'bewijs' is dat de gletsjers zich terugtrekken (overigens al sinds 1850) en dat het ijs op de Noordpool smelt. Maar beide zijn een gevolg van een warmer klimaat ter plaatse en zeggen niets over de oorzaak daarvan. Elke opwarming - of deze nu door de mens of door de natuur wordt veroorzaakt - zal het ijs doen smelten.

 

Vele klimatologen wijzen erop dat het klimaat thans warmer wordt en dat het niveau van kooldioxide (CO2) in de atmosfeer toeneemt. Dat is juist. Maar het samengaan van deze verschijnselen is geen voldoende bewijs voor een oorzakelijk verband. Bovendien is de gemiddelde wereldtemperatuur gedurende de periode 1940 en 1975 gedaald, terwijl in dezelfde periode de CO2-concentratie snel toenam.

 

En wat te denken van de bewering dat de klimaatmodellen opwarming voorspellen? Er zijn ruim twintig grote modellen, die allemaal verschillende uitkomsten opleveren, afhankelijk van wat men in de computer stopt. In de literatuur kan men verschillende schattingen aantreffen van de mogelijke temperatuurverhogingen als gevolg van een verdubbeling van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Zij variëren van 1,4 graden - 11,5 graden.

Bovendien kunnen de modellen niet verklaren waarom de temperaturen in de periode tussen 1940 en 1975 daalden. De uitkomsten van modellen kunnen nooit als bewijs dienen; alleen waarnemingen zijn in dit verband relevant.

 

Wat we wèl weten is dat geen enkel klimaatmodel het waargenomen patroon van de huidige opwarming kan verklaren - de temperatuurtrends gemeten op verschillende breedtegraden en verschillende hoogten, zoals vastgesteld met behulp van radiosondes, opgehangen aan weerballonnen. Deze resultaten - voor het eerst wereldkundig werden gemaakt op een klimaatconferentie in Stockholm in september vorig jaar - leiden tot de conclusie dat het menselijke aandeel in de opwarming niet significant kán zijn, en dat het grootste deel van de opwarming aan natuurlijke oorzaken dient te worden toegeschreven, waarschijnlijk aan kleine variaties in de zonneactiviteit. De huidige opwarming houdt wellicht verband met een natuurlijke cyclus van 1500 jaar, die is gemeten in ijsboorkernen, oceaansedimenten, stalagmieten enz. - metingen die een periode van bijna een miljoen jaar bestrijken.

 

Fred Singer

atmosferisch natuurkundige, em. hoogleraar university of Virginia, voormalig directeur van de US Weather Satellite Service.

Peter Bloemers

hoogleraar biochemie, universiteit Nijmegen.

Adriaan Broere

ingenieur en geofysicus, werkte in satelliettechnologie, nu klimaatonderzoeker.

Bas van Geel

hoofddocent paleo-ecologie, universiteit van Amsterdam.

Albert Jacobs

geoloog, werkte in de olieindustrie in Canada.

Hub Jongen

elektrotechnisch ingenieur, zie www.vrijspreker.nl.

Rob Kouffeld

em. Hoogleraar energievoorziening, TU Delft.

Hans Labohm

econoom en 'expert reviewer' van het IPCC en met Dick Thoenes en Simon Rozendaal auteur van 'Man-Made Global Warming: Unravelling a Dogma.'

Rob Meloen

hoogleraar. moleculaire herkenning, universiteit Utrecht

Jan Mulderink

chemisch technoloog, oud-directeur AKZO research Arnhem, oud-voorzitter Stichting Duurzame Chemische Technologie in Wageningen.

Harry Priem

em. hoogleraar planetaire- en isotopen-geologie, oud-directeur ZWO/NWO Instituut voor Isotopen-Geophysisch Onderzoek, oud-voorzitter Koninklijk Nederlands Geologisch en Mijnbouwkundig Genootschap.

Henk Schalke

voorzitter management team IUGS-UNESCO

Olaf Schuiling

em. hoogleraar geochemie, universiteit Utrecht.

Dick Thoenes

em. hoogleraar chemische proceskunde TU Eindhoven, oud-voorzitter Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging.

Jan Pieter van Wolfswinkel

oud-docent werktuigbouwkunde, TU Delft

 

 

De CO2-controverse

Een geologisch perspectief (Auteur: Harry A. Priem)

Bron: [Artikel]

Geologen bezien het 'Systeem Aarde' als een samenhangend geheel van talloze interactieve- en onderling gekoppelde subsystemen, waaronder dampkring en klimaat.

Geochemisch en planetair bezien zou de dampkring 200.000 maal zoveel CO2 moeten bevatten als nu. Ongeveer zoals op Venus. Maar anders dan op Venus is hier de meeste CO2 aan de dampkring onttrokken door enerzijds de vorming van carbonaten door mariene organismen en de chemisch-bacteriologische verwering van gesteenten, en anderzijds de vorming van biomassa door vegetatie en mariene micro-organismen. Die 'verdwenen' CO2 is vastgelegd in afzettingen van kalksteen en fossiel, organisch koolstof. De processen van CO 2 -onttrekking verlopen ruwweg evenredig met de hoeveelheid CO2 in de dampkring.

Er is een natuurlijk evenwicht tussen enerzijds de toevoer van CO2 door de ontgassing van de Aarde en de oxidatie van organisch koolstof, en anderzijds de onttrekking door de biologische- en chemische 'pompen' en de opname in oceaanwater. Doordat de evenwichtstoestand niet constant is, varieert met de tijd de hoeveelheid CO2. Sinds het begin van de industriële revolutie is het CO2-gehalte met ruim 25% toegenomen, waarvan driekwart in de tweede helft van de 20e eeuw. Dit is echter slechts de helft van de antropogene CO2-emissie sinds 1850; de andere helft is al weer door natuurlijke processen aan de dampkring onttrokken.

De hoofdrolspeler in het klimaatsysteem is de Zon. Wat geologen daarbij opvalt is dat de gemiddelde temperatuur van de onderste luchtlagen al bijna 4 miljard jaar binnen het gebied is gebleven waarin vloeibaar oppervlaktewater kan bestaan, hoewel de Zon in de tijd zo'n 25% warmer is geworden. Er functioneert dus een regelsysteem dat de temperatuur binnen nauwe grenzen houdt, de Aardse thermostaat. Binnen die grenzen fluctueert de temperatuur over tijdschalen variërend van decennia tot tientallen miljoenen jaren.

De zonneactiviteit is variabel, in cycli van 11 jaar, 19 jaar, 88 jaar en langer. Historisch- en geologisch onderzoek laten een statistisch verband zien tussen zonneactiviteit en temperatuur, ook al is hiervoor nog geen algemeen geaccepteerde fysische verklaring te geven. Zo valt bijvoorbeeld de beruchte 'Kleine IJstijd' van de 17de en 18de eeuw samen met een periode van opvallend weinig zonnevlekken, wat indicatief is voor verlaagde zonneactiviteit.

Verder terug is een correlatie te traceren tussen fluctuaties in zonneactiviteit en temperatuur, aan de hand van de concentraties koolstof-14 en beryllium-10 in boomringen en ijskernen. Beide radio-isotopen worden in de bovenste dampkring geproduceerd door kosmische straling, maar bij verhoogde zonneactiviteit neemt hun productie af omdat dan de magnetische velden van de zonnewind in intensiteit toenemen en meer kosmische straling afschermen. De laatste 100.000 jaar waren de concentraties van beide isotopen systematisch hoger tijdens koude perioden, en lager tijdens warme perioden.

Het grootste deel van de aardgeschiedenis was het warmer dan in onze tijd en was er géén, of zeer weinig permanent ijs op de polen aanwezig. In de laatste 2½ miljard jaar zijn er echter vijf episoden geweest - elk vele miljoenen jaren omvattend - waarin uitgestrekte gebieden op de hogere breedtegraden met gletsjerijs waren overdekt. De vijfde en laatste van deze IJstijden begon zo'n 3 miljoen jaar geleden en duurt nog steeds voort. In die tijd waren er 10 lange- en 40 kortere perioden waarin een substantiële uitbreiding van de ijskappen plaatsvond, de glacialen, afgewisseld met warmere interglacialen, waarin de ijskappen zich weer terugtrokken.

De overgang van een glaciaal naar een interglaciaal e.o., kan zich binnen enkele decennia voltrekken. De Aarde verkeert thans in een interglaciaal dat zo'n 10.000 jaar geleden begon, na een glaciaal van zo'n 105.000 jaar. De afwisseling van glacialen en interglacialen wordt bepaald door de Milankovitch Cycli van het Aarde-Zon-systeem. De door deze cycli bepaalde afwisseling van warmere- en koudere perioden manifesteert zich door de hele aardgeschiedenis, niet alleen in ijskappen, maar ook bijvoorbeeld in 100 miljoen jaar oude sedimentaire successies van de Krijt periode en in 3,5 miljard jaar oude gebrande ijzerertsen.

Binnen elke glaciale- en interglaciale periode fluctueert de temperatuur. Zo ook tijdens het huidige interglaciaal. Aan het einde van de 19de eeuw, zette zich na een koudere fase weer een warmer wordende trend in. In de 20ste eeuw laten temperatuurmetingen van grondstations tót 1940 en ná 1975 een stijging zien, maar tussen 1940 en 1975 was er een daling.

Men kan echter vraagtekens zetten bij de 'gemiddelde' mondiale temperatuur, gezien de enorme plaatselijke verschillen, de ongelijkmatige verdeling van de meetstations en mogelijk onvoldoende correcties voor het 'Urban Heat Island Effect'. Bovendien is er een discrepantie met de resultaten van satellietmetingen die sinds 1979 worden verricht en géén significante globale opwarming registreren. Daarentegen zijn er diverse verschijnselen die wél op opwarming lijken te wijzen, zoals plaatselijke klimaatveranderingen, breedtegraadverschuiving van vegetatiezones, terugtrekking van veel, maar niet alle gletsjers (hoewel de gletsjertongen nooit stationair zijn en de huidige terugtrekking al in de 18de eeuw is begonnen), stijging van de zeespiegel en afsmelten van poolijs (wat echter al 10.000 jaar, sinds het einde van de laatste glaciatie aan de gang is, zij het met fluctuaties).

Velen menen dat deze verschijnselen de eerste signalen zijn van een globale opwarming als gevolg van het broeikaseffect door de extra hoeveelheid CO2 die door menselijk toedoen in de dampkring komt. Het CO2 -gehalte van de dampkring zou dus een belangrijke factor zijn bij de temperatuurregulatie van de lagere luchtlagen. Men baseert zich daarbij op de uitkomst van de veelbesproken en veelvuldig bekritiseerde klimaatmodellen: mathematische beschrijvingen van alle bekende factoren die het klimaat bepalen en hun wisselwerkingen. Er zijn uiteraard géén deugdelijke verificatie- en falsificatieprocedures om die modelleringen te toetsen aan wat zich thans in het klimaatsysteem afspeelt ? bij 'klimaat' gaat het om gemiddelden over een lange periode, gewoonlijk 30 jaar, zodat pas achteraf kan worden vastgesteld of klimaatverandering is opgetreden. Toetsing is alleen mogelijk door te kijken naar het verloop van de relatie tussen temperatuur en CO2-gehalte in het historische- en geologische verleden. Voor geologen wegen de zo verkregen gegevens én het inzicht in actuele geologische processen zwaarder dan de 'virtual reality' van de klimaatmodellen.

De gegevens uit het geologische- en historische verleden wijzen er niet op dat de hoeveelheid CO2 in de dampkring een belangrijke rol speelt in het klimaatsysteem. Integendeel. Tijdens de mondiale afkoeling tussen 1940 en 1975 bijvoorbeeld, ging de stijging van het CO2-gehalte, die al geruime tijd aan de gang was, ongestoord door. Sommige meteorologen, waaronder enkele huidige protagonisten van de broeikasopwarming, waarschuwden toen dat de volgende glaciale periode er aankwam ? op zich géén onzinnig idee, want de voorgaande interglacialen duurden telkens tussen 10.000- en 20.000 jaar, dus het volgende glaciaal kan best wel eens op korte termijn inzetten.

Alle historische gegevens en data van ijskernen, turfafzettingen, boomringen en groeiringen van koralen laten zien dat de warmere- en koudere fasen in de huidige interglaciale periode niet waren gekoppeld aan significante veranderingen in het CO2gehalte, zoals bijvoorbeeld tijdens de 'Kleine IJstijd' in de 17de- en 18de eeuw en de daaraan voorafgaande Warme Middeleeuwen ? rond 1200 groeiden er druiven op Groenland. Deze warmere- en koudere fasen duurden echter hoogstens enkele eeuwen.

IJskernen uit poolgletsjers laten zien dat er voorafgaande aan het huidige interglaciaal, tijdens warmere- en koudere fasen van langere duur wél een positieve correlatie was tussen veranderende temperatuur en veranderend CO2-gehalte. De stijging of daling van het CO2-gehalte begint dan echter nadat de stijging of daling van de temperatuur heeft ingezet, niet omgekeerd. De simpelste verklaring is dat oceaanwater bij opwarming CO2 afstaat en bij afkoeling opneemt, maar opwarming of afkoeling van oceanen vereist een warme- of koude periode van langere duur, tenminste enkele duizenden jaren.

Verder terug ? in het Midden Krijt ? 100-120 miljoen jaar geleden, laten sedimenten zien dat de dampkring acht maal zoveel CO2 bevatte als nu. De biologische- en chemische 'pompen' konden de CO2-uitstoot, als gevolg van gigantische vulkanische activiteit in die tijd, niet bijhouden, hoewel de biologische pompen op volle capaciteit werkten, getuige de enorme kalksteenformaties.

Toch was het gemiddeld nauwelijks warmer dan nu. Wél was er een geringere temperatuurgradiënt tussen polen en evenaar ? door de afwezigheid van hoge bergketens werd het transport van warme lucht vanaf de evenaar nauwelijks belemmerd, waardoor het op hogere breedtegraden warmer en in de tropengordel kouder was dan nu. Nog verder terug - in het Laat-Ordovicium - 440-450 miljoen jaar geleden, bevatte de dampkring 16 maal zoveel CO2 als in onze tijd. Toch was deze periode één van de vijf episoden in de aardgeschiedenis met uitgestrekte ijskappen op de hogere breedtegraden en temperaturen langs de evenaar die overeenkwamen met de huidige.

Geologen staan dan ook in het algemeen sceptisch tegenover de gangbare doemscenario's op grond van de oplopende hoeveelheid CO2 in de dampkring. Maar al is het niet door CO2-emissie, andere menselijke activiteiten zouden het klimaatsysteem wél kunnen beïnvloeden. Menselijk handelen verstoort immers op grote schaal de interactie tussen landoppervlak, dampkring, biosfeer en oceaanwater ? zoals het kappen van tropische regenwouden; overbegrazing, bodemerosie en verwoestijning; veranderingen in landgebruik door landbouw en urbanisatie; warmteproductie in stedelijke- en industriële agglomeraties; industriële emissie van aërosolen en andere broeikasgassen dan CO2; aanleg van stuwmeren en verandering van de waterhuishouding, zoals de geplande irrigatie van reusachtige gebieden in Centraal Azië, door de omleiding van de grote rivieren in Siberië die nu nog in de Noordelijke IJszee uitmonden; enz.

Mochten deze activiteiten, al dan niet in combinatie met natuurlijke processen, inderdaad tot opwarming leiden, dan hoeft dat niet alleen maar nadelig te zijn. Integendeel. Opwarming leidt bijvoorbeeld tot meer neerslag en water dreigt in deze eeuw wereldwijd een zeer schaarse grondstof te worden. Daarnaast weten echter juist geologen maar al te goed dat de voorraden fossiele grondstoffen niet onuitputtelijk zijn. Men zal dus hoe dan ook moeten inzetten op efficiënter energieverbruik om de voorraden langer te doen meegaan. Maar dat is dan op basis van rationele overwegingen door een positieve strategie van technologische innovatie, niet gemotiveerd door de ideologisch/ethische broeikasmantra's van de milieubeweging.

OVER DE AUTEUR: Dr. Harry N.A. Priem is emeritus-hoogleraar Isotopengeologie en Planetaire Geologie aan de Universiteit Utrecht. Hij is oud-directeur van het NWO Instituut voor Isotopen-Geologisch Onderzoek te Amsterdam en oud-voorzitter van het Koninklijk Nederlands Geologisch- & Mijnbouwkundig Genootschap.