Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Mooi even kijken

(12 juli 2009)

 

Gisteravond zag ik een documentaire die practisch exact verwoordde waar ik al jaren over denk, en wat ik al jaren probeer te achterhalen of te overbruggen. Dat naar aanleiding van zowat hetzelfde dat ze in die docu ook opnoemden, over toeval gesproken!!

 

Een jaar of vijfhonderd geleden was er eens een groep mensen doende aan de kust van de oceaan. Deze kustbewoners waren aan het vissen en werken, kinderen speelden, en men was bezig met de dagelijkse activiteiten van het bestaan.

Op zekere dag merkten enkelingen op dat er vlak buiten de kust rare rimpelingen in het water ontstaan waren. Ze keken ernaar, maar hadden geen verklaring voor het ontstaan van die rimpelingen. Men negeerde het verschijnsel verder en ging over tot de orde van de dag.

Eén persoon echter, een man, raakte geïntrigeerd door die rimpelingen. Hij kwam een aantal dagen lang naar de rand van water en land om naar die vreemde rimpelingen in het water te gaan staan kijken. Totdat hij op een zeker moment iets ongelooflijks ontwaarde: enorme houten schepen met witte zeilen, en mensen aan boord die naar hem stonden te kijken! Zij hadden de rimpelingen in het water veroorzaakt!

 

Het waren zeilschepen uit Europa die naar het nieuw ontdekte land Amerika gevaren waren. De kustbewoners waren Indianen. De Indianen hadden de rimpelingen in het water die de schepen veroorzaakt hadden gezien, maar ze hadden niet de schepen gezien. Dat klinkt ongelooflijk, die grote zeilschepen op enkele tientallen meters vanaf de kust niet gezien hebben, maar toch was het zo.

Omdat de Indianen deze schepen niet kenden, en het ook niet mogelijk achtten dat zoiets bestond, zagen ze de schepen letterlijk niet. Ze zagen niet wat ze niet kenden en wat ze als onmogelijk bestaand achtten! Totdat die ene man, die had staan kijken naar de rimpelingen tot op het moment dat hij de oorzaak ervan ontwaard had, ze vertelde wat hij zag. Op dat moment waren alle Indianen pas in staat de grote schepen te ontwaren…

 

Men kan zich de ontsteltenis en verbazing van de Europeanen voorstellen die daar al dagen voor anker lagen met hun drie schepen. Dagelijks zagen zij op nog geen vijftig meter afstand groepen mensen aan het werk zijn en spelen, en niemand van al die mensen schonk ook maar enige vorm van aandacht aan hun aanwezigheid! Alleen één man keek dagelijks urenlang hun richting uit, op een wijze alsof hij dwars door ze heen keek.

 

Deze Indianen waren mensen zoals wij. Met alle menselijke eigenschappen zoals wij die hier en nu in Europa ook hebben. Mensen nemen niét waar wat ze niet kennen of waarvan ze het bestaan onmogelijk achten. Het is duidelijk dat de waarneming dus met de hersenen gebeurt, en niet met de ogen. Het beeld van die schepen is écht wel op het netvlies van die Indianen gevallen, maar niet door de hersenen waargenomen.

 

Heel vaak vraag ik me af wat ik niet zie en/of wat ik niet waarneem doordat ik ergens het bestaan van onmogelijk acht, iets niet ken, of zelfs niet bij de mogelijkheid van het bestaan van iets stilsta.

Heel vaak vraag ik me ook af wat WIJ met z’n allen niet zien of waarnemen.

Wij zijn niet wezenlijk anders dan dat die Indianen waren, in niet één opzicht. We weten over een aantal zaken nu wat meer, maar weten over een aantal andere zaken daarentegen weer wat minder dan de mensen uit die tijd of van die plaats toentertijd.

 

Voor ons in deze tijd geldt exact hetzelfde als hen, wij zien zaken niet omdat we ze niet kúnnen zien. Wij hebben daarbij dan nog een bijkomend nadeel ontwikkeld, namelijk een enorme arrogantie ten opzichte van iedereen en alles die anders denkt, voelt, leeft en ervaart, en dat ook uitdraagt.

Wij als westerlingen menen met onze wetenschap en democratie voorop te lopen in de vaart der volkeren. Wij hebben geen doodstraf, wij hebben democratie, wij hebben godsdienstvrijheid (dus niet!), wij boren naar olie, wij vliegen naar de Maan en naar Mars, wij kennen medische wetenschap, wij zijn op weg het lijden der mensen onbestaanbaar te maken! Kortom: wij zijn bijna God in plaats van God. We hoeven alleen nog maar de dood te overwinnen.

 

Wij zien alleen nog maar onze waarheid.

 

In de historie hebben er vele waarheden bestaan. Als men de menselijke beschavingen bekijkt die bestaan hebben, dan predikte elke beschaving z’n eigen waarheid. En elk van die waarheden is uiteindelijk eens achterhaald geworden. Elke waarheid die tot dusverre ooit gepredikt werd door mensen is vervangen geworden door een nieuwe waarheid.

Blijkbaar is nog niemand in staat geweest de WAARHEID te achterhalen. Niemand is tot dusverre in staat geweest een waarheid of werkelijkheid tevoorschijn te toveren die een enkelvoudige aard heeft, die onweerlegbaar is, die éénduidig uitgelegd kan worden en niet meerduidig. Niemand kent de waarheid of werkelijkheid, ook de wetenschap niet. Niemand is niemand, en er is nog geen iemand. Denk ik….

 

Nog steeds vraag ik me af wat ik niet zie en wat ik niet waarneem.

Nog steeds vraag ik me af wat wij niet zien en wat wij niet waarnemen.

Nog steeds vraag ik me af wat ik niet wil weten, of wat ik niet kan weten.

Nog steeds vraag ik me af wat wij niet willen weten, of wat wij niet kunnen weten.

Nog steeds vraag ik me af wat ik niet kan geloven en dus niet zie.

Nog steeds vraag ik me af wat wij niet kunnen geloven en dus niet zien.

 

Onder dat “ik” en “wij” vallen de ayatollah’s, de pausen en kardinalen, de rabbi’s, de priesters, de wetenschappers, de politici, de rijken en de armen, de intelligenten en de onintelligenten, en eigenlijk wij allemaal.

 

De waarnemer beïnvloedt de waarneming heb ik vroeger met natuurkunde op school geleerd. Dat is in ieder geval al één punt waar het om draait. Misschien is dat zelfs hét punt.