Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Het middelpunt

(12 juni 2008)

 

Met blij gemoed en onverveerd hart ging ik afgelopen dinsdag de 10e juni naar het stadhuis om naar beste vermogen de nobele taak te mogen verrichten die een aantal burgers van onze schitterende stad mij gegeven heeft: de uitvoering van het volksvertegenwoordiger zijn!

 

Op het trapje bij de ingang van het stadhuis kwam ik al enige medegekozen raadsbroeders van verschillende partijen tegen, en een warm gevoel overviel me bij het besef dat deze mensen daar allemaal stonden enkel en alleen uit de drang het beste voor hun stadsgenoten te willen bereiken. Een uit ontroering opwellende traan kon ik tenauwernood bedwingen zich langs m’n wang te laten biggelen, tranen in een raadsvergadering kan natuurlijk niet! Ook al is het uit liefde voor m’n raadsbroeders…

 

De raadsvergadering werd door ons raadskameraden gebruikt om in gezamenlijke broederschap het beste te bereiken voor onze medeburgers. De magnifieke ideeën vlogen een ieder om de oren, liefde straalde door de zaal, onderling begrip voor elkanders standpunten bereikte hoogtes welke welhaast een voorproefje waren voor het hemelse dat ons allen ooit te wachten staat! Het was goed, en het voelde goed.

 

In deze zachte deken van liefde, warmte en begrip kwam op een gegeven moment het klapstuk van de avond aan de orde: het stuk waarin we wilden gaan besluiten dat onze medeburgers van de mooie Parel der Zuiderzee in alle openheid en vrijheid van woord en gedachte mee zouden kunnen gaan praten over het belangrijkste dat aan de orde is voor de stad. Namelijk de stadstoekomst in al z’n facetten, de Stadsvisie!

Een dergelijk majeur onderwerp is géén ding dat je aan 1 op de 1000 inwoners van de stad overlaat, dat je dus niét aan slechts de 17 raadsleden overlaat. Zo’n onderwerp bespreek je met z’n allen, of je geeft in ieder geval allen de kans mee te praten en ideeën in te brengen en  die te verdedigen naar anderen toe. Betrokkenheid van de burger, openheid richting de burger, serieus nemen van de burger, communicatie met de burger, liefde voor de burger…. Prachtig!

 

En toen kwam Het Amendement. Het Amendement, ingebracht door de Partij van de Arbeid welke staat voor een sociaal-democratie. Een sociale democratie, een communicatief vaardige democratie!

Het Amendement besloot, heel simpel gezegd, wáárover de burger mocht meepraten, op wélke wijze de burger mee mocht praten, wat de richting was waarover de burger mee mocht praten….

“Richting?!”, zal een opmerkende burger wantrouwig denken. Ja, Het Amendement was richtinggevend. Of in raadsbroedertaal gezegd: Inkaderend en gestructureerd. Zoiets en zo, dat soort taal waarvan de waarde ligt in de “multi-interpreteerbaarheid” cq je kunt het uitleggen zoals je wilt als je slim bent. En dat is de PvdA…!

 

Een meerderheid van raadsbroeders trok de wenkbrauwen op bij Het Amendement, het was helemaal niet wat ze wilden. Ze wilden geen gestructureerde inkadering van burgermeningen of multi-interpreteerbare teksten in voorstellen zetten waar ze het niet mee eens waren. Ze wilden betrokkenheid, openheid, serieus nemen, communicatie, liefde… En dat zeiden ze dan ook in mono-interpreteerbare klare taal.

 

Het onvoorstelbare gebeurde: de PvdA kleurde rood! Niet het rood der gepassioneerde liefde, doch het rood van de onbetamelijke en vlammende berserkerwoede! De PvdA “Pikte Het Niet!” Het was niet eerlijk dat er een meerderheid was die anders dacht dan dat de PvdA wilde dat ze dacht! Dat mocht helemaal niet! Dat was niet leuk! Dat was “Ordinaire Machtspolitiek!”, en daar doen we niet aan! In Enkhuizen doen we namelijk in de raad wat de PvdA wil, want vier PvdAers zijn gelijk aan een meerderheid in de raad…

 

De rode furie verdween uit de raadszaal. Nam de kuierlatten, een verbijsterde leegte vol verbaasd onbegrip achterlatend.

 

Bedroefd legde ik het hoofd te rusten op m’n laptop. De traan uit het begin van de avond zag ineens snode kansen tóch snel te biggelen, en deed dat ook ongemerkt. M’n lange politieke leven trok als een film aan mijn geestesoog aan voorbij, en ineens kreeg ik een visioen. Een helder visioen van werkelijkheden.

Het visioen liet me het middelpunt zien waar immer alle moeilijkheden die de Enkhuizer raad in zichzelf gehad heeft in de loop der jaren omheen gedraaid hadden; het rode middelpunt van jaren en jaren, het rode gedoornde middelpunt immer weer… Een tweede traan biggelde.

 

Hans Langbroek