Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Op de Melkmarkt, en Priem

(5 juli 2009)

 

Afgelopen vrijdag 3 juli was ik ’s middags uit m’n werk mooi een rondje om gegaan in Enkhuizen. Samen met m’n kameraad (niet te verwarren met “towaritch”) Petra Kiss en de dit weekend bij me verblijvende dochter Claudia van m’n overleden Ingetje. Petra had me opdracht gegeven snel te douchen, en dan gezellig met haar en haar 2 maanden jonge dochtertje Jasmientje in de Enkhuizer binnenstad te verpozen.

 

Wel, uiteraard gaf ik met een vrijdags “het-is-weekend”-gevoel in een gezapig-zomerse mooi-weer “Befehl ist Befehl”-gemoedstoestand direct gevolg aan dit prachtige commando! Soms is de combinatie van vrijdags maar tot kwart over twee werken en het van m’n moeder geërfde deel Duits bloed met genetisch aangeplakte “Befehl ist Befehl”-mentaliteit toch handig, zo met een kameraad die met mooi weer op route wil….

 

Ontspannen slenterend langs gebouwen en plaatsen waar de geesten van een groots Enkhuizer verleden nog dat verleden uitademen en voor je zichtbaar maken als je goed uit je ooghoeken kijkt, kwamen we uiteindelijk terecht op het terras van de Enckhuijser op de Melkmarkt.

Daar sublimeerde de ontspanning zich na het bestellen van een biertje voor Baas Petra, een witbiertje met citroenschijf voor mezelf, en een koel glas ijsthee voor Claudia. Zelfs aan Jasmientje was gedacht, Petra had een vers flesje moedermelk mee voor acute noodtoestanden als bijvoorbeeld bulderende hongerhuilalarmen.

Nadat ook co Peter van Petra zich naar haar per mobiel gegeven opdracht had geschikt, en zich op het terras genesteld had, zaten we daar mooi!

 

We klepten en bepten, de kouterieën waren niet van de lucht. Alles kwam op een landerig-gezellige manier aan de orde: Jasmientje, Inge, de PvdA, mijn dochter Sanne-Lotte, vakanties, werk, het mooie weer, zonnevlekken, carrières en non-carrières, de gevacuümeerde eigenschappen van mijn bankrekening, etc. Al met al was het een leuk tijdsverdrijf zo, dat geteut met een aanvullend glaasje voor de neus.

 

Wat ook aan de orde kwam, was de Melkmarkt. Dat begon door wat tweelingzus Joseetje van Petra altijd “Priem” noemt. “Priem” is de stekende blik in de ogen die langzaam bij Petra op kan komen als zich een hevig storend ongerief begint te nestelen in haar denken en zijn. “Priem” wordt door vriend en vijand gevreesd, “Priem” is angstwekkend!

 

Op het terras van de Enckhuijser had ik de voortekenen van het ontstaan van Priem al gezien. Maar in nonchalante witbierbravour negeerde ik het, stiekem wetende dat voortekenen niet genegeerd dienen te worden. Wij heidenen kennen het belang van voortekenen…..
Eén van die voortekenen was een betekenisvol: “Hè, wat een herrie!” Dat voorteken horende, wist ik toen al dat ik dít zou gaan zitten typen op een moment van vrij hebben. En eerlijk gezegd, het voorteken sloot naadloos aan op de ervaringen van mezelf de laatste weken, en de navolgende gedachtenstromen die daaruit gevolgd waren.

Maar nog even: Priem voltooide zich op het moment dat we besloten hadden naar de overkant van de Melkmarkt te verkassen om bij Bella Vita een pizzaatje te gaan nuttigen ter vervanging van gezondere maar bewerkelijkere versies van avondmaaltijden.

Petra zei met stekende blik, waar het langsrazende verkeer zich niets van aantrok, nogmaals prangend en priemend: “Hè, wat een HERRIE!” Alles werd even stil, de medepizzanuttigers keken fracties van seconden geluidloos op, de wereld bewoog even niet…… Het langsrazende verkeer was daardoor even het enige dat realiteit was naast de door Petra gecreërde diepe stilte.

 

Stilte en herrie naast elkaar bestaand, het kan. Echt, het bestaat en het kan. Het is een schijnbare tegenstelling, geen echte tegenstelling! En die twee naast elkaar bestaand, mooi duidelijk over dat stukje Melkmarkt gedrapeerd, lieten het kwartje dat al weken ergens vastzat eindelijk verder rollen. Het rolde tegelijk bij Petra, bij haar co Peter, en bij mij.

Een visioen ontvouwde zich voor ons, een lichtend beeld van wat mogelijk zou zijn in Enkhuizen.

 

Wij zagen een Allee! Een schitterende Allee die bestond uit een Venedie en een Melkmarkt, en ook de Torenstraat en het Bosplein behoorden tot de autoloze uitloop van die Allee. De Sint Jansstraat behoorde er een deel bij. Het was een geweldig gezicht al die wandelende toeristen die geld uitgaven op die Allee en omliggende aansluitende loopgebieden!

We zagen mooie terrassen, we zagen leuke winkeltjes, we zagen blije mensen. En bovenal, we zagen geen auto’s! Al die blije, zich goed op die Allee en omliggende loopgebieden verpozende mensen liepen over die Allee zonder scheurende en extra gas gevende auto’s! Ze liepen naar een schitterend op de Allee aansluitend winkelgebied waar middenstanders vrolijk hun goedlopende zaken runden!

Nergens scheurden 19-jarige jongens rond die met jarenlang hard werken auto’s van vele tienduizenden euro’s verdiend hadden, er liep alleen vrolijk en ontspannen volk rond uit alle delen van Europa.

 

We zagen dat het aanloopgebied voor dit verblijfsparadijs vanuit de dynamische havengebieden van onze Parel der Zuiderzee kwam. Havengebieden die vol liepen met van Enkhuizen genietende toeristen. Daarop vroegen we ons af wie deze boost van de stad bedacht had, deze boost die aansloot op wat de burgers van Enkhuizen bij Stadsvisieavonden aangegeven hadden dat de stad moest worden.

 

Het kon niet de PvdA zijn. Die partij is meer dan een halve eeuw aan de macht geweest, en heeft na die halve eeuw als economische paragraaf in z’n verkiezingsprogramma van 2006 slechts neer weten te zetten: Behoud van de weekmarkt. Daarnaast had die partij het vanuit die visie weten te presteren om het maken van een economisch beleid weg te stemmen in de gemeenteraad. Duidelijk: die partij kon het niet zijn.

Het kon ook niet de reserve-PvdA, het CDA, zijn. Van hetzelfde laken een pak: geen eigen economische visie, ook nooit echt over gehad, en blijkbaar daarom het maken van een economisch beleid voor Enkhuizen weggestemd.

 

Deze bestuurspartijen bedachten zoiets niet. Die hebben ooit in innige samenwerking in een college bedacht dat de Melkmarkt zomaar afgesloten moest worden. Zonder enige vorm van flankerend beleid erbij dat het probleem van de verkeersstromen op zou lossen die zich door kleine en smalle sluiproutestraatjes zouden gaan persen.

Daarbij in bot eigen-gelijk-denken aan gruzelementen negerend de belangen van middenstanders, smalle-straatjes-bewoners en toerisme. Overleg en samenspraak taboe.  Dom dus, regenteske hoogmoedswaanzin.

Dezelfde hoogmoedswaanzin die de gemeenteraad heeft doen besluiten straks camera’s op te hangen die alles en iedereen registreren die in en uit Enkhuizen reist.

Nee, dit moest pas op een moment voor elkaar gemaakt zijn dat ALLE belanghebbende en betrokken partijen uit samenleving en politiek overeenstemming bereikt hadden. Dat kon niet anders.

 

Het moesten wel lokaal betrokken partijen zijn die dit toeristisch-economische wondertje verricht hadden, partijen die al eerder visies hierover hadden laten horen. Het moesten haast wel partijen zijn als de SP, als Nieuw Enkhuizen, als GroenLinks, als VVD/D66, als Quasten en CU. Partijen die geen grijze stoffige, slechts politiek om de politiek bedrijvende machtszoekers waren.

Het moesten wel partijen zijn die een uitgangspunt hadden, die zin hadden om deze stad geweldig te maken, die dachten van: “Hé, het is tof hier als je toerist bent, en ook nog tof als je hier woont!”

 

Als laatste vroegen we ons wel af hoe die verkeersstromen opgelost waren, waar ze gebleven waren of heengeleid werden. Hoe de bevoorrading van al die geweldige winkels ging, en hoe de bewegwijzering voor toeristen naar onze massaal aanwezige monumenten eruit zou zien. We vroegen ons af hoe de bus van Connexxion nu reed.

 

Maar die lokaal betrokken partijen waren daar vast wel uitgekomen dachten we, in samenspraak met ALLE betrokkenen dachten we, gezien de schitterende stad die Enkhuizen geworden was dachten we.