Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Lokaal sociaal, een gebeurtenis

(13 november 2011)

 

Heel veel jaren terug woonde ik eens in Enkhuizen met de destijdse vriendin samen in een flatje op de begane grond. Het is dermate lang terug dat een deeltje van de huidige Enkhuizer politici toen nog slechts kleuter was, en een enkeling zelfs nog in de broek poepte.

 

Die vergane jaren vormden het tijdperk waarin er van een aantal etnische groeperingen de tweede golf het land binnen kwam, en van de eerste golf de kinderen en vrouwen in het kader van gezinshereniging in Nederland kwamen wonen.

Toentertijd hielp ik vaak mensen uit deze groeperingen op allerlei manieren. Paspoorten aanvragen, formulieren invullen, zaken regelen met ambtenaren, brieven schrijven, en bellen voor wat dan ook. Eigenlijk hetzelfde dat ik nu nog wel doe voor collega’s van allochtone herkomst als dat nodig is. Het is tenslotte goed inleefbaar hoe het is om met overheden en overheidstaal te maken te krijgen in een land waarvan de taal je vreemd is en welke je nooit werkelijk eigen zal worden. Nederlands is voor mensen die van zichzelf een taal spreken die fundamenteel anders is, niet altijd even gemakkelijk. Zéker ambtenarentaal niet, dat is voor geboren en getogen Hollanders soms niet eens goed te interpreteren!

 

De destijdse vriendin en ik kregen op een dag een donkere Surinaamse man in het flatje boven ons wonen. Vanaf die tijd drong er met grote regelmaat het geluid van feestgedruis, gestommel, muziek, klapgeluid etc vanuit dat flatje naar ons stulpje toe. Maar we waren jong, feestten zelf ook geregeld, en het was allemaal in goede harmonie.

Bovenbuurman kwam zo af en toe bij me aan de deur, en vroeg dan één of twee tientjes te leen om eten te kopen. Altijd met de verzekering dat hij het snel terug zou betalen. Al snel kwam ik er achter dat hij dat niet deed, buurman was namelijk alcoholist en dronk al z’n geld op. Maar iemand zonder eten laten doe je niet, ik niet tenminste, dus “leende” ik hem dat geld maar als hij dat vroeg.

Het was best wel een gezellige buurman. Als hij een borrel op had kwam hij nog wel eens aan de deur een praatje maken, en vertelde dan van alles over Suriname en over de hoogstaande leefwijze die hij daar had gehad. Zoals het een naïeve jonge Hollander die nog niet veel van het leven wist betaamde, geloofde ik daar maar een deel van.

Hij kwam soms Surinaamse gerechten brengen die hij gemaakt had, en dat was best lekker! Het was ook best leuk om de paar Surinaamse woorden en taaldingen die ik in de loop der jaren opgedaan had, te kunnen oefenen met hem.

Kortom, een volks flatje, een volks leventje, heel gezellig allemaal in die tijd in dat straatje in dat flatje met al die buurtjes van diverse snit.

 

Op een dag werd bovenbuurman met razende spoed opgehaald met een ambulance. Hij kwam niet meer terug, en niemand wist wat er aan de hand was. Destijdse vriendin en ik waren eigenlijk best wel ongerust. Sommige mensen ga je aardig vinden, en bovenbuurman was één van die mensen.

Doch edoch, het geschiedde op een zonnige zaterdagochtend dat de organisatie die nu Welwonen heet met een paar breedgeschouderde en steviggeknuiste heren de deur van buurman intrapten. Zonder pardon sjouwden ze de inventaris van bovenbuurman op de stoep, en veel spullen werden zelfs éénhoog vanaf het balkon af naar beneden gekieperd. Een triest gebeuren, zonder enige uitleg aan buren die vroegen of buurman nog leefde of wat dan ook.

 

Daar stonden buurmans spulletjes dus op het trottoir, open en bloot. Deels kapot gegooid, deels opgestapeld. Alras kwamen er mensen buurmans inventaris doorzoeken en meenemen wat bruikbaar was. In rap tempo verdween alles. Het was voor mij schokkend om te zien dat er ook mensen bijwaren die ik soms hielp met van alles, die een in mijn ogen aasgierengedrag vertoonden.

Kinderen liepen op zeker moment met handenvol foto’s rond, en tassen vol privépapieren en documenten. Ze keken lachend naar de foto’s, en deden apen na. Destijdse vriendin en ik konden dat niet lang aanzien. Wn hebben toen de foto’s van die kinderen afgepakt, evenals de privédocumenten.

De foto’s waren foto’s van buurmans leven in Suriname. Buurman stond op de foto’s als een jonge man in goeden doen, met een knappe jonge vrouw en leuke kindertjes. Zijn verhalen over vroeger bleken waar te zijn. Hij had in een prachtig huis gewoond, en een goed leven gehad met een mooi en liefhebbend gezin. De foto’s representeerden dat, het was zichtbaar.

Buurmans leven is blijkbaar ooit op een gegeven moment een richting ingeslagen die leidde tot het punt waarop destijdse vriendin en ik zijn foto’s en papieren redden. Ik heb geen idee wat er is gebeurd, waarom buurman ooit is geworden wie en wat hij was. We hebben nooit meer wat over en van buurman gehoord.

 

Het gekke is, nu ik er zo op terug kijk, dat ik me realiseer dat het me op een bepaalde manier werkelijk schokte om te zien wat mensen deden met de resten van iemand leven. Hoe alles dat op straat stond verdween, hoe omgegaan werd met de foto’s en documenten van iemand leven, en hoe alles gewoon een huis uitgegooid werd. Het disrespect dat getoond werd richting een medemens.

Het deed me verdriet, en ik was razend.

 

De hele gebeurtenis, vanaf buurmans verdwijnen met de ambulance tot en met het bergen van de foto’s en documenten, was een ontluistering en devolutie voor iedereen die met deze gebeurtenis te maken had.

Een klein drama, in een klein straatje, in een klein stadje, waar verder niemand bij stil stond. Iedereen is op dat moment voor een deeltje gevormd tot wie hij nu is: de mensen die alles uit dat huis naar beneden gooiden, de mensen die alles in no time wegroofden, de kinderen die vanuit onschuld in kwaadaardigheid de foto’s van iemand gehele leven als lach-item beschouwden, destijdse vriendin en ik wier buurman die overkwam, en buurman die een onbekende toekomst is ingegaan. De gebeurtenis was niet zomaar een gebeurtenis.

 

De foto’s heb ik nog jaren bewaard in een doos op de zolders van de verschillende huizen waarin ik met verschillende mensen gewoond heb. Misschien heb ik ze nu zelfs nog, zoveel jaren later, ergens op mijn huidige zolder in een doos. Ik weet het niet.

 

“Vroeger was alles beter” hoor je wel eens, en vanmiddag las ik op een site “Früher war alles besser”. Dat vindt men dus. Maar ik weet het niet, ik weet het gewoonweg niet.

Vroeger is nu, nu is vroeger. Een oordeel bestaat niet, iets gebeurt.