Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Het licht vecht voor vrijheid

Het duister berecht de vrijheid

(25 oktober 2007)

 

Regelmatig vragen mensen mij of ik soms een hekel aan christenen heb. Dat komt omdat ik nogal eens over religies tekeer ga, zowel op internet alswel in discussies in het algemeen als het onderwerp ter sprake komt. Dat laatste is redelijk vaak het geval tegenwoordig, dus ook mijn mening wordt met en omreden van de huidige golven van de oprukkende religies vaker geuit… Het is vreemd dat bij religies meestal in eerste instantie aan het christendom gedacht wordt!

Mijn antwoord op de gestelde vraag is “nee”. Ik heb geen hekel aan christenen. Doch ik heb wel een diepe, fundamentele, hartgrondige hekel aan instituties die pogen anderen het eigen denken in “goed en kwaad” op te leggen, en dat dan doorgaans ook nog binnen een uiterst beperkt toegestaan denkraam. Het gaat dan om gesloten politieke denkwijzen, gesloten religies, uiterste vormen van nationalismen, en meer van dat intelligent bedachte maar dom bestaande soort ongein en massamachtsmiddelen.

 

De geschiedenis heel grof bezien, is ons Europa zo’n 1100 jaar lang in de ijzeren wurggreep van de religie gehouden geweest. De christelijke religie in dit geval. Bij de gewelddadig opgelegde introductie van het christendom, wat zo gedaan werd door gebrek aan overtuigingskracht van dit geloof, en bij de eveneens gewelddadig uitgevoerde verspreiding van deze religie, zonk Europa in een duistere poel van barbarisme, primitieve leefwijzes, moord en doodslag bij willekeur door religieuze overheden, onvrijheid van denken, vervolging en doodstraffen naar andersdenkenden. Elfhonderd jaar lang!

De wapenen van de religie bestonden uit brandstapels, houten spietsstaken, heksenwegingen, ophangingen, vierendelingen, verbanningen, huidafstropingen, maatschappelijke uitsluitingen, en wat verder voor wreeds bedacht kon worden. De religieuze overheden van de Donkere Middeleeuwen straften degenen die ze verdachten van ketterij of samenspanning tegen de macht van de kerk, op wijzen die zelfs naar de maatstaven van die tijd uiterst wreed waren.

 

Zoals altijd bij machten die zichzelf in stand houden door handelingen en wetten op te leggen welke tegen de menselijke natuur in druisen, begon ook bij de Rooms-Katholieke Kerk de vernietiging van directe macht van binnenuit. Wat meer ontwikkelden in Europa gingen in discussie met de kerk, onderhielden eigen interpretaties van het geloof, en begonnen deze te prediken en ook op schrift te verspreiden. De uitvinding van de boekdrukkunst was daarbij een welkome en zelfs hoogst belangrijke factor. Ideeën konden snel verspreid worden!

 

Deze langzaam maar zekere versnippering van de christelijke religie, en de bij tijd en wijle gewelddadige onderlinge machtsstrijd tussen het toenemende aantal christelijke snippers welke een automatisch tanen van de overheersende werelds-christelijke macht in ging houden, gaven anderen een kans. Gaven anderen de kans om ideeën te ontwikkelen en verspreiden die meer dan een millennium door het machtsdenken van de christenkerk waren onderdrukt en verboden.

Ideeën over wetenschap, over wetenschappelijk onderzoek, over politieke hervormingen, over staatsinrichting, over kunst, over bouwtechnieken, over medische wetenschap, over alles waar de mens voor geschapen is om te kunnen bedenken! Kortom, men zou kunnen zeggen dat de ratio weer een kans kreeg! De hersenen mochten heel langzaam aan weer doen waar ze voor gekomen zijn op deze wereld: nadenken over alles wat interessant gevonden werd! Het humanisme kwam op, met daarop volgend alle verworvenheden waar we nu zo trots op kunnen zijn….

 

De overwinning van de ratio op het opgelegde religieuze angstdenken, de verwisseling van het “Memento mori” voor het “Carpe diem”, werd in latere tijden de “Verlichting” genoemd. Van de Donkere Middeleeuwen het verlichte denken van de vrijheid in! Dat ging natuurlijk niet zonder slag of stoot, machten geven nooit zomaar hun macht op. Binnen de tijdsgeest die op dat moment heerst zullen ze proberen met de middelen van die tijdsgeest delen van hun macht te blijven consolideren. Of, als het mogelijk is, zelfs weer uit te breiden.

 

De ontsnapping aan de ijzeren greep van de religie en de komst van het humanistische denken heeft ons de welvaart en kennis gebracht die we nu hebben. Het heeft ons ook de democratie gebracht, de vrijheid te denken en onderzoeken wat we willen, de vrijheid te kunnen spuien wat we denken, de vrijheid gegeven eigen keuzes in het leven te maken, de vrijheid gegeven de persoonlijke ontwikkeling op de eigen manier vorm te geven, de vrijheid informatie te vergaren zoals men zelf wil.

De christelijke religie in Europa zag dat natuurlijk ook, en liet de pracht van haar openbare vierendelingen en brandstapels varen bij het besef dat deze totaal niet opwogen tegen wat het humanisme de Europese mens gebracht had. De religie besloot in gezamenlijkheid de mythe de wereld in te sturen dat ze “verlicht” geworden was, en zich aanpaste aan de vrijheid van denken van de moderne en komende tijden. Zo geschiedde, en dit kwam in de Europese geschiedenisboekjes te staan die kindertjes op school uit hun hoofd moesten leren.

 

Maar: macht zoekt macht, en macht die macht verloren heeft herzoekt macht. Voor macht heeft men wapens nodig, en massa’s mensen die in je geloven. Beiden zijn nog steeds ruim voorhanden bij de grote religies van deze wereld. Deze massa’s zijn nog steeds de duistere, niet te onderschatten mol van de moderne, vrije samenlevingen. De wapens zijn aangepast aan waar de mol zich bevindt.

De islam, die het tot dusverre nog niet echt nodig heeft geacht zich te distantiëren van geweld, gebruikt heel eenvoudig lijfstraffen in het openbaar, officiële uitsluitingen en vervolgingen als de fatwah, en andere nogal groffe methoden. Een minderheid binnen deze religie, die ook te maken heeft met versnippering, wordt al wat vrijer in interpretatie van religieuze dogma’s. De islam gaat heel langzaam de weg van het christendom op.

 

Het christendom heeft de eigen wapens ontwikkeld. Deels zelf bedacht, deels overgenomen van de hedendaagse subculturen van haar iets jongere zuster de islam. Het gaat nu om het wapen des woords, en dan tegenwoordig het woord “respect”. Men associeert tenslotte respect met beschaving, en wie wil er nu niet beschaafd gevonden worden?

Respect houdt ruwweg in dat je andersdenkenden dan jezelf accepteert ondanks hun anders denken en anders zijn, en dat je daaraansluitend ook de uitingen van dat anders denken accepteert. Uitingen binnen denken en de mondelinge en schriftelijke uitingen ervan, uitingen van culturele aard van dat anders denken, uitingen van leefwijze van dat anders denken. Dat respect houdt in dat je met andersdenkenden in discussie kunt gaan over denkbeelden zonder anderen te veroordelen om hun denkbeelden, dat je met die andersdenkenden kunt samenleven zonder stiekem te proberen die andersdenkenden jouw eigen leefwijze, denkwijze en regels op te leggen. Respect houdt in dat je aanvaardt dat iedereen z’n eigen waarheid heeft en wil kunnen beleven!

Nu wordt er tegenwoordig veel om respect gevraagd. Het woord “respect” wordt veel beleden in de mond. Mij persoonlijk valt het op dat respect vooral gevraagd wordt door de religies aan de niet-religieuzen. Omgekeerd nauwelijks tot niet. Films worden afgeblazen op aanvraag of dwang van religieuze aard, culturele manifestaties worden afgeblazen op aanvraag of dwang van religieuze aard, mensen met “afwijkende” sexuele voorkeuren als homo’s en lesbiënnes worden min of meer gedwongen zich te matigen in hun aard, en humor gezicht geven ten aanzien en richting van religies wordt helemáál al steeds meer een uiting die lef nodig heeft om ten uitvoering te brengen.

Omgekeerd heb ik nog niet gehoord van kerk-, moskee- of andere religieuze diensten die afgeblazen of gedwongen zijn niet uit te voeren door niet-religieuzen. Heb ik nog niet gehoord van religieuze culturele manifestaties die afgeblazen of gedwongen zijn niet uit te voeren door niet-religieuzen. En dat dan allemaal uit respect voor het niet-religieus zijn van grote groepen uit de bevolking die zich gekwetst zouden kunnen voelen… De niet-religieuzen laten de religieuzen gewoon hun gang gaan, als ze maar niet de niet-religieuzen inperken in hun eigen bedoeningen.

En dat laatste is wat dus steeds meer gebeurt, zoals boven genoemd. Daarom noem ik het woord “respect” ook als het hedendaagse, aan deze tijd aangepaste, wapen der religies. Niet-religieuzen willen tenslotte niet als onbeschaafd bezien en afgeschilderd worden, en geven dus respect aan de religies. Een man als Wilders, die om boekverbranding vraagt, wordt door het gros der niet-religieuzen als een uiterst extreem iemand gezien in z’n strijd tegen één religie. Hij is géén exponent van de niet-religie! De religies slagen er steeds meer in onder het mom van “respect” de niet-religie de mond te snoeren in de uitingen. Vooral de vrijheid van meningsuiting.

 

Onze democratie bestaat bij gratie van vrijheid van meningsuiting en vrije culturele uiting! Zonder die vrijheid geen uitwisseling van ideeën, en dus geen discussie, en dus geen vrije keuze in wat men zou kunnen denken, en geen vrije kennis- en meningsvergaring.

De democratie staat op het punt afschuwelijk uitgehold te worden, en te verworden tot een irrelevante stemmachine. Let op en kijk uit. Zou ik haast bidden…

 

Hans Langbroek