Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Koeien en dobbelstenen

(13 januari 2009)

 

Eens op een dag, lang geleden, kwam er een keer een stel Denen naar Enkhuizen. Die Denen dachten van: “Ha, leuk stadje hier zeg! Lekker internationaal georiënteerd! Hele mooie plek om een Europees verdeelcentrum op te richten voor de verdeling van rundvlees richting heel Europa!”

Het waren heel ondernemende Denen, dus ze dachten niet alleen maar handelden ook meteen naar wat ze dachten. Ze kwamen met een eerste stel schepen vol toenmalige koeien, in die tijd ossen geheten, naar Enkhuizen en vroegen daar een stukje land te koop om het vee te kunnen houden, slachten, zouten en verhandelen.

Ze rekenden erop dit stukje land te kunnen verkrijgen, de handel zou tenslotte ook Enkhuizen niet bepaald windeieren gaan leggen!

 

En zo geschiedde het, de Denen vroegen een stukje land. De vroede, gereformeerde vaderen van Enkhuizen keken moeilijk bij die vraag, gingen een keer extra naar de wc, keken daarna nóg een keer moeilijk, en vertelden de Denen dat ze wél een stukje land konden krijgen. Maar: onder voorwaarden.

De Denen waren verbaasd. Voorwaarden? Hoezo voorwaarden? De vroede, gereformeerde vaderen van Enkhuizen vertelden de Denen dat zij, gereformeerden, door God waren verkozen als Hoeders der Waarheid, en dat Lutherse Denen dan natuurlijk niet zomaar een stukje grond in Enkhuizen van mensen konden krijgen die de Waarheid behoedden tegen gespuis als katholieken, Lutherianen en zo. Het ging tenslotte om de Waarheid!

 

De voorwaarde hield dan in dat de Denen hun ossen een heel stuk buiten de stad moesten houden, slachten, zouten en verhandelen. Die voorwaarde hield ook in dat ze hun afschuwelijke dwaalchristendom nóg een stuk verder buiten de stad moesten gaan beoefenen, en het liefst eigenlijk helemaal niét.

De Denen keken wat zurig, dit soort rare dingen waren ze in andere internationaal georiënteerde steden helemaal niet gewend! Zelfs niet bij de muzelmannen in het oosten en zuiden! Maar omdat Enkhuizen zo’n mooi plekje was, begonnen ze er toch hun ossennering.

 

De ossennering liep goed. De ossenmannetjes deden goede zaken, en de Enkhuizers deden goede afgeleide zaken. Het geld stroomde binnen! Maar toch bleef er iets wringen….

De achterban van de vroede, gereformeerde vaderen van Enkhuizen waren boos! Ze waren boos om al die ongoddelijke zaken die zich afspeelden in het gebouwtje dat de Denen gebruikten om hun Lutherse dwaalchristendom te beoefenen!

Wel, de vroede vaderen waren van alle markten thuis, en zegden de Denen dat ze met hun rare gewoontes nóg een stukje verder van de stad weg moesten. De Denen waren hoogstverbaasd, dát hadden ze nog nooit meegemaakt in een internationaal georiënteerde stad! Maar ze deden wat gevraagd werd, als goede gasten zijnde.

Doch, de lezer zal het reeds raden, de geschiedenis herhaalde zich. De gereformeerde achterban van de vroede gereformeerde vaderen van Enkhuizen wilde meer en meer van minder van de Denen… Behalve geld natuurlijk.

 

De Denen waren dit op een dag, na enkele tientallen jaartjes, helemaal zat. Hélemáál zat. En ze vertrokken dan ook. Ze vertrokken naar Amsterdam, een mooie, internationaal georiënteerde stad. Die stad verdiende eeuwenlang vele, vele en vele miljoenen aan de Europese ossenhandel. De stad groeide mede daardoor uit tot een stad van wereldfaam en –naam.

Enkhuizen niet. Enkhuizen hield alleen een straatnaam over, de Ossemannetjes. De plaats waar vroeger de Denen bij de gratie van Gods vroede vaderen hun bedoening en geloof mochten beheren en uitoefenen. Daarna verviel Enkhuizen langzamerhand tot de status van in elkaar gezakt Zuiderzeestadje.

 

Alles in Enkhuizen veranderde in de eeuwen daarna. Behalve voor een aantal mensen uit zekere groeperingen: de afkeer van alles wat betiteld zou kunnen worden als “anders”, wat voor deze Enkhuizers equivalent is aan het gereformeerde “slecht”.

Een casino: ANDERS.  Dus: SLECHT. Een aantal Enkhuizers heeft hun God vaarwel gezegd, maar is vergeten de rest wat erbij hoort óók vaarwel te zeggen. Namelijk dat anders ook wel gewoon anders is, en niet altijd “slecht”.

 

- Want er kan ook een groentewinkel op de locatie van de Stadsherberg komen.

- En waarom zou overlastvermindering goed zijn, of een reden voor een speelhal? Dat doet een groentewinkel ook.

- Het hoort bij de Stadsvisie (een casinootjetjetje…..)

- Hoezo is het verbreding van het toeristisch aanbod?

- Het levert verslaafden op (ook al zegt de Brijderstichting het omgekeerde….)

- Het levert een parkeerdruk op (gotspé!)

 

Of ChristenUnie: Wij zijn principieel tegen. Maar daarnaast komen wij wel met ook andere argumenten. Collega’s, het maakt niet uit of u onze argumenten buiten het principiële wegvaagt, wij stemmen evengoed tegen.

Wij laten ons door niemand overtuigen, wij hebben ons antwoord in een boek. Wij gaan wél proberen ú te overtuigen. Dat dit oncollegiaal éénrichtingsverkeer is zal ons een osseworst wezen!

 

Van de ossemannetjes naar het casinootje, er is duidelijk geen steek veranderd voor een aantal mensen zo door de eeuwen heen. Want waar hébben we het over……

 

Welterusten, Hans Langbroek

 

(Het verhaal van de Ossemannetjes is vrij verteld naar een geschiedenisles gegeven door stadsarcheoloog Klaas Koeman)