Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Kerstverhaal

(11-12-2010)

 

De dag dat ik haar naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis bracht, in paniek, in pijn, en reeds wetend, stak hij een mes vanuit het niets in mijn rug.

De dag dat zij en ik drie dagen later hoorden dat ze zou gaan sterven, stak hij een mes in mijn rug. Hard, meedogenloos en diep.

De dag dat ze vijf dagen later stierf stak hij een mes in mijn rug. Meedogenloos, kil en diep. Deze keer lachte hij er schril bij.

De dag dat mensen kwamen condoleren stak hij het mes nogmaals in mijn rug. Grijnzend, in de wetenschap van zijn overwinning, liep hij weg, half dansend van plezier.

Ik had het hem nooit moeten vertellen.

 

Verdwaasd liep ik over straat. Het mes in mijn rug stak aan de voorkant van mijn lijf naar buiten. Ik had er mijn jas voorgehangen, het was niet nodig dat anderen dat mes en het bloeden zagen. De pijn was overweldigend, het bloeden overvloedig, en ik wankelde onzichtbaar.

 

In de winkelstraat kwam ik haar tegen. Ze had haar kindje mee, in een kinderzitje aan een fietsstuur.

“Hans, er steekt een mes uit je borst”, zei ze. Ze trok het mes uit mijn rug, en de pijn verlichtte direct. Ze liep met me mee door de winkelstraat. Vriendelijk lachend vroeg ze hoe het met me ging. Ze begreep wat ik vertelde.

Ze begreep de pijn van verlies en van verraad, ze begreep de pijn van verloren liefde. Ze luisterde gewoon, liet me praten. Langzaam trok de wond van het mes iets dicht. Zij deed dat.

 

Aan het eind van de winkelstraat sloeg zij rechtsaf, en ik linksaf. Ze keek me glimlachend en zielsziende aan, en zei: “We spreken elkaar nog wel.”

Ik kon weer lopen.