Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Vragen aan college over Jeu de Boules

(20 juli 2009)

 

Omdat ik denk dat de zaken in Nederland veranderen, hoe dat dan ook komen moge, heb ik onderstaande vragen naar het college verstuurd. In de vragen en de toelichting zit natuurlijk de intentie van hoe ik de zaak zelf zie al vervat.

Uiteraard begrijp ik dat het college direct naar het geldwapen zal grijpen, zoals gewoonlijk. Maar een wapen dat je 100 keer gebruikt als de raad iets wil of wil initiëren, raakt een keer leeg. Vooral als het steeds ineens wél munitie blijkt te bevatten als het college zelf iets wil.

De redenatie staat buiten allerlei verwikkelingen als coalities en dergelijke, het gaat om dat je ergens voor staat.

 

Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat een relatief goedkoop iets dat onderstaand genoemd wordt, betaald zou kunnen worden uit een ernstige versobering van de uitvoering van de sloepenhaven. Het leefbaar zijn van onze gemeente is ALTIJD nummer één, die leefbaarheid is namelijk de enige bestaansreden van die gemeente richting de burgers. Gemeentes bestaan als georganiseerde instelling enkel en alleen om burgers op een leefbare en humane wijze de gelegenheid te geven een leven te leiden op de wijze zoals ze zelf denken in te moeten of kunnen invullen.

Wij zijn er ten dienste van de burger, en niet andersom.

 

Toelichting op onderstaande vragen:

 

Jeu de boules

(20 juli 2009)

 

Het is aantoonbaar dat het klimaat in Nederland door nog niet definieerbare oorzaken  aan het opwarmen is. Dat houdt in dat het warme seizoen jaarlijks langer gaat duren en dat de gemiddelde temperatuur in Nederland gaat stijgen. In de praktijk houdt dit in dat het vaker “mooi weer” is en zal zijn, zoals dat genoemd wordt.

 

Mensengroepen welke in gebieden wonen waar het vaker mooi weer is, ontwikkelen andere gedragsgewoontes dan mensen die in gebieden wonen waar het minder vaak mooi weer is.

Nederland bevindt zich in een overgangsperiode van ontwikkeling van een wat kouder naar een wat warmer klimaat Het is nu reeds merkbaar dat sommige gedragsgewoontes welke men bij bewoners van warmere gebieden ziet bestaan, ook in Nederland aan het ontstaan zijn.

 

Eén van die invloeden van het klimaat op gedragsgewoontes die merkbaar begint te worden, is dat het sociale leven van mensgroepen zich vaker buitenshuis begint plaats te vinden dan binnen. Althans, in vergelijking met voorheen vóór de merkbare klimaatopwarming.

Als dit verschijnsel zich in de tijd zal gaan voortzetten, wat waarschijnlijk is gezien de aard van het dier mens, betekent dit dat overheden hier rekening mee dienen te gaan houden wat betreft inrichting van de openbare buitenruimte. Deze zal plaats moeten kunnen gaan bieden aan sociale verblijfsstatussen van mensen, ze zal ruimte moeten  bevatten waar mensen elkaar op natuurlijke wijze kunnen ontmoeten.

 

Een voordeel van bovenstaande geschetste mogelijke ontwikkelingen is dat doordat het leven zich meer buitenshuis zal gaan richten dan hedentendage, ook mensen uit de risicogroepen voor vereenzaming meer kans zullen hebben of krijgen minder vereenzamingsrisico’s te lopen.

Deze risicogroepen zijn reeds eerder in verschillende nota’s benoemd, en worden gekenmerkt als zijnde voornamelijk ouderen met beperkende fysieke hoedanigheden en/of ouderen van wie de partner door overlijden is weggevallen.

 

Een goede en niet ingewikkelde mogelijkheid voor de lokale overheid om op bovenstaande hoedanigheid en hoedanigheden in te spelen is een plan dat reeds meerdere malen door een initiatiefnemende persoon, de heer Chris Segerius, is ingediend als mogelijke optie.

Dit plan houdt in het aanleggen op een mogelijke, voor ouderen goed bereikbare locatie in de gemeente in de openbare buitenruimte, van een verhard veldje met wat rondom te plaatsen verankerde bankjes waar ouderen de rustige bezigheid van bijvoorbeeld Jeu de Boules kunnen beoefenen, maar elkaar ook kunnen ontmoeten in de buitenruimte.

 

Het plan van de heer Segerius is te vergelijken met het realiseren van trapveldjes voor de jeugd. Men verwijst de jeugd voor de sociale- en voetbalactiviteit ook niet slechts naar de officiële voetbalverenigingen, maar realiseert op verzoek trapveldjes. Het is niet vreemd om dergelijke realisaties ook voor ouderen vorm te geven. De noodzaak is zelfs veel groter voor deze groep, het betreft niet voor niets een groep met het etiket risicogroep.

 

Daarom hiernavolgend de volgende vragen:

 

  1. Is het de portefeuillehouder bekend dat de heer Segerius zijn plannen voor realisatie van bovenstaand beschrevene, en de daarbij aan de gemeente gevraagde hulp voor realisatie, reeds eerder enkele malen heeft ingediend?
  2. Is het de portefeuillehouder bekend dat het antwoord van de gemeente op de plannen en hulpvraag om realisatie richting de genoemde initiatiefnemer telkenmale van afwijzende aard was?
  3. Zo ja, is de portefeuillehouder van mening dat dit antwoord overeenkomt met de beweerde sociale- en bewegingsinsteek van de gemeente richting ouderen, en/of overeenkomt met de in de toelichting genoemde veranderende omstandigheden?
  4. Zo nee, waarom niet?
  5. Zo nee, is de portefeuillehouder met het college bereid, in aanmerking genomen juist de veranderende omstandigheden, de afwijzende insteek richting het verzochte door de initiatiefnemer opnieuw in overweging te nemen?
  6. Zo ja, op wat voor een termijn zal dit gebeuren? Zo nee, waarom niet?

 

Met vriendelijke groeten,

 

Hans Langbroek

Fractie Nieuw Enkhuizen