Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

It don’t mean nothin’

 (25 juli 2009)

 

It don't mean nothin' - Het betekent niets, 't maakt niet uit

Getraumatiseerde Amerikaanse GI's in Vietnam

 

Ora et labora - Kop houden en doorwerken

Kloosterregel van Benedictus in de 6e eeuw

 

Memento mori - Eens ga je eraan

De Romeinen

 

Vrije vertalingen door Hans Langbroek

 

 

Voorzichtig opende ik de deur van de uitslaapkamer en ging zachtjes naar binnen. Mensen in bedden lagen bewegingloos in narcose om me heen. Aan hen aangesloten apparaten piepten en zoemden, en drie medewerkers liepen opmerkelijk opgewekt door de ruimte. Ze groetten me.

 

Ze was wakker. Haar blik was star, maar ze zag me. Ze fluisterde: “Hans, ik heb nog nooit zo’n pijn gehad”. Ik keek naar de morfinepomp, en zag dat die een errorcode aangaf. Net als de apparaten op m’n werk kunnen doen. De pomp werkte niet.

 

Ik wenkte een langslopende medewerker en wees hem op de pomp. Hij zei dat er zo gekeken zou worden. Nadat ik meldde dat die pomp het niet deed, liep hij er heen en riep: “Shit, hij doet ’t niet!” Hij haalde een collega erbij, en repte nerveus:

 

“Hij doet het niet! Hebben we andere liggen?!”

 

“Ik weet het niet. Niet van dit type volgens mij. Die andere kan ik niet instellen. Mevrouw, we gaan u helpen hoor!”

 

Na een half uur was er weer een werkende pomp. Ze had altijd pech, altijd ging er iets verkeerd wat met haar te maken had. Dit dus ook. Het was één grote k*tzooi.

 

 

“Is dat écht jouw brommer?” Ze knikte, en werd rood. Ze zat naast haar broer, mijn klasgenoot, lelies te pluizen bij Burger en De Blank in Andijk. “Dat is een mooie brommer, helemáál voor een meisje. Hoe hard gaat hij?”

Met een nog roder wordende gezicht, en zenuwachtig glimlachend, zei ze: “Zeventig.”

 

“Oh, dan is hij opgevoerd. Dat gaat ook mooi met die Yamaha’s, het jankt erover. Dat type is nieuw, ik heb ze nooit in het echt gezien. Je hebt trouwens een oranje bril met oranje glazen op, dat heb ik ook nooit eerder gezien. Het staat wel bij je steeds rodere gezicht.”

 

“Dank je.”

 

“Hoe heet je eigenlijk?”

 

“Inge.”

 

Ze glimlachte rood, en dat zag er bijzonder charmant uit.

 

 

Het was een zweterige, klamme nazomerdag. Er was een hoop werk in het bedrijf, en ik had het druk. M’n telefoon ging: biepbiep biepbiep. Een sms. Ik keek van wie de boodschap kwam. Van Inge.

Een korte boodschap: “Ik moet naar het AvL…” Shit.

 

 

De uitnodiging voor de verjaardag kreeg ik op school van hem. Zaterdagavond, mooi met een aantal man een biertje bij hem thuis. Hij woonde bij z’n moeder, met zijn zus.

De stoel naast haar was leeg, dus daar ging ik zitten. Er kwam een biertje voor m’n neus te staan.

“Hai Inge”

 

Een rood “Hai” terug.

 

Ik werd ook maar rood dan. “Mooie schoenen heb je aan.”

 

“Oh ja? Vind je?”

 

We keken elkaar rood en begrijpend aan, en begonnen te grijnzen. Het was leuk, het was écht heel leuk.

 

 

Het stonk. Ik herinnerde me die lucht uit de tijd dat de moeder van een kameraad in dit Antoni van Leeuwenhoek lag, jaren terug. We liepen hand in hand, haar kleine Ingehand in mijn grote droge Hanswerkhand.

Angst maakt je gezicht en ogen star. Wij liepen met starre ogen, druk op de borstkas, niets zeggend kunnende wat gezegd had kunnen worden. Angst ruik je, angst is een grote k*tzooi.

 

 

De Vest was groen. De lucht was blauw. Onze hoofden waren licht, onze voeten waren lichtvoetig. Het rook naar groen en auto’s, het rook naar zomer.

We liepen hand in hand langs de Noorderweg. We keken elkaar aan, lachten.

“Ik hou van je, weet je dat?” “Nou, ik ben verbaasd! Ik ook van jou.”

 

 

Mijn vriendin was niet heilig. Net zomin als ieder ander heilig is of denkt te zijn. Mijn vriendin was mijn vriendin, en ik hield van haar zoals ze was. Zij hield van mij zoals ik was, en nog steeds ben. Het maakte niet zoveel uit, er was geen stiekeme of openlijke behoefte van beide kanten de ander veel of weinig te veranderen.

Ze heeft kort geleefd, want kanker maakt meer mensen dood dan dat kanker mensen laat overleven. Ze heeft kort geleefd, maar wél intens geleefd.

 

Mijn vriendin deed van alles waarvan de grote meerderheid van de mensheid altijd weer zei: "Inge, zou je dat nou wel doen? Is dat wel verstandig Inge?"

Verstandig was het vrijwel nooit, maar altijd leidde het naar leven, avontuur, gebeurtenissen, hectiek, verdriet en geluk. Mijn vriendin leefde, zij bestond niet alleen maar. Zij leefde, en bestond duidelijk in dit leven.

 

Mijn vriendin heeft in extreme armoede geleefd, en mijn vriendin heeft in extreme rijkdom geleefd. In beide hoedanigheden deed ze niet verstandig en voorspelbaar, maar ze leefde wél. Ze maakte mee, ze beleefde, en drukte een kleur in dit leven. Zij was iemand die levens van anderen wist in te kleuren, net als haar eigen leven. Met felle, intense kleuren. Niet pastel, niet vaag, geen grijzige ondertoon, maar échte duidelijke kleuren.

 

Mijn vriendin heeft overal gewoond, geleefd en gewerkt, gewoon omdat mijn vriendin dat leuk vond. Ze hield uiteindelijk het meest van Spanje. Daar woonde ze het graagst, het langst, en daar is ze getrouwd en heeft haar dochter gekregen.

Daar is ze ook weer gescheiden, en toen waren wij weer samen. In Nederland, in Enkhuizen.

 

 

“Het is erg Hans, maar het leven gaat verder.”

 

“Tja joh, die dingen gebeuren. Leuk is het niet, maar zo gaat dat.”

 

“Ach, je vindt wel weer een ander.”

 

“Het klinkt hard, maar misschien is het voor haar dochter beter. Een moeder met MS en kanker is ook maar niets als je 11 bent.”

 

“Jee, wat erg voor jullie wat gebeurd is zeg! Maar wat vindt jij van dat parkeren met die camera’s?”

 

“Jullie gaan een moeilijke tijd tegemoet. Nou, we spreken elkaar wel weer ‘ns. Doei!”

 

“Mooi legaal de kans om je ziek te melden joh! Lekker een tijdje vakantie op kosten van de baas! Laat ze de kolére krijgen, mooi gratis doen!”

 

“Jezus, gecondoleerd joh. Wat gaan jullie met die kast doen?”

 

“Smerige racist.”

 

“Het is kut zulke dingen Hans. Mijn verkering is ook uit sinds eergisteravond.”

 

“Het is niet leuk als Pxxxxxk tegen Claudia zegt dat haar moeder een kankerhoer is en haar geld op d’r rug verdient. Zéker nu haar moeder een week dood is komt dat hard aan ja. Maar ze moet leren dat dit zo kan gaan in de maatschappij, vooral door mensen met een stoornis. Ze moet leren haar excuses aan te bieden als ze zo boos wordt”

 

“U heeft hooguit nog een aantal weken tot maanden.”

“Ik denk dat u rekening moet houden met hooguit enkele weken.”

Het waren exact 5 dagen, 1 uur en 59 minuten. Dat is best kort.

 

Maar het maakt niet uit. Het is normaal, en het leven gaat door. Wat je ervan vindt, hoe je er tegen aan kijkt, maakt niets uit en verandert niets.

Alleen een kind is veranderd, jijzelf bent veranderd, en de dode is van leven naar dood veranderd.

De wereld is niets veranderd, en niet beter of slechter geworden.

Het maakt werkelijk niets uit.