Hans Langbroek,†raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Over het IndiŽ-monument
(16 februari 2005)

Over het IndiŽmonument is veel commotie ontstaan. Ook in mijn hoofd is veel commotie ontstaan over dat monument, daar mijn grootvader en vader ook in dat land hebben gewoond.
M'n partij stemde in met de motie, de overgrote meerderheid van de steunfractie steunde de motie namelijk. Aangezien democratie nu eenmaal democratie is, kon ik in de raad ook niet anders.
Doch direct na die raadsvergadering begon ook de chaos in mijn eigen hoofd over Nederlands-IndiŽ. Het is dus iets waarover ik in m'n jeugd altijd verhalen heb gehoord, en m'n opa was min of meer een halve god voor me. Maar ik heb altijd goed onthouden wŠt hij vertelde, en daarom heb ik onderstaande brief verstuurd:


Enkhuizen, 16 februari 2005.

 

 

Geachte raadscollegaís en griffier, geacht college,

 

In de raadsvergadering van 8 februari j.l. is een motie van Verenigd Links/GroenLinks aan de orde geweest over het IndiŽmonument. Deze motie is raadsbreed ondersteund, dus ook door mijn partij Nieuw Enkhuizen. Dit laatste houdt in dat de motie dus ook door mij is onder-steund.

Reeds direct vanaf de betreffende raadsvergadering loop ik met bovenstaande in mín hoofd. En dat nadenken resulteert erin dat ik bij deze u mededeel dat ik mín steun voor deze motie volledig intrek, en geen enkele vervangende tekst of  toegevoegde tekst voorstel voor het IndiŽmonument zoals door Stichting IndiŽmonument Enkhuizen is gepresenteerd. Het door hen gepresenteerde is wat mij betreft goed.

Ik zal dit hiernavolgend toelichten.

 

Direct na WOII is mín grootvader van mín vaders kant voor de Nederlandse staat uitgezonden naar Nederlands-IndiŽ. Zín hele gezin, dus ook mín vader als jongetje, ging met hem mee. De taak die mín opa daar kreeg was dat hij de autochtone bevolking in praktijk en theorie ging onderwijzen en instrueren over moderne visserijmethodes en moderne visserijapparatuur. Dit in het kader van een gepland gefaseerd groeien naar een onafhankelijk Nederlands-IndiŽ; het te ontstane onafhankelijke land moest zich economisch op een adequate wijze kunnen bedruipen.

Mijn grootvader heeft zich gemotiveerd van die taak gekweten, en is de tijd die hij doorbracht in Nederlands-IndiŽ immer op gelijke voet omgegaan met de autochtone bevolking van dat land. Er is op geen enkele wijze sprake geweest van een onderdrukker Ė onderdrukte verhouding! Oftewel: mijn grootvader was gťťn brute kolonisator, mijn vader was gťťn bruut kolonistenjoch! Mijn grootvader stond volledig achter de doelstelling van zín werk.

 

Over de heengezonden soldaten: Dat Nederlands-IndiŽ een kolonie was, is vanuit de waarden van het heden gezien iets dat negatief bekeken kan worden en ook wordt. Maar destijds was het een Nederlands grondgebied dat al 350 jaar bij dit land behoorde. Ook voor de heenge-zonden soldaten was dat zo, ze wisten feitelijk niet beter. Ieder schoolkindje in Nederland leerde met topografie niet alleen het rijtje Nijmegen, Breda, Den Bosch, maar ook  het rijtje Celebes, Sumatra, Borneo, Flores etc. Men wist destijds niet anders, het was gewoon zo!

 

Als ik instem met de motie van VL/GL veroordeel feitelijk ook de aanwezigheid van mín familie in Nederlands-IndiŽ, dus veroordeel ik op mijns insziens onjuiste gronden mín familie. Ook veroordeel ik de daarheen gezonden jonge soldaten, die niets anders deden dan dat normaal en geaccepteerd was in die tijd. Wat dit betreft ondersteun ik het verhaal van Gerrit van der Steeg in de laatste raadsvergadering.

 

Ik kan het instemmen met de motie niet terugdraaien, de stemming ligt vast. Maar ik betuig bij deze mín bijzondere spijt dat dat niet kan. Vandaar hetgene waarmede ik deze verklaring begin.

Mocht dit onderwerp nogmaals aan de orde komen dan kent u mín standpunt. Waar ongetwijfeld veel op af te dingen zal zijn, o.a. de mix van visionaire en persoonlijke argumenten, maar het zij zo.

 

Met vriendelijke groeten, Hans Langbroek.