Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Iedereen gaat dood

(12 juli 2009)

 

De laatste drie, vier jaren maak ik zomaar ineens elk jaar veel mensen mee die dood gaan. Hoe dat komt weet ik niet, het gaat zoals het gaat. De laatste die na veel pijn stierf was mijn eigen vriendin in april.

Er zijn in mijn waarneming een aantal overeenkomsten in al die sterfgevallen. Een tweetal zal ik eens opnoemen.

 

De eerste is dat iedereen wie ik ken die gestorven is, is gestorven aan kanker. Dat is best wel raar als je het onnoemlijke aantal redenen in ogenschouw neemt waardoor en waaraan je kunt sterven. Om één of andere reden gaat iedereen die in mijn omgeving sterft dood aan kanker, en nergens anders aan. Ik vraag me af hoe dat in andere omgevingen is, in omgevingen van andere mensen.

 

Laatst las ik dat kanker doodsoorzaak nummer één is geworden. Eén op de drie mensen sterft aan kanker.

Ondanks de gepretendeerde, aan ons mensen door Europolitici toegezegde productveiligheden op zaken als eten, materialen waar we dagelijks mee in aanraking komen, materialen waar we mee moeten werken, kleur- en bijstoffen in consumptie, kleurstoffen in speelgoed en in kleding, vervuilende industriën om ons heen, gaan er steeds meer mensen dood aan kanker.

Eén op de drie mensen sterft aan kanker.

 

Al die gepretendeerde maatregelen hebben als ze daadwerkelijk werken dus óf niets met kanker te maken, óf worden dus niet uitgevoerd op een wijze die effectief is en zoals bedoeld.

Ik denk aan het hoge aantal vrouwen in Nederland dat borstkanker krijgt. En aan wat iemand uit het Antoni van Leeuwenhoek vertelde, namelijk dat er juist uit Enkhuizen ook veel vrouwen komen met die ziekte. Hoe kan dat, als dat waar is? Wat zijn eigenlijk de cijfers hiervan? Waarom hoor je zoiets nooit, alleen ergens terloops?

Eén op de drie mensen sterft aan kanker.

 

Hoe zit het met een bedrijf als Renolit? Daar worden veel weekmakers gebruikt om de PVC die ze produceren zacht te maken en houden. Weekmakers zijn kankerverwekkend, dat is bekend.

Wat zijn de risico’s van zo’n bedrijf zo absurd dicht bij de Enkhuizer leefomgeving? De gemeente heft niet voor niets een dwangsom van € 100.000,-- per maand als ze de brandveiligheid van hun magazijn niet op orde brengen. Dat komt door de risico’s die dat bedrijf heeft voor de nogal erg dichtbije leefwoonomgeving.

Is werkgelegenheid iets dat bóven leefveiligheid gaat? Moeten chemische activiteiten zó dichtbij een woonomgeving mogen gebeuren, in deze tijd waarin zóveel meer bekend is over chemische ongelukken die gebeurd zijn?

 

Mogen woonwijken op vuilnisbelten en vuilstorten gebouwd worden, zoals de wijk Ouwe Gouw? In de twee huizenblokken die ik gekend heb in die wijk zijn in totaal zes mensen doodgegaan aan kanker, waaronder mijn vriendin en haar moeder die daar jaren gewoond hebben. Is dat veel, of is het normaal?

Er zijn er in die twee huizenblokken drie of vier die MS gekregen hebben, waaronder mijn nu dode vriendin. Is dat veel, of is dat normaal? Of is dat allemaal toeval, als het veel is?

 

Ik vraag het me allemaal af, ik weet zulke dingen niet. Wat ik weet is dat één op de drie mensen sterft aan kanker.

 

Het tweede dat me opvalt, na wederom een huis van een dode leeg te moeten halen, is dat mensen tegenwoordig zo enorm veel spullen hebben die er niet toe doen. Er wordt gigantisch veel aangeschaft, huizen staan vol materialen die er niet toe doen en die nergens toe doen.

 

Waarschijnlijk zal dat bij mij ook zo zijn, mijn zolder ligt vol troep. Allemaal troep die weggegooid kan worden. Troep uit m’n brugklastijd, troep uit latere tijden, troep uit vorige relaties, troep van mensen die ooit bij me ingewoond hebben, troep uit jaren politiek die weg kan, troep die is meegenomen van vorige verhuizingen en nog in de doos zit. Kubieke meters troep, vaak voor Jan met de korte achternaam aangeschaft. Zoals zovéél bende en troep dat is.

 

Sommige troep heb ik bewaard omdat ik het mogelijk achtte dat mijn dochter het leuk zou vinden om het na mijn dood te vinden. Iets van: “Leuk, uit papa’s jeugd!” Alsof iemand zich dáárvoor zou interesseren….

Het is eigendunk en grootspraak, jezelf meer en belangrijker willen denken dan dat je werkelijk bent. Waarom zou mijn dochter het leuk vinden om iets uit mijn brugklastijd te erven?! De waarschijnlijkheid daarvan is nul, het enige gevolg van al dat bewaren en aanschaffen is dat ze als ik dood ga een nóg grotere afvalcontainer zal moeten huren om bende uit mijn huis in te deponeren. Het slaat allemaal nergens op.

 

We zijn materialistisch geworden. Niets heeft meer waarde, het gaat om wat je hebt of wat je presteert ten opzichte van anderen in wat anderen belangrijk vinden. Dat laatste gaat dan voornamelijk om geld en inkomen.

Het gaat niet meer om mensen. Als het om mensen gaat, is het omdat ze in de weg staan voor wat anderen willen.

 

In ieder geval ga ik binnenkort een paar kuub troep en bende van mijn zolder weggooien. Dózen vol science fictionboeken, gespaard vanaf m’n dertiende jaar tot voor een jaar of vier terug. Allemaal troep, voor niemand interessant.

Dózen vol oude papieren stukken van de lokale politiek uit mijn actieve vroegere jaren. Allemaal bende en troep, kan zo de papiercontainer bij de grofvuil in. Niets papiervernietiger, is alleen maar extra werk.

Jassen, kleding, schoenen, voor mijn huis te grote cv-radiators, dózen vol kerstspullen en -ballen van ooit in mijn huis gewoond hebbende personen. Allemaal troep.

 

Het is goed om veel weg te gooien, en het is nóg beter om weinig aan te schaffen! Troep, materie en materiaal dat je meesleept, ligt en staat alleen maar in de weg als je van alles los wilt kunnen bewegen in het leven!