Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Houding tav religie en islam
(20 maart 2011, [bron] )

Onderstaand een interessante bijdrage aan de discussie over religie en islam. Heel eerlijk gezegd ben ik het zeer grotendeels eens met Monika Maron.
Haar verhaal is grotendeels te vertalen naar Nederland.

Het wordt tijd dat een aantal semi-toleranten van sommige partijen en groeperingen in dit land ook hun geest eens open zetten voor het feit dat het misschien zo zou kunnen zijn dat de bevochten en verworven Europese waarden en daaruit volgende normen het waard zijn te verdedigen en te versterken tegen de islam, in plaats van het omgekeerde dat de semi-toleranten (waaronder een flink aantal mensen zit dat zelf haast fascistoïde omgaat met van hun eigen visie afwijkende meningen) nu om duistere redenen beoefenen.

 

Hoe sta jij tegenover de religie?

door Monika Maron

Het idee achter de seculiere staat is, dat religies ons niet lastig vallen – ook de islam niet.

De zaak met de islam wordt steeds verwarrender. Hoort hij nu bij Duitsland of hoort hij niet bij Duitsland? Hij bestaat immers eigenlijk helemaal niet, de islam. Dat zeggen in ieder geval diezelfde mensen die beweren dat de islam bij Duitsland hoort.

Misschien komen we verder als we de vraag anders stellen en niet vragen: “Hoe sta jij tegenover de religie?”. Maar dat wij als burgers van een Verlichte, democratische staat in de 21e eeuw vragen: “Hoort de scheiding van staat en religie dwingend bij Duitsland?”. Daarop zouden we moeten antwoorden: ja. Dat geldt voor christenen, Joden, Hindoes, moslims en alle anderen.

En als we vragen: “Staat de grondwet, die de vrijheid van godsdienst garandeert, zonder uitzondering boven de vrijheid van godsdienst?”, luidt het antwoord ook: ja.

“En gelden de individuele vrijheidsrechten voor beide geslachten?”. Uiteraard ja.

Deze vragen kunnen wij, de Duitse samenleving, beantwoorden.

Maar of de islam bij Duitsland hoort, kunnen noch christenen, atheïsten of agnostici, maar alleen de moslims zelf beslissen.


Dient de islam de positie van de religies in Duitsland te veranderen?

De islamitische verenigingen en organisaties, maar ook de individuele moslims, moeten zich afvragen of hun islam – dé islam bestaat immers niet – in staat en bereid is om zich aan te passen aan deze niet onderhandelbare, absoluut bij Duitsland horende, voorwaarden. Mochten ze daardoor in een geloofsconflict terechtkomen, dan moeten ze hun God en de koran vragen welke mogelijkheden er zijn om met de samenleving, waartoe ze willen behoren, overeenstemming en vrede te vinden is.

Als dat lukt, hebben we geen probleem, dan is de islam een niet bijzonder opvallende religie net zoals de andere religies ook. Dan ziet hij vrijwillig af van speciale rechten, van processen om gebedsruimtes in scholen en universiteiten, van de bevrijding van bepaalde zich niet met de religie verdragende werkzaamheden zoals het aanraken van bierflessen, dan zullen imams en functionarissen hun gelovigen ervan overtuigen dat hun religie het hen niet toestaat om Duitse wetten te breken of de overeengekomen regels van het samenleven in dit land te overtreden.

Het is dus niet de vraag: Hoort de islam bij Duitsland? Maar:

Willen wij dat de islam de positie van de religies in Duitsland verandert? Bij deze vraag scheiden zich de geesten. En de grens verloopt niet tussen moslims en anders- of niet-gelovigen, zoals Patrick Bahners als met zijn boek “De paniekmakers” bewijst, waarin hij al zijn christelijke verlangens op de beschamende verhulling van islamitische vrouwen en hun gereglementeerde dagelijkse leven richt. Deze grens scheidt eerst diegenen, die in de verworvenheden van de Verlichting de voorwaarde voor de religieuze en wereldaanschouwelijke pluraliteit van een samenleving zien, van diegenen, die hun religieuze begrip van een God boven de door de mensen gemaakte wetten plaatst, en dat niet alleen in hun persoonlijke begrip van moraal.

Enorme moskeeën en hoofddoekplicht als teken van Verlichte tolerantie

Deze grens is eigenlijk duidelijk en begrijpelijk. Het wordt verwarrend en onbegrijpelijk, omdat uiteraard niemand van de in het openbaar redetwistende instellingen of personen van zichzelf zou beweren dat hij een tegenstander van het Verlichte gedachtegoed zou zijn.

Integendeel, de meest fervente verdedigers van islamitische speciale rechten beroepen zich op de tolerantie als opperste gebod van de Verlichting en verklaren de critici van de islam en hun wereldlijke aanspraken voor paranoïde, fobisch of, nog erger, voor buitenlandervijandig en racistisch. Het absurde is, dat met dit verwijt ook islamkritische Turken, Iraniërs, Egyptenaren worden bedoeld, die boven iedere verdenking van buitenlandervijandigheid en racisme zouden moeten staan, zodat alleen hun kritiek op de islam al aanleiding genoeg is om hen in het openbaar in diskrediet te brengen.

Het is verklaarbaar waarom de vertegenwoordigers van Milli Görüs en Ditib in naam van gelovige moslims hun eisen aan de Duitse samenleving luidkeels vertegenwoordigen. Dat zien ze als hun taak, ook wanneer dat niet echt bevorderlijk is voor het samenleven van de moslims met alle andere burgers van het land. Daarentegen blijft het een raadsel waarom de Groenen en de SPD, waarvan de leden en de aanhangers nauwelijks kunnen worden verdacht van religieus fundamentalisme van welke soort dan ook, enorme moskeeën en de hoofddoekplicht voor kleine meisjes verheffen tot teken van Verlichte tolerantie; waarom de zichzelf als links beschouwende journalistiek een gesloten front vormt voor het binnendringen van een voormoderne religie met haar reactionaire vrouwbeeld, haar intolerantie tegenover andere religies en een archaïsch rechtssysteem. Waarom staan deze bewakers van de juiste overtuiging niet aan de kant van de seculieren van alle confessies? Waarom verdedigen ze islamitische rechten tegen Europese waarden en niet omgekeerd?

De islam heeft de hier gebruikelijke omgang met de religie buiten werking gesteld

Worden moslims in dit land gehinderd in de uitoefening van hun geloof? Weigert men hen scholen, universiteiten, bepaalde beroepen, burgerrechten? Als dat zo zou zijn, dan zou ik zeer zeker tot diegenen behoren die de moslims in hun strijd om hun rechten zouden bijstaan.

Maar dat is niet zo. In plaats daarvan laat de Duitse samenlevingen, die al lang niet alleen uit het oorspronkelijke Duitse christelijke geloof bestaat, zich overeenkomsten en zelfs wetten afdingen, omdat een hier naartoe gekomen religie de algemene vrijheid van godsdienst niet voldoende vindt en daarom het dagelijkse leven van alle bewoners van dit land probeert te veranderen.

De scholen in Rheinland-Pfalz en Berlijn wordt aangeraden om sportlessen naar geslacht te verdelen, in veel scholen en kleuterscholen staat geen varkensvlees meer op het menu, van ziekenhuizen wordt verwacht dat hun personeel geschoold is in islamitische etens-, hygiëne- en andere voorschriften.

Vooral echter heeft de islam de in dit land gebruikelijke omgang met de religie buiten werking gesteld. Wij allemaal, christenen, Joden, orthodoxen, atheïsten, zijn gedwongen bijna dagelijks over de islam te praten en na te denken, we zouden de koran moeten lezen en de Ahadith, zodat we de islam leren begrijpen. Maar is het niet ons recht om niets van de islam te begrijpen en alleen maar te verwachten dat we door hem niet meer worden lastig gevallen dan door alle andere religies?

We leven in een verregaand seculiere staat, die de gelovigen het recht op hun religie garandeert en de ongelovigen het recht om vrij te zijn van religie. Er wordt ook van de islam niets meer verwacht dan dat hij anders gelovigen en atheïsten verschoond met de eigen geloofsregels.

Dat is geen islamvijandigheid, geen islamofobie en al helemaal geen vreemdelingenhaat. Het is de vraag aan de gelovige moslims en hun officiële vertegenwoordigers of ze hun religie met de voorwaarden van een seculiere, liberale samenleving in overeenstemming kunnen en willen brengen, zonder deze in zijn seculiere en liberale zelfbegrip steeds opnieuw uit te dagen. Het zal van hun antwoord afhangen of de islam bij Duitsland kan horen of niet.

Monika Maron, 69, is schrijfster en woont in Berlijn. Het laatst verscheen van haar de essaybundel “Zwei Brüder: Gedanken zur Einheit”.

Bron: http://www.spiegel.de/spiegel/0,1518,751138,00.html#ref=rss

Vertaald uit het Duits door:
E.J. Bron