Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Hoera!
(28 juli 2006)

De vriendin van de Vette Knol, haar bolwangige dochtertje, mijn lange blonde puberstaakdochter en ik stouwden de witte VW Golf vol met koffers, tassen en veel spullen om bijkans een leven op Rottummerplaat op te kunnen bouwen. We gingen op vakantie! Hoera!
Onderweg naar het hotelletje dat de vriendin van de Vette Knol besproken had op 300 meter van het Drielandenpunt snorde de Golf er lustig op los, en we hadden er terecht alle vertrouwen in dat de 92er het allemaal wel halen zou. Deutsche Gründlichkeit! Uiteraard reden we met een voor een oud karretje veilige snelheid, zodat we onderweg door gans autorijdend Europa ingehaald werden, maar dat drukte de pret niet. Met 12 liter drinkwater op de achterbank omdat de vriendin van de Vette Knol gehoord had dat we veel moesten drinken is het leven verzekerd, en... We gingen op vakantie!
Onder “Oohhh” en “Aaahhh” geroep om het mooie landschap ter plaatse kwamen we precies op de inchecktijd aan, en we meldden ons bij de hotelreceptie. “Vader” en de kinderen verbaasden zich om de “pinpas” die we kregen om de hotelkamer te kunnen openen, “moeder” liet woordeloos maar duidelijk merken dat ze dat al vele keren meegemaakt had.
Nadat de hotelkamerinrichting met Enkhuizer inboedel voltooid was reden we naar het Drielandenpunt. Het eerste dat we daar zagen waren petjes. Petjes met levensgrote teksten erop: Deutschland, Holland en Belgique. Puberdochter en ik wilden direct een Deutschlandpet kopen om de Duitse afkomst te benadrukken, bolwangig dochtertje wilde wel een Belgiquepetje hebben om de Belgisch-Spaanse afkomst te benadrukken, en “moeders” liet hautain weten dat je dan net zo goed met een petje met Onderdijk erop kon gaan lopen. We kochten maar geen petje toen...
Daarna renden we om het Drielandenpunt heen, al roepend: “Ik ben in België, ik ben in Duitsland, ik ben in Nederland!” Zelfs de vriendin van de Vette Knol kon dat niet laten, hahaha! We klommen ook op de toren die de Belgen daar neergezet hebben op het hoogste punt van Nederland, absoluut niet het hoogste punt van België en Duitsland uiteraard. Met telescopen keken we naar Duitsland, België en Nederland, heel leuk. “Kijk daar eens Hans, kijk eens pap, Inge moet je kijken!” Daarna snel naar beneden om tóch petjes te kopen. Maar zoals dat gaat, de winkeltjes waren nét dicht... Tja, je beslist iets of niet. Zo gaat dat.
De volgende dag vroeg besloten we de omgeving te verkennen. We reden naar Aachen, en daar was het 40ºC. Aachen is de stad vanwaar Karel de Grote z'n rijk heeft opgebouwd, en heel interessant om te zien. Het betaald parkeren kost daar € 0,50 per uur, en dat is héél schappelijk voor zo'n grote stad. We besloten om er eerdaags een grote snuffel cultuur op te doen.
Maar eerst gingen we verder, en reden via Vaals Wallonië in, na eerst met een schrikbarende controle van de marechaussee kennis gemaakt te hebben aan de grens Nederland-Duitsland. We hebben allemaal best wel een aantal landen gezien, en de vriendin van de Vette Knol heeft zelfs in veel landen gewoond, maar België heeft op één of andere manier het hart gestolen van ons allevier. Zowel Vlaanderen als Wallonië.
We karden er lustig op los, naar noord, zuid, oost en west. We reden door de Ardennen, door dorpjes, stadjes, over bergen en door dalen en op een gegeven moment geen idee meer hebbend waar we waren. Ineens moesten we stoppen: wéér een politiecontrole... “Papiers s'il vous plait!” Ik greep naar m'n zakken, maar besefte plots dat ik helemaal niets bij me had. Geen rijbewijs, geen kentekenbewijs, geen verzekeringspapieren en helemaal niets... En dat bij de Waalse politie die als niet misselijk bekend staat!

“Permis de conduire!”
“Euh, á euh, ma maison”
“????!!!” “Papier d'immatriculation!”
“???”
“Kantekenbewees!”
“Ah, euh, á ma maison aussi”
“???!!!!!” “Papier d'assurance s'il vous plait!”
“Euh, euh...” (zweet) “A ma maison aussi monsieur...”
“???!!!!!!!” “Uelgnasluepsngeneuseuslneugnsie encore!!!!”
“??”
“Nicht mehr fahren jetzt!!”
(gloep...)
“Erst die Papieren!” “Les papiers alkjdfneonstr ;alkdrnls maison!”
(gloep slik...)
“Wat zegt-ie pap?”
“Je hebt niets bij je hè!”
“Niks hoor, we moeten even wat regelen”
“Ik zei toch nog zo, neem je papieren mee!”
“Moeten we hier blijven pap? Mogen we niet meer verder pap?”
“Je luistert ook nooit naar me!”
“Moeten we naar de gevangenis pap, Hans, pap, Hans, pap, Hans...”
“Die meneer zoekt even wat uit, meer niet.”
(bel bel bel telefoneer telefoneer alksdnv aljklakdnnv voiture blanc VW)
(visioenen, boemeltreintjes, Enkhuizen, waar liggen die papieren ook al weer, aaghh)
(vele strenge blikken in de auto, blikken op de groot-ogige kindertjes, zwetende vriendin van de Vette Knol en Hans)
“Vous payez cent euro, directe. Honderd euro, direct betalen nu”
“Oui, je comprend monsieur” (veel zweet)
(bon schrijven, betalen, gegevens geven, oelala, we krijgen de auto mee! Pffff....)

Nadat we dus na drie kwartier door mochten rijden, in een ontroerde Stockholmsyndroomachtige liefde voor Waalse politiemannen die in de geest van de wet handelden en niet naar de letter van de wet, en die twee kindertjes en een vrouw niet wilden laten opdraaien voor het onbenul van een kaalgeschoren kerel, reden we immer gerade aus richting oosten, naar Duitsland. Vol schrik voor politiecontroles en de Franse taal... die in momenten van nodig zijn dus in anderhalve minuut weer helemaal paraat is met dank aan eindeloze lessen Frans op de middelbare school!

“Luister je nu eens naar me Hans!”
“Ja Inge”
“Ik zeg het niet zomaar!”
“Nee Inge”
“Ik was allang blij dat je tattoo's onder je shirt zaten en al die kettingen binnenboord hingen!”
“Ja Inge...”
“Tjesses, jij ook altijd weer!”
“Ja Inge...”

En na een lange, maar mooie rit door Duitsland, waarbij we wederom door een politiecontrole reden, maar deze keer van die Grüne Polizei die ons aanhield maar toch ineens door liet rijden (“Nou, dat had je vandaag dus drie keer kunnen oplopen Hans, luister nou een keer naar me!” “Ja Inge”) kwamen we bij ons hotelletje waar we geweldig lekker hebben zitten bunkeren!

De dagen erna waren op z'n “gezinsachtig”: stadje, grotje, cultuurtje, etentje, kinderdingetjes, bouwwerkje, ijsjes, etc. Hollands en Europees zoals ouderachtigen en kindertjes dat doen.
De één na laatste dag zouden we naar het American Military Cemetary in Margraten gaan. Ik wilde dat toch wel meegeven aan m'n dochter. De waanzin van de oorlog, het belang van vrijheid, het disrespect voor mensen en het leven dat politici en machthebbers hebben in daad ten opzichte van hun woord. Dus we togen op weg in het Golfje, in serieus gesprek over de dingen van de wereld...
Ineens, 500 meter voor de ingang van het Cemetery, zei m'n dochter, wijzend op de dochter van de vriendin van de Vette Knol: “Er loopt iets op haar hoofd!”.... De wereld verging, efficiënter dan dat een kernoorlog ooit had kunnen doen. Politiemannen werden gereduceerd tot kabouters, Margraten was verdwenen (wel snel bekeken), de wereld verging. Hoofdluis! Opgelopen in het hotel! Aaagghhh!!!
De teerling werd geworpen. In Maastricht werden gigantische hoeveelheden vergif ingeslagen, in het hotel werd de boel ingepakt, en de thuisreis werd onverwijld aangevangen. Hoofdluis uit Limburg!
De afterparty van de vakantie bestond uit het zwaar vergiftigen van scalpen van drie dames (mijn kaalgeschoren hoofd is een luizensahara, niets overleefd daar nu eenmaal), het invriezen van grote bergen textiel, het eindeloos stofzuigen en nog eens stofzuigen, nogmaals vergiftigen van alles dat geen gif bevatte, totdat de wederzijdse huizen sterieler waren dan de modernste operatiekamers in dit land ooit geweest zijn. Milieu is goed, maar niet met een teken-, vlooien-, luizen- en schimmelparanoia! Vergif!
En zo was het al met al een leuke vakantie, met een eigen afloop en een hoog Jan, Jans en de kinderengehalte. Volgend jaar weer!