Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Handen schudden

(26 maart 2011)

 

Een paar weken terug hoefde een leraar bedrijfseconomie op de Hogeschool van Amsterdam niet terug te keren op zijn baan omdat hij na een reisje naar Mekka om religieuze redenen ineens geen handen meer wenste te schudden van vrouwen.

Het geval was bar veel in het nieuws, en iedereen had er een woeste mening over. Nu moet ik zeggen dat ik mensen ken en gekend heb die dingen gedaan hebben die eigenlijk véél opzienbarender en zeer zeker ook gruwelijker waren, maar blijkbaar is dat nooit méér schreeuwend nieuwswaardig geweest dan geen handen willen schudden. Zo zit het leven vol onwaarschijnlijke tegenstellingen, het is niet anders.

 

Heel veel jaren terug werkte ik eens in een bedrijf waar op zekere dag een nieuwe werknemer aangenomen werd. De nieuwe werknemer, laat ik hem voor het gemak maar Henk noemen, begon zijn eerste werkdag in het bedrijf met het om half acht ’s ochtends op de werkvloer keihard met gigantisch diepe galmstem christelijke psalmen zingen. Het bedrijf was gebouwd van steen en staal, en de bizar luidruchtige psalmen denderden dan ook echoënd diep in de ochtendbreinen en -bewustzijnen van de collega’s door. In totale verbijstering keken wij, de collega’s, elkaar aan.

De leeftijd van de meeste collega’s was ergens in de twintig, en u begrijpt denk ik dat de gesprekken van al die mensen in zo’n fabriek gingen over het uitgaansleven, meiden, politiek, en de in dat tijdsperk bij mensen van die leeftijd populaire praatjes over allerlei New Age-achtige zaken. Wij hadden nooit stilgestaan bij de mogelijkheid dat het galmend zingen van christelijke psalmen ’s ochtends vroeg met de kracht van ongelooflijke aantallen decibels iemand hobby kon zijn. Het was oorverdovend…

 

Na twee dagen zong Henk niet alleen meer psalmen van vroeg tot laat, maar draafde hij ook de godsganse dag getuigend van God en liefde door het bedrijf, zijn collega’s tot totale wanhoop brengend.

Niets hielp om dit tegen te gaan: gewoon zeggen dat je het niet wilde horen niet, fysiek bedreigen niet, nare cynische opmerkingen maken niet. Henk zong en getuigde in serene, naïeve opgeruimdheid gewoon door. Uiteraard zag ik de humor van het hele gebeuren in, en ik lachte me stiekem een kreukel in m’n broek!

 

Na een aantal maanden paste Henk zich enigszins aan naar de mores van een fabriek met ruig personeel, en het psalmgegalm en getuigen namen wat af. Daarna verloor ik Henk op een gegeven moment uit oog en gehoor doordat ik ergens anders ging werken.

Later hoorde ik dat Henk was opgehouden te zingen. Zijn vrouw en kind waren vertrokken naar een andere man. Hij schoor zich niet meer, hij vloekte en hij dronk. De hardheid van het leven had hem en zijn geloof ingehaald, en hij was bergafwaarts aan het gaan op het moment dat mij dit verteld werd.

Dit vond ik naar om te horen. Als iemand in zoveel oprechtheid gelukkig is in wie hij is en waar hij in gelooft, dan vind ik het heel erg als dit hem ontglipt door hoe de wereld in elkaar zit.

Daarom hoop ik dat Henk hetgene dat hij kan zijn en is weer terug gevonden heeft in een betere en sterkere vorm.

 

In datzelfde bedrijf werkte in die tijd ook een Turkse jongen. Laat ik hem voor het gemak maar Selami noemen. Ik mocht Selami altijd wel, hij was een vrolijke gozer en een echte grapjas.
We hadden beiden aan vechtsporten gedaan, en vonden het leuk om af en toe met elkaar te sparren en te stoeien. Jonge mannetjesapen die zich aan elkaar meten! Maar we hadden beiden ook belangstelling voor politiek en praatten daar vaak over.

Selami was een Turkse jongen die hier niet geboren was, maar dat merkte je werkelijk nergens aan. Hij sprak vlekkeloos Nederlands, ging om en uit met Nederlanders, en was een lichtend voorbeeld van hoe landspolitici tegenwoordig willen dat immigranten worden.

Op een dag ging Selami in militaire dienst in z’n vaderland. Dat moest, want als je Turk bent dan blijf je namelijk Turk. Na zijn terugkomst was Selami veranderd. Hij was stiller, teruggetrokkener, en was ineens net als Henk “in den Here”. Maar dan de islamitische Here.

Selami was nog maar af en toe vrolijk. Een paar keer vroeg ik hem waarom dat was, en hij antwoordde toen dat er belangrijker dingen waren dan vrolijk zijn. Op de vraag wat dat was zei hij dat hij de Koran bestudeerde, en hulpimam wilde worden in de moskee of islamitische vereniging.

Dat zei mij helemaal niets. De islam was in die tijd totaal geen item in Nederland, voor niemand en in niet één opzicht.

 

Het enige dat ik als Hollander in die tijd meekreeg van de islam was dat sommige islamitische collega’s Ramadan hielden, en een aantal die rookten niet omdat ze het roken niet konden laten en daardoor niet eten en drinken ook geen zin had. Niet heel bijzonder allemaal in mijn ogen, het klonk niet onlogisch.

 

Ook van Selami heb ik nooit meer iets gehoord. Heel af en toe zie ik hem wel eens in een krant staan als woordvoerder van iets islamitisch. Hij heeft nog hetzelfde uiterlijk, maar ziet er oud uit. De keren dat ik dit constateerde vroeg ik mij af of hij gelukkig was in de keuze die hij gemaakt had. Ik weet het niet, en ik weet natuurlijk ook niet wat geluk is of inhoudt voor anderen.

Ben benieuwd of hij handen van vrouwen schudt.

 

Dat handen schudden, en dat niet handen schudden, is een mooi item. Heel ooit heb ik [dit] eens geschreven over de terreur van het hedendaagse driemaal zoenen. Maar eigenlijk vind ik dat óók gelden voor handen schudden.

Al diegenen die hun handen niet wassen na het naar het toilet gaan, al diegenen die hun neuzen leegbaggeren, al die diegenen die hun handen volniezen of natgesnoten zakdoeken uit hun zakken trekken met die handen, al diegenen die dingen doen met hun handen dat ik niet wil weten: ik wil me niet verplicht voelen dit allemaal te moeten schudden alleen omdat je iemand ontmoet of met hem of haar gaat samenwerken of vergaderen.

Waarom kan die oude Indiaanse groet niet: je hand of vuist tot schouderhoogte naast je lichaam optillen als groet met een gesproken groet erbij, zonder de ander te  moeten aanraken? Dat handen schudden staat me echt tegen, ik zie het nut er niet van in.

 

Wat dat betreft mag dat islamitische groeten van mij ingeburgerd raken, maar dan uitgebreid naar mannen met mannen, mannen met vrouwen, én vrouwen met vrouwen. Het zal een hoop besmetting schelen in tijden van verkoudheid, influenza en allerlei buikgriepen.

 

Hans Langbroek