Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Gezond geloven

(28 januari 2008)

 

Vandaag las ik in de papieren versie van het NHD een artikel van psycholoog René Diekstra dat het fenomeen behandelde dat mensen met een geloof of religie vaak gezonder zijn dan mensen zonder religie. Er zijn verschillende deelverklaringen voor, maar DE verklaring is er nog niet echt voor. Het vermoeden is de hoop die het geeft. Vreemd iets!

 

Nadat ik dit gelezen had keek ik eens treurig naar twee volle asbakken voor me naast de computer, naar een 1,5 literfles cola in het aanrechtkastje dat baco-ingrediënt is, en telde m’n tekort aan zegeningen op dit moment in relatie tot het artikel. Nu eet ik doorgaans sober, maar wel vrij gezond gelukkig. Veel groenten en veel fruit, en dat compenseert weer wat.

 

Maar toch, het is dus de moeite waard om te geloven. In ieder geval schijnbaar de moeite. Want we moeten natuurlijk niet vergeten dat ook het omgekeerde aan de hand kan zijn: namelijk dat mensen die van nature gezonder zijn, door wat voor een reden dan ook misschien eerder religieus worden. Dus dat gezondheid een hogere gevoeligheid voor religie zou kunnen veroorzaken.

Maar okee, laten we aannemen dat religie gezond maakt en het een goed iets is om ergens in te geloven. Welk geloof dan in Godsnaam? Er zijn er zo gigantisch veel, het is vrijwel onmogelijk om te kiezen! Iemand raadde me eens aan om in kabouters te gaan geloven omdat dit vrij onschuldig is en er geen massa beperkende denk- en leefregels uit volgen. Maar ja, hoezo in kabouters geloven? Het punt is dat ik niet in kabouters kan geloven omdat ik weet dat ze bestaan. Regelmatig kom ik ze tegen, tot hinderlijk vaak aan toe zelfs.

 

Kabouters zijn vervelende luitjes soms, en nogal betweterig. Ze proberen je constant te vertellen wat je allemaal zou moeten gaan doen in je leven om een goed groot mens te zijn, en vooral de Nederlandse kabouters hebben last van die betweterigheid. Pas terug nog kwam er ééntje breed uit voor me staan, en vertelde me wat ik allemaal wel en niet zou moeten doen en denken. Het was een mannetjeskabouter met een blauw puntmutsje op, en hij tetterde maar door met z’n stemmetje. Nu is het voor een mens als ik natuurlijk makkelijk om zo’n mannetje van 6 cm op de punt van een schoen te nemen en in het water van de Noorder Boerenvaart te mikken. Alleen: zoiets doe je niet zomaar. Al deed ik het wel moet ik zeggen… Het leverde veel protest op, en z’n verontwaardigde getetter volgde me nog een meter of dertig.

 

Maar dit over kabouters. Waar kun je nog meer zonder al teveel moeite in geloven om gezond te blijven? Het moet iets of iemand zijn waarvan je het bestaan vermoedt, maar waarvan het niet echt zeker is dat het bestaat. Voor mij persoonlijk zou dat bijvoorbeeld geld kunnen zijn. Ik heb in mijn kringen horen fluisteren dat het écht schijnt te bestaan, maar niemand kan me het fijne ervan precies vertellen! Sommigen zeggen dat het van metaal is, anderen zeggen dat het van papier is, en weer anderen zeggen dat het onzichtbaar in muren huist. Ik weet het niet… Het klinkt allemaal veelbelovend, maar ook heel beangstigend!

Stemmen beweren dat als je geld ontmoet, je alle goeds van de wereld ineens toekomt. Maar ik kan dat amper geloven. Geloven moet dus ook weer niet te gek worden, het moet iets zijn dat écht zou kunnen bestaan. Niet zoiets vaags als geld.

Dus geld valt af als geloof waar ik gezond van zou kunnen worden. Degenen die ik ken die in geld geloven zien er allemaal best raar uit, en ze praten en kijken ook raar. Vaak versta ik ze niet eens, en ze zien mij ook vaak niet als ik ze tegenkom. Het is dus sowieso als slecht voor je ogen!

 

Dus: wat nu? Zomaar geloven in iemand die een olifantenhoofd heeft en vier armen, of die met gekruiste benen op de grond zit te lachen met een dikke buik voor zich uit, het is allemaal wat te theatraal voor me. Of wat sommigen zeggen, de geest van de natuur: ja dûh! De natuur is overal om me heen, die bestaat en die respecteer ik ten zeerste. Ik ben zélf notabene onderdeel van de natuur! Tenslotte kom ik voort uit voortplantingshandelingen van twee mensen, en heb ik mezelf ook voortgeplant. Dat is allemaal natuur. Wonderlijk, verbazingwekkend, verbijsterend en vaak onbegrijpelijk, maar wél de natuur.

 

En ja, ik ken ze allemaal: geloof in jezelf, to be or not to be, ik denk dus ik besta, de waarheid ligt in jezelf, ken jezelf en wees daardoor mild voor je medemens, etc etc. Het klopt allemaal wel, maar het zijn maar deeltjes van waar het om gaat. Het is niet hét.

 

Bij deze dus geachte websitebezoeker die dit leest: misschien dat u een tijdelijk parkeervak kan zijn in m’n lange weg naar iets om in te geloven dat gezond maakt en houdt.

 

Hans Langbroek