Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Feest der Vrijheid

(7 mei 2011)

 

Het Feest der Bevrijding, 5 mei, is een terecht jaarlijks terugkerend fenomeen. Vrijheid is namelijk niet vanzelfsprekend. Vrijheid arriveert te voet maar vertrekt te paard, en vrijheid dient daarom altijd en eeuwig ter discussie te staan inzake de aard van haar diepere wezenskenmerken.

Op het moment dat spreken over vrijheid stopt, stopt het bewustzijn betreffende het bestaan van vrijheid. Daarmee stopt dan ook het bestaan van de ziel der mensheid, en de drive om te blijven zoeken naar verheffing van onszelf als mensheid zijnde.

 

Wat mij in die context dan ook nog steeds bevreemdt is dat de Nederlandse overheid jaren terug onder druk van een deel van het bedrijfsleven besloten heeft Bevrijdingsdag af te schaffen als nationale feestdag in de zin van een landelijke jaarlijkse vrije dag. Het bedrijfsleven vond dat deze nationale feestdag in het land dat op deze planeet de minste nationale feestdagen kent, teveel kostte aan produktieverlies. De overheid, ook niet vies van geld, rekende dat argument direct door in verminderde belastingopbrengsten over dat produktieverlies, en schafte daarom die feestdag af als jaarlijkse nationale vrije dag.

Daarmee besloten overheid en bedrijfsleven gezamenlijk dat vrijheid en het vrijheidsbewustzijn blijkbaar ondergeschikt dienen te zijn aan harde valuta. Wel, dat is een visie dus. Je kunt het met overheid en bedrijfsleven eens zijn, of niet.

 

Wat in mijn ogen dan wél opmerkelijk is, is dat de hele overheid zélf wel plat ligt op 5 mei. Daar kan ik maar 2 redenen voor bedenken.

Het zou kunnen zijn dat ambtenaren dermate weinig opbrengen aan produktie vanuit wat ze doen, dat het helemaal niets uitmaakt of ze er die dag wel of niet zijn. Het kost de overheid dan klaarblijkelijk eigenlijk niets. Een nare gedachte…

Óf het zou kunnen zijn dat het vrijheidsbesef en de vrijheidsbeleving van ambtenaren en andere overheidsdienaren belangrijker zijn dan het vrijheidsbesef en de vrijheidsbeleving van mensen in het bedrijfsleven. Die laatsten behoren dan kennelijk slechts tot een te exploiteren bevolkingsgroep ten bate van rijkaards en overheden.

Óf het zou een combinatie van beide redenen kunnen zijn.

 

Ben benieuwd of iemand me dit ooit nog eens goed kan uitleggen!

 

Hans Langbroek