Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Dom, dommer, domst

(13 november 2010)

 

Sinds jaar en dag krijg ik zo tussen november en maart doordeweeks wel eens een soort droogtekloofjes en -scheurtjes in sommige vingers en in m’n lippen. Doordeweeks, want in het weekend begint dat verschijnsel te genezen. Als ik dan na het weekend aan het werk ga, dan begint het wederom. Ik vermoed dat het door de droge lucht in het bedrijf waar ik werk veroorzaakt wordt, of door iets chemisch waar de buitenkant van dit lijf op reageert.

Een ander verschijnsel dat ik ineens sinds drie of vier jaar bemerkte, was in diezelfde jaarperiode tussen november en maart jaarlijks een keer of twee, drie een soort heftige koortsbovenlip- cq herpes look-a-like verschijnsel. Look-a-like, want het gaat niet stuk zoals bij een echte koortslip. Maar evengoed is het balen, in mijn hypochondrie en virussmetvrees heb ik altijd dit soort besmettelijk lijkende verschijnselen op grote afstand van mezelf weten te houden!

 

Gisteren begon dat opzwellen van mijn bovenlip ook weer, schijnbaar zonder enige aanleiding. Maar langzaam begon er ineens een kwartje in mijn hoofd te rollen. Zelfs iemand als ik begrijpt dat virussen als herpes niet alleen tussen november en maart hun onbeminde klussen klaren, dus enige bevreemding over het lipraadsel had ik wel al.

Maar vanochtend werd ineens het raadsel opgelost! Zoals gewoonlijk in november kreeg ik m’n eerste kleine lipscheurtje, en daarom pakte ik m’n reeds bij voorbaat in mijn werktas ingepakte blikje Purol om te voorkomen dat het lipscheurtje een lipcanyon zou worden. Dat Purolspul doet iets waardoor het net lijkt alsof het werkelijk helpt. Wat bleek deze zaterdagochtend vroeg tijdens de overwerkklus die we op het werk deden? Dat ik een bovenlip als een tapir had! Het ding voelde alsof er een vleesberg aan m’n snorretje hing, maar gelukkig komen gevoel en realiteit wat dit betreft niet overeen….

Een kwartje viel ineens in mijn hoofd, en plotseling begreep ik de vuige oorzaak van het diklipverschijnsel.

 

Dat blikje Purol in mijn tas, daar zag ik toevallig gisteren bij gebruik wat shagkorreltjes aan hangen. Nu rook ik al 2,5 jaar niet meer, en daardoor realiseerde ik me dat dit blikje al oud moest zijn. Na enige seconden nadenken viel de puzzel in elkaar: dat blikje Purol heb ik gekocht toen mijn dochter een baby was. En mijn dochter is nu 18 jaar…..

Oftewel: mijn blikje Purol heeft in al die jaren de metamorfose ondergaan van de hoedanigheid “blikje steriele zalf” naar het zijn van “één vrolijk krioelende bacteriekolonie” die jaarlijks vrijwillig in mijn open lip gesmeerd wordt. Groot feest voor de happy ééncelligen, een verse bovenlip om lekker tot een afzichtelijke pulpmassa te verwerken in het ééncelligen-winterfeest dat ik ze al een aantal jaren achtereen geef!

In de euforie die dit besef me bracht, deze ontdekking na een paar jaar onwetend vrijwillig mijn lip ter beschikking stellen van kleine etterletters, vergat ik vandaag een nieuw blikje Purol te kopen.

Maar omdat de gemeenteraad beslist heeft dat de winkels in Enkhuizen voortaan op zondag open mogen zijn, wordt er morgen een nieuw anti-lipscheurmiddel gehaald. Bacterievrij, schoon, en gereed voor gebruik als de huidige diklip weer genezen is. Wachten moet helaas, anders plant ik zelf in het nieuwe vetklontje de wortels voor een vers ééncelligensamenlevinkje…..

 

Maar: ik was dus dom, dommer, domst. Blikjes Purol behoren geen 18 jaar lang gebruikt te worden. Er zit ook Zeeuws bloed in de aderen, maar het “ons is zuunig” kan toch écht overdreven worden….