Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

De Poort

(20 september 2009)

 

Afgelopen week liep ik ’s ochtends om 7 uur in fluitend wandeltempo langs het fietspad naast de Provinciale Weg naar mijn werk, denkend aan het kopje kamillethee dat ik ’s avonds zou gaan drinken. Plotseling stapte ik door De Poort, zonder enige aankondiging van tevoren dat dit zou gebeuren.

De Poort is de toegang tot het huis van een heel speciale kameraad van me. De speciale kameraad is “kunstenaar in kleur en beweging”, zoals hij het zelf benoemt. Het is denk ik wel de juiste benaming voor wat hij doet, als hij met kleur en beweging aan de gang gaat dan weet je werkelijk niet wat je ziet gebeuren om je heen!

 

Als de speciale kameraad het op zijn heupen heeft en mij door zijn Poort laat stappen, altijd zonder aankondiging van tevoren, dan is de voorstelling groots. Hij is trots op wat hij maakt, op zijn creativiteit, en op de impact van zijn kunst. En eerlijk is eerlijk, niets is vergelijkbaar met wat hij maakt en presteert!

Afgelopen week stapte ik door De Poort, en verscheen er een gele explosie voor mijn ogen. Een gele explosie, met zwemen oranje, bruin en rood die ik nog eerder in mijn leven gezien had. De explosie bewoog, veranderde, leefde en stierf weer weg. Groen knalde erin, en draaide in een woeste polka van geluid en beweging naar oranje en weer terug naar rood en geel. Het was magistraal om te zien en voelen!

 

Enthousiast vroeg de speciale kameraad aan me: “En Hans, hoe vind je het?! Schitterend toch? Heb je dat nieuwe geel gezien, met dat nieuwe rood en dat oranje van vorig jaar erbij? Prachtig man, ik krijg er zelf geen genoeg van!” Ik kon hem geen ongelijk geven, en zou het dolgraag nogmaals beleven. Zijn kunst raakt in de ziel, in de kern van de ziel en het wezen van wat een mens is.

“Hans, jij gaat dit vaker zien. Ik beloof je dat. Niet zoals daarnet, niet hetzelfde, maar steeds weer uniek. Speciaal voor jou doe ik dat, je bent m’n trouwe kameraad.” Tranen welden in mijn ogen, ik had geen idee waar ik dit aan te danken had. Maar ik voelde dankbaarheid voor iets dat ik niet kon benoemen, en het maakte me gelukkig. En ik maakte hem gelukkig.

 

We zaten stil bij elkaar. Twee kameraden die om elkaar gaven, en waarvan de noodzaak om dit uit te spreken niet bestond. De stilte vertelde ons beiden alles.

 

Afgelopen week liep ik ’s ochtends om 7 uur in fluitend wandeltempo langs het fietspad naast de Provinciale Weg naar mijn werk. Ik voelde me gelukkig, De Poort had mij weer toegelaten. Voor het eerst sedert maanden bestond De Poort weer voor me. Het verdriet dat er is bestond en bestaat nog, maar kameraad Herfst, “kunstenaar in kleur en beweging”, zoals hij het zelf benoemt, is er nog. Hij geeft nog om me, en ik nog om hem.

Wij weten waarom, en wij bestaan daarom.