Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Bizar verhaal!

Vermist: drie RAF-breinen
Hersenen van terroristen blijken onvindbaar
(24 december 2006, Bron: [geschiedenissite VPRO])

In 1997 werden de hersenen van RAF-lid Ulrike Meinhof onderzocht. De publiciteit rond dit onderzoek maakte de pers nieuwsgierig naar de hersenen van drie andere RAF-leden. Die bleken echter onvindbaar te zijn. Een complot of Duitse 'Ungründlichkeit?

Het Dornhaldenfriedhof is een wat saaie, keurig aangeharkte begraafplaats in het Zuid-Duitse Stuttgart. De duidelijk genummerde graven, brede paden en lage struikjes zijn uitstekend onderhouden; geen blaadje ligt verkeerd. Door de bomenrand klinkt het gedempte geraas van een autoweg. Er zijn begraafplaatsen die meer tot de verbeelding spreken.

Toch was ik gegrepen, toen ik hier een paar maanden geleden was voor een reportage van Andere Tijden. Helemaal achterin, op rij 99, ligt het graf van drie leiders van de beruchte Rote Armee Fraktion: Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan-Carl Raspe. Drie jonge West-Duitse terroristen, die met hun aanslagen in de jaren zeventig een nationale hysterie wisten te ontketenen.

In de nacht van 17 op 18 oktober 1977 pleegden ze in de gevangenis zelfmoord, geraffineerd geënsceneerd als moord. Het was hun finale, en zeer effectieve, aanklacht tegen de staat. Tien dagen later werden ze begraven onder begeleiding van duizenden, veelal gemaskerde sympathisanten.

Zo'n duizend politiemensen keken toe, de machinegeweren in de aanslag. Zoals ze hadden gewild kregen de drie RAF-leiders samen één graf. Alleen Ulrike Meinhof ontbrak. Zij had zich al een jaar eerder, in mei 1976, opgehangen in haar cel in Stammheim en was op verzoek van haar familie begraven in Berlijn.

Ik was op een vrijdag op het Dornhaldenfriedhof, om te kijken waar we zouden kunnen filmen. Ondanks het verre autolawaai heerste er een onwerkelijke rust. De terroristen lagen er vredig bij, met zijn drieën onder één sobere, lichtgrijze steen. Toen we op zondag met de cameraploeg terugkwamen, lag er een sierlijk takje op de grafsteen, dat er vrijdag niet had gelegen. Blijkbaar was er in de tussentijd iemand langsgeweest. Een familielid, een sympathisant?

Twee maanden later bleek dat ik naar een incompleet graf had staan staren. In november 2002 kwam uit, dat de hersenen van Baader, Ensslin en Raspe niet met hun lichamen zijn meebegraven. En wat meer is, niemand weet waar ze dan wél zijn. De Duitse staat heeft wel meer fouten gemaakt in de omgang met de RAF-terroristen, maar dit is wel een van de pijnlijkste. Drie breinen kwijtgeraakt. Of het nu diefstal is of gewoon onzorgvuldigheid, het is een sterk staaltje Ungründlichkeit.

Het begon allemaal met de hersenen van Ulrike Meinhof, misschien wel de intelligentse van de vier. In 1962, toen Meinhof nog een gerespecteerde journaliste was, kreeg ze tijdens haar zwangerschap last van zware hoofdpijnen en ging ze dubbel zien.

Na de geboorte van dochter Bettina namen de klachten af, maar om het zekere voor het onzekere te nemen werd Meinhof toch geopereerd. Er bleek een klein bloedpropje in haar hersenen te zitten. Het zat echter op zo'n gevaarlijke plek dat het niet kon worden verwijderd en aangezien de klachten niet terugkwamen bleef het bij die ene operatie.

Toen Meinhof in 1972 gearresteerd was als een van Duitslands gevaarlijkste terroristen, voerde haar ex-man Klaus Rainer Röhl het bloedpropje aan als een mogelijke reden voor haar gedrag. Volgens Röhl was Meinhofs karakter sinds de hersenoperatie in 1962 sterk veranderd.

Misschien was het slechts een poging om voor zichzelf te verklaren, hoe het mogelijk was dat hij met een terroriste was getrouwd, maar ook stiefmoeder Renate Riemeck was ervan overtuigd dat Meinhof na de operatie een ander mens was geworden. Het was na de zelfmoord van Meinhof in 1976 in ieder geval voldoende reden voor het openbaar ministerie, om haar hersenen te confisqueren voor onderzoek.

De Duitse justitie heeft wel meer misdadigersorganen op sterk water staan. Dat is wettelijk nogal schimmig geregeld, maar leidde tot nu toe zelden tot problemen omdat er weinig ruchtbaarheid aan werd gegeven. Zo kan het gebeuren dat organen tientallen jaren voor onderzoek worden bewaard zonder dat de nabestaanden daarvan weten.

In dit geval zou er ook niets aan de hand zijn geweest, als zich in 1997 niet een nieuwe onderzoeker op de hersenen van Meinhof had gestort. Bernhard Bogerts, hoogleraar psychiatrie aan de universiteit van Magdeburg, 'erfde' de hersenen van Meinhof toen zijn voorganger prof. Jürgen Peiffer met pensioen ging.

Bogerts onderzocht de hersenen met de nieuwste technieken en kwam tot de conclusie, dat de hersenbeschadigingen veel ernstiger waren dan voorheen was aangenomen. Hoewel zijn eindrapport op het moment van schrijven nog niet is verschenen, liet hij in november 2002 al doorschemeren aan de pers dat hij, op basis van zijn onderzoek, Meinhof ontoerekeningsvatbaar zou hebben verklaard.

Daarop besloot Meinhofs dochter, Bettina Röhl, dat er nu genoeg met haar moeder was gesold. Ze eiste de hersenen op bij de Universiteit van Magdeburg. Toen Bogerts niet vrijwillig wilde meewerken, klaagde ze het openbaar ministerie in Stuttgart aan, de uiteindelijk verantwoordelijke.

Bettina Röhl werd in het gelijk gesteld. Binnenkort zullen de hersenen worden overgedragen aan de familie, maar eerst zoekt de Universiteit van Magdeburg nog even uit of er niet per ongeluk ook andere organen van Meinhof zijn achtergebleven.

Nieuwsgierig gemaakt door deze affaire, ging weekblad Der Spiegel intussen op zoek naar de hersenen van de andere drie overleden RAF-leiders. Net als Meinhofs hersenen bleken ook die van Baader, Ensslin en Raspe bij de lijkschouwing verwijderd voor onderzoek. Van hen waren weliswaar geen hersenafwijkingen bekend, maar die zouden uit onderzoek eventueel nog kunnen blijken.

En bovendien, welke onderzoeker zou niet eens een blik willen werpen in het brein van een terrorist? Gek genoeg is dat, althans voor zover bekend, al die tijd niet gebeurd. De hersenen van de drie RAF-terroristen lagen jarenlang te verstoffen op de plank van het Instituut voor Hersenonderzoek in Tübingen.

Na de Spiegel-aanvraag brak de totale paniek uit in het Instituut voor Hersenonderzoek. De drie terroristenbreinen bleken spoorloos. Onmogelijk maar waar: ze waren volstrekt onvindbaar. De hersenen waren voor het laatst gecatalogiseerd in 1988 en daarna had er nooit meer iemand naar omgekeken. In één klap was het schandaal rond de Meinhofhersenen overtroffen.

Inmiddels is het archief zo grondig onderzocht, dat de kans klein is dat de drie terroristenbreinen ooit weer boven water komen. Waarschijnlijk zijn ze vernietigd. De meeste hersenen in het instituut worden na twintig jaar vernietigd om plaats te maken in het archief. Maar bij vernietiging hoort officieel een schriftelijk vernietigingsbewijs, en dat lijkt er niet te zijn.

Een andere mogelijkheid is, dat de hersenen bij een verhuizing op een verkeerde plek zijn teruggezet. Dan worden ze misschien over een paar jaar herontdekt en alsnog vernietigd of teruggegeven aan de nabestaanden.

De derde mogelijkheid is dat ze gestolen zijn. Verschillende James-Bond-scenario's doemen direct op: waren het doorgedraaide onderzoekers, rücksichtlose geheime diensten, of juist geniale terroristen?

De eerste filmscenario's over Baader- en Ensslinklonen zijn vast al in de maak. Over een paar jaar zal wel blijken, dat een uitzendkracht tien jaar geleden wat al te fanatiek heeft schoongemaakt in het herseninstituut van Tübingen. Maar voorlopig hebben de complottheorieën rond de dood van de RAF-top weer een flinke nieuwe impuls gekregen. En opeens ziet het graf op het Dornhaldenfriedhof er toch een stuk minder vredig uit.

Laura van Hasselt