Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Autoverdriet II

(10 augustus 2011)

 

Afgelopen weekend liep ik naar de Dijk. Daarboven direct om de hoek van het Venedie-Dijk staat namelijk elke eerste zondag van de maand een marktkraampje dat gedroogde worsten verkoopt. Die gedroogde worsten zijn uitstekend van kwaliteit, en ik koop ze dan ook graag tijdens een loopje. Vooral de gedroogde Friese worst is zeer lekker.

In ieder geval, de looproute naar de Dijk gaat vanaf mijn huis langs Westerstraat, Melkmarkt, Venedie en dan zo linksaf de hoek om naar de Dijk.

 

Het was, zoals regelmatig, weer een verkeerschaos op een deel van die route. De uitlaatgassen wasemende chaos vond precies plaats op het deel van mijn looproute dat een voor toeristen aangenaam en veilig verblijfsgebied zou moeten zijn. Die aangenaamheid en veiligheid waren op dat moment ver te zoeken, en ik hoorde een aantal gasten op één der terrassen dingen zeggen in de orde van: “Wat een teringzooi hier zeg, ik ga zo!”

Die reactie kon ik me op dat moment wel voorstellen. Zelf was ik druk bezig niet platgereden te worden.

 

Mijn geheugen liet me ineens een stukje schrijfsel herinneren dat ik twee jaar terug geschreven heb, namelijk [deze] tekst. Ik was vergeten dat ik dit geschreven had. Het is door me op de site gezet even ruim 2 maanden nadat Inge overleed. Het geheugen hapert nog in de actieve modus over zaken rond die tijd.

Maar al teruglezende dat schrijfseltje, ontdekte ik dat ik duidelijk nog niet van mening veranderd ben wat betreft het daar neergetypte verhaal. Dat verhaal is nu zelfs nog urgenter, Enkhuizen lijkt namelijk vast te lopen in niet-groei van het toeristisch bezoek. De havens liggen niet stampvol, de stad is niet megadruk, de terrassen zitten niet megavol, en er zijn niet zoals doorgaans in voorgaande jaren overal buitenlandse kentekens te zien.

Enkhuizen begint schijnbaar z’n aantrekkelijkheid te verliezen. In ieder geval de mate van aantrekkelijkheid die nodig is om mensen zelfs naar zich toe te kunnen trekken als er economische dipjes zijn.

 

Zaken zoals ik die meemaakte op weg naar mijn gedroogde worstjes helpen niet mee de stad aantrekkelijker te maken. Als toerist op een terras zitten met kindertjes, terwijl er niet altijd even kies bestuurde auto’s op minder dan een meter afstand langs je heen scheuren, nodigt niet uit tot wederbezoek van de stad.

We ontberen nog steeds een soort centraal stadsplein. Zoals ik dus ook in het stukje [hier] al heb omschreven, één van de realistischere opties die we hebben om een centraal gelegen toeristisch verblijfsgebied te creëren is het gebied “Melkmarkt, noordelijke helft van het Venedie, helft van Torenstraat en Sint Jansstraat. Met de juiste inrichting van dit gebied in visueel en fysiek opzicht ontstaat daar een prima, heel veel mogelijkheden gevend, centraal plein en verblijfsgebied.

 

Maar dit botweg doen zonder flankerende maatregelen voor andere zaken, zoals men in het verleden wel wilde doen toen de discussie over afsluiting van de Melkmarkt ging, kan niet natuurlijk. Dit gebied is nog steeds een verkeerstechnische hoofdader van de stad, er rijdt een bus overheen, bevoorradingsverkeer voor bedrijven moet ergens kunnen komen, en ga zo maar door.

Het hoofdaderverkeer door andere delen van de binnenstad leiden is geen optie. Daardoor zou een enorme overbelasting van allerlei smalle woonstraten in hoeveelheid verkeer ontstaan. Ook het openbaar vervoer zou je een degelijke oplossing moeten bieden, veel mensen maken gebruik van die stadsbus. Ook het bevoorradingsverkeer voor bedrijven moet niet vergeten worden, dat moet hoe dan ook mogelijk blijven.

Handhaving van bevoorradingsverkeer wat betreft tijden van laden en lossen zou trouwens nu ook al iets zijn dat regelmatige verkeersopstoppingen zou voorkomen. Het lijkt wel of niemand zich in dit opzicht nog ergens aan houdt. Het komt de leefbaarheid van onze binnenstad niet ten goede!

De zegenrijke auto begint voor Enkhuizen in een aantal opzichten niet zegenrijk te zijn, maar belemmerend in ontwikkeling. Tenminste, als er niet een keer ongeharnast en ongewapend over gepraat kan worden.

 

Nadenken over dit soort zaken begint nodig te worden als we onze mooie stad, waar feitelijk het goud op straat ligt, niet langzaam naar “again an other ghosttown” willen laten degenereren.

Samenwerken in en aan de stad, en samen denken. Het klinkt binnen de bekende Enkhuizer verhoudingen bijkans als een onmogelijke utopie. Maar ik weet dat er beweging gaande is, dat er mogelijkheden aan het ontstaan zijn en geschapen worden tot verandering en ontwikkeling.

Nu de politiek zich ook eens gedragen als politiek in plaats van ….., en dan moet het toch ooit een keer goed kunnen komen met onze schitterende stad en al z’n mogelijkheden!