Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Antwoord op vragen over BOA's
(13 november 2010)

Enige tijd terug heb ik een aantal vragen gesteld over inhuur van BOA's, Bijzondere Opsporings Ambtenaren. Het waren vragen met een denkrichting er in verwerkt. Op vreemde wijze en mij onbekende redenen zijn ze niet in de raadsvragenlijst neergezet op de site van de gemeente Enkhuizen, en daarom zet ik het hier maar neer.
Het is een antwoord waar ik een tijdje over na ga denken. Je kunt het antwoord als positief beschouwen binnen de kaders van de intentie die ik via de vragen tracht uit te spreken, maar ook ontwijkend. Denktijd dus.....

Onderstaand het antwoord plus de vragen:

 

GEMEENTERAAD ENKHUIZEN

 

1

 

 

Beantwoording vragen

 

 

 

 

BRIEF VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS

 

 

 

BEANTWOORDING VRAGEN FRACTIE NIEUW ENKHUIZEN OVER BOA’S EN INHUUR

 

 

 

Aan de voorzitter van de gemeenteraad

 

 

 

Geachte voorzitter,

 

 

Door de fractie van Nieuw Enkhuizen is een aantal vragen gesteld over de huidige inzet en inhuur van de BOA’s (toezicht en handhaving) binnen de gemeente Enkhuizen. Onderstaand vindt u bij de afzonderlijke vragen het betreffende antwoord.

 

 

Geacht college,

Enkhuizen krijgt in de huidige tijd te maken met veel omstandigheden welke aan verandering onderhavig zijn door beleid van hogere hand en door eigen beleid. Enkele van die veranderende omstandigheden zijn:

-          een door rijksbezuinigingen veroorzaakte terugtrekkende beweging van de politie wat betreft taakuitoefeningen in de zin van prioriteitsstellingen

-          een beleid gericht op groei in de toeristische-economische sector

-          de provincie welke reeds enkele malen meer of minder summier heeft laten weten voorstander te kunnen zijn van een fusie van de gemeentes Hoorn, Drechterland, Stede Broec en Enkhuizen

-          groeiende noodzaak en/of efficiencymogelijkheden tot en door samenwekring met (een) andere gemeente(s) op het gebied van handhavingen op diverse gebieden.

 

Vanuit deze veranderende omstandigheden bezien zou ik graag de volgende vragen aan u willen stellen, en doe dat bij deze:

 

Vraag 1:

Denkt u binnen afzienbare tijd een voorstel richting de raad te doen (willen of kunnen) gaan om te komen tot meer BOA’s in eigen gemeentelijke dienst ipv gebruik te blijven maken van BOA’s via externe inhuur?

De voordelen van een dergelijke constructie zijn dat BOA’s in dienst van de gemeente zelf gerichter aangestuurd kunnen worden door grotere mogelijkheden tot handhavingsbevoegdheden kunnen uitoefenen, na uiteraard de gerede relevante opleidingen hiervoor genoten te hebben. Een voorbeeld hiervan is de Drank- en Horecawet.

Zo nee, waarom niet?

Zo ja, wat houdt afzienbare tijd in?

 

Antwoord vraag 1

U vraagt of wij binnen afzienbare tijd een voorstel richting raad doen om te komen tot meer BOA’s in eigen gemeentelijke dienst. Het antwoord op deze vraag is nee. De reden hiervan is dat de aanstelling van personeel de bevoegdheid van ons college is.

Dit neemt niet weg dat wij ook bekijken op welke wijze wij de organisatie van ons handhavingspersoneel verder kunnen verbeteren. Het is inderdaad zo dat personeel bij ons in dienst meer bevoegdheden heeft tot handhaving. Dit lossen wij op dit moment op via onze “eigen” handhaver in te zetten op de zaken waar de bevoegdheden van de externe handhavers tekort schieten.

Wij hebben om meerdere reden op dit moment gekozen voor een combinatie van “eigen” en extern personeel. De belangrijkste reden hiervoor is dat de organisatie van onze handhavers in opbouw is. Hierdoor kunnen wij de structurele benodigde capaciteit nog niet goed inschatten. Daarnaast heeft de lange landelijke invoeringstermijn van de WABO en de gevolgen hiervan voor de handhaving ertoe geleid dat wij nog niet tot een meer structurele invulling van de handhavers zijn overgegaan. Door de WABO komt intergemeentelijke samenwerking nadrukkelijk aan de orde. Met extern personeel zijn wij flexibeler om in te spelen op deze ontwikkeling.

 

Vraag 2:

De kosten voor externe inhuur op basis van een 36-urige werkweek van BOA’s zijn per week gerekend 1251,- euro per BOA. De kosten voor BOA’s in eigen dienst op basis van een 36-urige werkweek zijn per week gerekend 900,- per BOA.

De werkplekken bij in dienst nemen van eigen BOA’s zullen niet meer gaan kosten, daar deze werkplekken er in het kader van de externe inhuur van BOA’s al zijn.

 

Is het college het er mee eens dat het in dienst nemen van eigen BOA’s financiële voordelen biedt, naast genoemde voordelen in het kader van bredere handhavingsinzetbaarheid?

Zo ja,  hoe denkt u hiermede om te gaan?

Zo nee, waarom niet?

 

Antwoord vraag 2

Het is inderdaad zo dat externe inhuur duurder is dan eigen personeel. Vooral bij de hogere (management en beleid) functies is het verschil relatief groot. Bij de meer uitvoerende functies is het verschil echter vaak een stuk kleiner.

Het verschil in uw rekensom tussen extern personeel en eigen personeel is minder groot dan uit de cijfers blijkt. In uw berekening heeft u namelijk drie kostenelementen niet meegewogen: seizoensarbeid, ziekte en productiviteit. In de zomermaanden hebben wij meer behoefte aan handhavingscapaciteit dan in de wintermaanden. Met extern personeel kunnen wij hier goed op in spelen. Dit leidt niet tot extra kosten voor bijvoorbeeld overwerk of overcapaciteit.

De kosten van ziekte van extern personeel zitten in de kosten voor de externe verrekend. Dit betekent dat ziekte van extern personeel niet tot extra kosten leidt. Dit is bij eigen personeel wel het geval. Ook de productieve uren van extern personeel is hoger dan bij eigen personeel. Eigen personeel neemt deel aan diverse interne bijeenkomsten zoals personeelsuitjes e.d.

Met deze nuancering willen wij aangeven dat alhoewel de kosten van extern personeel ook in dit geval duurder zijn dan eigen personeel het in onze ogen verantwoord is dat wij voor deze constructie hebben gekozen voor dit moment.

 

Aan de hand van een integrale nota gemeentelijke handhaving willen wij in 2011 bekijken hoe wij de organisatie van de gemeentelijke handhaving verder kunnen verbeteren.

 

Vraag 3

Gemeentes in de omgeving van Enkhuizen krijgen deels met dezelfde veranderende omstandigheden te maken als Enkhuizen. Een direct aangrenzende gemeente waar dit voor geldt is Stede Broec. Samenwerking met Stede Broec, indien van de kant van de buurgemeente ook gesteund, kan tot gezamenlijkheid van gebruik van eigen BOA’s leiden. Dit zal in de kosten per BOA per gemeente tot uitdrukking kunnen komen.

 

Is het college het hiermede eens?

Zo ja, zijn er intenties tot een dergelijke samenwerking in de toekomst?

Zo nee, waar is het college het niet mee eens?

 

Antwoord vraag 3

Wij zijn het met u eens dat samenwerking met andere gemeenten kan leiden tot een verlaging van de kosten. In het kader van de invoering van de WABO per 1 oktober jongstleden zijn wij voorstander van gemeentelijke samenwerking op het gebied van handhaving. Hoe deze samenwerking er uitgaat zien is mede afhankelijk van de samenwerkingspartners. Wij zullen de raad over de resultaten op dit gebied op de hoogte houden.

 

Vraag 4

Is het college het met mij eens dat Enkhuizen bij in dienst nemen en uiteindelijk hebben van een aantal breed bevoegde eigen BOA’s een sterker en krachtiger opgetuigde gemeente zal zijn in geval van meer of minder door de provincie opgelegde fusie van eerder genoemde vier gemeentes, dan dat ze dit zal zijn zonder een dergelijke ‘gemeentepolitiekorps”?

 

Zo ja, hoe ziet u dit verder dan genoemd door mij?

Zo nee, waarom ziet het college het anders?

 

Antwoord vraag 4

Wij delen uw mening dat het hebben van een goed handhavingsapparaat (in uw woorden: “gemeentepolitiekorps”) goed is voor de bestuurskracht van onze gemeente. Handhaving is het sluitstuk van de uitvoering van het door de raad vastgestelde beleid. Belangrijk hierin vinden wij dat wij een kwalitatief goed handhavingsapparaat hebben. Regionale samenwerking op het gebied van handhaving geeft in onze ogen de beste garanties om het op niveau houden van de handhaving te garanderen.

 

 

Enkhuizen,   26 oktober 2010

 

 

 

 

 

Hoogachtend,

Burgemeester en wethouders van E n k h u i z e n

De  secretaris,                            De  loco- burgemeester,

 

 

 

(R.M. Reus)                                   (J. Franx)